Onnozele rekeningen

Een half miljard gulden besteedde de overheid aan een spoortunnel op Schiphol. Maar aannemers maakten te hoge winsten, en maskeerden die met valse facturen. Alleen omdat een eenling medewerking weigerde, kreeg de staat ten slotte lucht van de zaak.

De kleurenfolder is glimmend en dubbel uitklapbaar. Wie hem uitspreidt, krijgt verbeeld welke krasse prestatie hier onder regie van de Nederlandse Spoorwegen (NS) wordt geleverd. Hoofdmoot is een een nieuwe tunnel van 5,8 kilometer die onder Schiphol wordt aangelegd. Ook wordt het aantal sporen uitgebreid, en komen er talloze viaduchten bij.

Het kost, alles bij elkaar, 1,2 miljard gulden, aldus de folder van najaar 1997. Het tunneldeel is geraamd op 500 miljoen gulden. Er is op dat moment acht jaar aan het project gewerkt, en nog drie te gaan: in 2000, dit jaar dus, zal station Schiphol toegerust zijn op de nieuwe tijd.

Maar als de folder met juichende vooruitzichten wordt gepubliceerd, is intern bij de tunnelaannemer duidelijk dat de zaak niet geheel in de haak is. Onregelmatigheden van tonnen, mogelijk miljoenen guldens zijn aan de orde gesteld. Het is ongewenst nieuws: een administrateur die ongewild bij de zaak betrokken raakte en deze daarna aanhangig maakte bij de directie, is op een zijspoor gezet, en vervolgens, als hij voet bij stuk houdt, ontslagen.

Voor minister Neelie Kroes (Verkeer en Waterstaat) is het een laatste beleidsdaad van allure. Vier dagen voor haar vertrek, 3 november 1989, geeft ze NS toestemming te gaan bouwen aan de uitbreiding van de infrastructuur op Schiphol. De Kamer heeft eerder steun uitgesproken – maar helaas ontbreekt het geld. Om die reden verleent Kroes tenslotte toestemming in de hoop later geld te vinden. Condities voor het gebruik van de subsidie blijven daardoor achterwege, zo blijkt uit documenten die deze krant met een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur (WOB) verkreeg.

Met de aanleg van tunnels en viaducten voor het railverkeer rond Schiphol moet fluks worden begonnen om luchthaven Schiphol niet dwars te zitten. Schiphol heeft ook uitbreidingsplannen en kan die pas realiseren als NS haar capaciteit vergroot. De nieuwe reizigers die Schiphol aantrekt moeten immers voor een deel door NS worden opgevangen: vandaar het hoge tempo.

Dat heeft ook tot gevolg dat NS zelf een aannemer mag aanwijzen, zonder openbare inschrijving. Die aannemer vindt NS voor de helft in eigen huis. Het tunneldeel (geraamd op 500 miljoen) wordt gebouwd door een combinatie van Strukton (dochter van NS) en Hollandsche Beton- en Waterbouw (HBW, dochter van Hollandsche Beton Groep). Samen vormen ze KSS: Kombinatie Schiphol Spoortunnel.

En KSS sleept er bij NS een interessant contract uit. Het project wordt opgeknipt in 65 delen (daarmee wordt de Europese verplichting van openbare aanbesteding ontlopen), en per deel zal KSS met NS onderhandelen over de prijs. Het wordt in een raamcontract vastgelegd: KSS sluit een megadeal met een open begroting.

Geld is er dan nog niet. Kroes' opvolger, Hanja Maij-Weggen, doet er een jaar over voordat ze het budget vindt voor de eerste fase (215 miljoen gulden). Schiphol is dan al een walhalla van heipalen en bouwputten. In een brief waarin ze toenmalig NS-directeur Ploeger het geld toezegt, 30 november 1990, klinkt het ongemak met de situatie door. Ze wijst erop, wat Kroes ook heeft toegezegd, dat iedere investeringsbeslissing ,,aan mijn voorafgaande goedkeuring onderworpen blijft''. Maar de keuzes zijn gemaakt, moet ze machteloos beamen. Schoorvoetend stemt ze ,,alsnog'' in dat het project via ,,ondershandse aanbesteding'' wordt uitgevoerd. Een jaar later, 3 mei 1991, stelt Maij ook het restant beschikbaar: 740 miljoen gulden. De teller voor het project staat nu op 965 miljoen (prijspeil 1990, exclusief BTW).

