`Met honger valt het moeilijk liefde te bedrijven'

Droogte in Noord-Kenia. Dat is koeien die sterven en hoop die vervliegt. Een correspondent keert terug naar het herdersvolk waarover hij een boek geschreven heeft.

Voor iedere nomade is dit het mooiste moment van de dag. Zijn vee slentert de kraal binnen, de zon zakt weg en de temperatuur wordt aangenaam. Maar er klopt iets niet.. Er staat weemoed op het gezicht van Lonis Lemelen. Zijn leeftijdsgenoot Lemartile leunt op een stok en staart naar de grond, hij kan het beeld niet aanzien. Slecht een handjevol geiten huppelt de omheining van doornentakken binnen, gevolgd door vijf ezels. Er zijn geen koeien, geen stieren, zelfs geen kamelen. De droogte verdreef bijna al het vee en daarmee de geestdrift van het herdersvolk de Samburu. Ngai (God) geselt de aarde.

De spieren rond zijn mond verkrampen, hij wrijft over zijn voorhoofd. Angst. ,,De koeien zijn wanhopig'', zegt Lemelen. ,,Samen met onze krijgers speuren ze op honderden kilometer afstand naar het laatste gras.'' Ruim twee jaar heeft het niet geregend. Sinds de zondvloed van El Nino viel er geen druppel. En het laatste natte seizoen is al weer bijna voorbij, zonder dan het regenen wilde. De Samburu's weten in het uitgestrekte Noord-Kenia geen uitwijkplaats meer, want het regent het nergens. Beschikt een Samburu over geld - en dat is zeldzaam - dan kan hij eten voor zijn familie kopen. Maar zijn vee kan hij er niet mee redden.

Een klein straaltje melk is het enige wat de geitenuiers afstaan. Lemelen, zijn vrouw Sitoria en zijn twee jonge zonen drinken er in de avond een waterig kopje thee van. Meer valt er niet te eten vandaag. Niemand klaagt. Sitoria krijgt een kop maïspap, want zij is zeven maanden zwanger. ,,Ik denk na, de hele dag: als ik werk, als ik uitrust en als ik probeer te slapen'', vertelt Lemelen. ,,Het maalt in mijn hoofd. Wat kan ik doen, hoe ga ik voor mijn koeien en mijn zonen zorgen? Altijd pieker ik en nooit vind ik een antwoord.''

In de nacht blijft het opvallend rustig in de kraal van Lemelen. Over de savanne klinkt alleen het gelach van een hyena. Doorgaans copuleren ezels in de koelte van de nacht onder luid gehinnik ezels, en jagen de strijders achter jonge meisjes aan. ,,Maar met honger in de maag valt het moeilijk de liefde te bedrijven'', vertelt Sitoria. Iedereen zwijgt. Enkele oude heren hurken op de grond bij de ingang van de woning en beleggen een vergadering. Ze besluiten nog een paar dagen te wachten alvorens de kraal op te breken om met de geiten te verhuizen. Waar naar toe, dat weten ze niet.

In de vroege ochtend, als de zon de hemel rood kleurt, komt iedereen in de kraal in actie. Bij droogte is er extra werk. Water en het laatste groen zijn uren lopen van de kraal. Nomaden beschikken over een koppig karakter en een sterk lichaam. Klagen doen ze niet over hun lot. Het enige antwoord op de grilligheden van de natuur is immers aanvaarding. Al hopen ze wel. ,,Als er nou tenminste één buitje zou vallen'', begint Lemelen maar hij stopt zijn gedachten.

De zon heeft zijn positie ingenomen. In Afrika is het licht altijd overdonderend fel. De zonnestralen boren zich in de woning van Lemelen door de gaatjes. Al maanden zijn deze niet gedicht met koeienstront, want het regent toch niet. De jonge krijger Mewa komt met Lemelen over de droogte praten. ,,Hoe gaat het'', luidt de groet. ,,Goed, heel goed'', volgt het antwoord. Bij rituele begroetingen gaat het altijd goed, ook als het slecht gaat.