John Zinhagel werkt bijna 25 jaar bij NS-dochter Strukton als hij in 1990 op de administratie van KSS gaat werken, samen met administrateurs van HBW. Een gemakkelijke man is Zinhagel niet, zegt een ex-collega. Hij is precies en eigenwijs en argwanend. Belangrijker echter, verklaart Zinhagel zelf op 17 december 1998 aan KPMG Forensic Services, is dat hij vanaf 1992 ,,onnozele'' facturen onder ogen krijgt, vertelt hij.

Voorbeelden te over. Als hij een rekening van 147.000 gulden onder de titel `prefab voor uitbreiding technische ruimten' ziet, weet hij dat zo'n ruimte drie vierkante meter beslaat: onmogelijk om daar 147.000 gulden op stuk te slaan. Een factuur voor een `aluminium geïsoleerde pui met beglazing' van 12.000 gulden? Zulke puien, weet Zinhagel, worden in de Schipholtunnel niet aangelegd. Ruim 230.000 gulden voor het `storten van onderwaterbeton' in drie tunnelvakken, in rekening gebracht zes dagen nadat de opdracht is verstrekt? Onmogelijk, ziet Zinhagel, dat een opdracht van een kwart miljoen in enkele dagen is uitgevoerd. Een advocaat die facturen stuurt voor bemiddeling met een bedrijf dat in gebreke zou zijn geweest? Zinhagel stelt in de boeken vast dat de firma altijd op tijd heeft geleverd.

In de eerste jaren pakt hij de telefoon om `technisch correcte facturen' van de bedrijven te vragen. Hij krijgt nooit een reactie, en stelt vervolgens vast dat de onnozele rekeningen blijven komen. In de wandelgangen hoort hij dat de fantasiefacturen op verzoek van de directie worden opgemaakt. En zijn naaste collega op de administratie, S., vraagt hem steeds vaker dergelijke dubieuze facturen af te tekenen. Zinhagel weigert, zegt hij, en blijft dat doen als de verzoeken verbetener worden.

Meer wordt duidelijk als in 1995 binnen het bedrijf documenten met handgeschreven cijferreeksen in omloop komen, gemaakt op papier van KSS. `Prognose resultaat 12.08.1994 incl. extra's' staat bij voorbeeld in het briefhoofd. Het handschrift is steeds van S., collega van Zinhagel. De reeksen bevatten rekeningcodes. En bedragen, herkomst en bestemming.

Het lijkt te gaan om een tweede boekhouding, die bestaat naast de officiële. De codes zijn te koppelen aan facturen, er is een post `uitkeringen rechtstreeks naar HBW/Strukton via derden'. (De documenten en onderliggende facturen zijn in bezit van deze krant.) Eén element valt op. De reeksen komen steeds uit op identieke betalingen vanuit KSS aan zowel HBW als Strukton. Bij voorbeeld 12 augustus 1994: 8,346 miljoen aan HBW, 8,346 miljoen aan Strukton.

De ironie wil dat NS in datzelfde jaar bij Verkeer en Waterstaat klaagt dat het geld tekort komt op het project. Al in november 1993 heeft NS-baas Rob den Besten gevraagd om extra geld wegens tegenvallers in het Schiphol-project. Het ministerie is argwanend. Pas Maij's opvolger Jorritsma gaat door de knieën: ze stelt bij brief van 31 oktober 1995 130 miljoen gulden extra beschikbaar. De totale bekostiging beloopt nu 1,17 miljard (prijspeil 1995).

Enkele maanden eerder moet Zinhagel – hij weigert nog steeds medewerking aan de fantasiefacturen – zich melden bij projectleider R. van KSS, vertelt hij later aan KPMG. De onwillige administrateur moet weg: er is geen budget meer voor hem.

Zinhagel neemt contact op met de Strukton-leiding. Hij wijst in gesprekken met directeuren op financiële onregelmatigheden. In eerste instantie volgt een woedende reactie. Hij is niet meer welkom bij Strukton en wordt geschorst. Korte tijd later is hij in genade aangenomen. De directie zal de valse facturen onderzoeken.

Nadien aanvaardt hij, hangende het onderzoek, een baan als tijdelijke assistent op de salarisadministratie. Na twee jaar barst de bom. Hij merkt dat het onderzoek niets voorstelt, is officieel nog steeds geschorst maar werkt dagelijks. Hij wordt gediscrimineerd door zijn collega's, vindt hij (Zinhagel heeft een donkere huidskleur): hij kan het niet meer aan en schort zijn werk op.

Dan volgt de gebruikelijke behandeling van de klokkenluider. Eerst probeert een conflictbemiddelaar namens Strukton een compromis: Zinhagel krijgt 175.000 gulden mits hij ,,alle in zijn bezit zijnde bescheiden, documenten, facturen etc.'' aan Strukton verstrekt en voorkomt dat er publiciteit komt. Zinhagel gaat niet akkoord, Strukton stapt naar de kantonrechter, die acht het ontslag terecht, waarna Zinhagel moet vechten om een uitkering die hem in eerste instantie wordt onthouden.

Ontredderd publiceert hij voorjaar 1998 een open brief aan NS-directeur Den Besten waarin hij het feit van ,,een frauderende bedrijfsleider'' noemt, alsmede dat ,,de Strukton-leiding in woord en geschrifte op de hoogte is'' van ,,grootschalig gesjoemel''. Den Besten brengt de beschuldigingen in verband met het arbeidsconflict, zodat hij niet ,,inhoudelijk'' op de zaak ingaat.

Toch ligt de kwestie nu op straat, en De Telegraaf licht de eerste tegels. Maar als die krant november 1998 publiceert over ,,mogelijke verduistering van overheidsgeld'', ontkent zowel HBG als Strukton alles. NS zegt van niets te weten. Justitie in Haarlem besluit niettemin naar de zaak te kijken.

In Cobouw, dagblad voor de bouwwereld, openen daarna Strukton en NS alweer de aanval op Zinhagel. Het draait om ,,een ex-werknemer die bezig is zijn wrok op ons bot te vieren'', zegt woordvoerder R. Schra van Strukton. Niettemin schakelt de raad van bestuur van NS, nu justitie in Haarlem serieuze belangstelling voor de zaak heeft, KPMG in voor een onderzoek. NS vraagt Zinhagel medewerking. December 1998 brengt hij twee volle dagen door bij de accountants in Amstelveen.

Als het KPMG-rapport mei 1999 gereed is, gebeuren twee opmerkelijke dingen. Het stuk wordt niet gepubliceerd. Tegelijk geeft NS een juichend persbericht uit. Het spoorbedrijf benadrukt dat ,,de suggesties van grootscheepse frauduleuze benadeling (van NS. red.) niet op waarheid berusten''. Vrijwel alle dagbladen nemen het over als `geen fraude bij Schipholtunnel'.

Een vlotte interpretatie, wordt diezelfde tijd duidelijk via een omweg, en nog steeds achter gesloten deuren. Amsterdam is dan net begonnen de integriteit te toetsen van bedrijven waarmee de gemeente werkt. Zo'n screening is najaar 1998 al gaande van de inschrijvers van een nieuwe brug naar IJburg, waarvoor HBW gegadigde is. Het justitiële onderzoek naar HBW noopt de screeners tot extra attentie: wat, willen ze weten, heeft HBW inzake de Schipholtunnel nu precies gedaan?

En volgens het vertrouwelijke screeningdossier, in bezit van deze krant, komt nu toch naar voren dat HBW, ondanks eerdere ontkenningen, ,,gefingeerde rekeningen'' heeft ingediend. Samen met Strukton. Het voordeel van de valse rekeningen, ingediend tussen 1992 en 1996, is gelijkelijk verdeeld: 15 miljoen voor HBW, 15 miljoen voor Strukton.

HBW licht ook toe waarom het is gebeurd. Blijkens een gespreksverslag met HBW-directeur J. Rossing, opgenomen in het screeningsdossier, zijn het de mensen van Strukton geweest die het dubbelspel initieerden. Dat bedrijf wilde graag zijn ,,financiële situatie'' voor ,,het moederbedrijf NS opfleuren''. Zelf zou Rossing, sinds 1998 in dienst bij HBW, nooit met valse rekeningen hebben ingestemd. Dat acht hij ,,onaanvaardbaar binnen de onderneming'', aldus Rossing in het vertrouwelijke verslag.

Desondanks relativeert Rossing het resultaat van de gefingeerde rekeningen. Die hadden alleen het effect dat winst `voortijdig' is geboekt. Wordt normaal het einde van een project afgewacht om rendement in de cijfers op te nemen, nu kon dat al toen de tunnelbouw nog gaande was. De winst, zegt Rossing, is dus slechts vervroegd en daarmee niet wederrechtelijk verkregen. De onderzoekers krijgen een directieverslag van KSS onder ogen van 8 mei 1992 waarin tot de `voortijdige winstneming' is besloten.

Toch pakt de integriteitstest van HBW niet onverdeeld gunstig uit. Uitsluiting van HBW bij de IJburg-brug is juridisch niet mogelijk maar tegelijk oordeelt het screeningsteam (waaronder ook leden van OM en politie Amsterdam) dat de directiebeslissing om met gefingeerde rekeningen te werken ,,op geen enkele wijze kan worden goedgekeurd''. Geoordeeld wordt HBW in het IJburg-project onder curatele te stellen en het bedrijf alsnog voor drie jaar uit te sluiten mocht het voor de valse facturen worden veroordeeld, aldus het advies van 24 juni 1999.

Vermoedelijk komende zomer, in juli, na ruim anderhalf jaar onderzoek, sluit het parket Haarlem het proces-verbaal inzake KSS en hun moederbedrijven, zegt plaatsvervangend hoofdofficier van justitie T.P.L. Bot. Het onderzoek, geleid door officier van justitie H.H.M. Beune en in handen van de Fiod in Alkmaar, richt zich in eerste instantie op valsheid in geschrifte. Over dat delict bestaat overigens geen dispuut meer: de aannemers hebben het, ook tegenover de Fiod, erkend.

Drie onderzoeksvragen resteren: Voor hoeveel zijn er in de totale bouwperiode valse rekeningen ingediend (de toegegeven 30 miljoen behelst alleen de periode 1992-1996)? Wie is hiermee benadeeld? Of is niemand tekortgedaan, zoals NS en de aannemers zeggen?

Betrokkenen bij het onderzoek zeggen dat over de omvang van de valse rekeningen in het Fiod-onderzoek beter inzicht is verkregen. Er zijn sterke aanwijzingen dat het over de volledige bouwperiode om een bedrag van tussen de 60 en 100 miljoen gulden ging.

Hét discussiepunt is dan nog de benadeling. En op dat punt heeft zich, heel discreet, inmiddels een onverwachte partij in de discussie gevoegd: Verkeer en Waterstaat. Dat ministerie onderzocht het laatste jaar in stilte of het te veel subsidie heeft betaald. En na advisering door landsadvocaat E. Daalder staat het voor het departement vast: misschien niet NS, maar wel de Staat der Nederlanden, is benadeeld. En fors ook.

Want het contract dat NS met KSS sloot, en dat het ministerie in bezit heeft, bevat het uitgangspunt dat de aannemer circa 2,5 procent winst maakt – een gebruikelijke marge in de bouw. Uit de cijfers van het vertrouwelijke KPMG-rapport maakt het departement op welk rendement de aannemers werkelijk realiseerden: 18,9 procent; dat is, op een tunnel van 500 miljoen, 94,9 miljoen gulden. Het bracht minister Netelenbos er gisteren toe de brief aan Den Besten te tekenen die NS vriendelijk doch dringend verzoekt de ,,naar verhouding bovenmatige winst'' aan de staat terug te betalen. Over de manier waarop men dat geld retourneert mag NS zelf beslissen, mits – laatste alinea – de minister daarover uiterlijk 1 juni bericht ontvangt.

Zo krijgt John Zinhagel dan toch zijn gelijk. Hij heeft geen behoefte er nog wat van te zeggen. 32 jaar Strukton liggen achter hem. Tegenwoordig heeft hij een werkplek waar aanzienlijk zorgvuldiger met geld wordt omgegaan: de Koninklijke Nederlandse Munt.

Strukton en HBW willen geen commentaar geven zolang het justitiële onderzoek loopt.

    • Tom-Jan Meeus