Samburu's spreken met diepe emotie over de mogelijkheid dat hun koeien zullen sterven. Over hun eigen stervenskansen tonen ze minder gevoelens. Op de savanne waar geen elektrisch licht brandt, geen mechanisch geluid klinkt en wegen, scholen en ziekenhuizen ontbreken, vragen mensen niet om hulp. Nomaden zorgen voor zichzelf en accepteren het dictaat van de natuur. ,,Ieder moment moet ik denken dat ik straks geen koeien meer zal bezitten door de droogte'', zegt Mewa. ,,Wat ben ik dan nog waard? Wie ben ik dan? Waar is mijn waardigheid?''

Lemelen vertrekt met de twee jonge krijgers Mewa en Learus en zijn geiten naar de droge rivierbedding. Daar treft hij een groepje olifanten. Ze proberen met hun slurven uit de diepe gaten water te zuigen. Dat lukt ze niet en ze sjokken verder. De tien meter diepe kuilen in de droge bedding zijn vrijwel droog. Drie naakte mannen in de put vormen een menselijke ketting, scheppen het zanderige water naar boven en deponeren het aan de oppervlakte in een uitgeholde boomstam, waar omheen de blèrende geitjes zich verdringen. Droogte op de savanne betekent niet een ontbreken van water. Dat verbergt zich meestal wel ergens diep onder de grond.

Mewa zingt een lied als hij het water naar boven doorgeeft. Door dat liedje weten zijn geiten dat het hun beurt is om te drinken. De beesten van anderen wachten tot hun melodie uit de diepte klinkt. Mewa klimt uit de kuil en slaat zijn lendendoek om. ,,Nee, ik klaag niet over droogte'', begint hij, ,,wij zijn immers nomaden. Droogte hoort bij ons bestaan. Iedere tien jaar treft een grote droogte ons.'' De droogte zette Mewa wél aan het denken. ,,Er is iets fout met ons Samburu's'', vervolgt hij. ,,Vandaag heb je duizend koeien en morgen nog maar tien. De oorzaak ligt bij ons, niet bij het uitblijven van de regens.''

Wijze woorden, die de aanwezigen stof tot praten geeft. Wat is de oorzaak van de crisis? Ze zoeken de schaduw van een boom en strekken zich in het zand. Een groep bavianen maakt plaats. ,,Had ik één jaar geleden maar mijn koeien verkocht, toen er nog vraag naar vee was'', moppert Learus. ,,Dan had ik nu geld gehad. Op honderd kilometer afstand kunnen wij Samburu's de problemen zien aankomen. We komen echter pas in actie als we ze op twee kilometer genaderd zijn.'' Tijdens een langdurige droogte wil niemand vee kopen. Het ontbreekt de Samburu's dus aan weidegronden en aan een veemarkt om te verkopen. Bovendien blijkt de concurrentie groot. Niet alleen de Samburu's maar alle herdersvolkeren van Kenia trekken al maanden wanhopig door de noordelijke Keniase zandbak. Ze raken in toenemende mate onderling slaags om de laatste grasgronden.

De geiten lopen doelloos rond. Ze snuffelen onder struiken en gaan rechtop staan tegen boompjes. Al het groen is uit het landschap verdwenen, alleen bruin en grijs bleven over. Hier is geen voedsel meer, zelfs niet voor geiten. En als de geiten geen voedsel meer vinden, dat komt de bodem van het bestaan in zicht. ,,De wereld is te vol geraakt'', concludeert Lemelen. Zijn armen gebaren in alle windrichtingen. In Noord-Kenia neemt de ruimte snel af voor de oude nomadische leefwijze. Er zijn te veel mensen en te veel dieren voor de onvruchtbare zandgronden. Op magere tijden zijn nomaden ingesteld. Maar droogtes worden dodelijk als er onvoldoende ruimte is voor man en vee om naar elders te vertrekken. Dáár draait de crisis in Noord-Kenia om, niet om het uitblijven van de regens.

De droogte maakt menig jonge krijger bewust van de beperkingen in de nieuwe tijd. ,,Waar je tegenwoordig ook komt in deze wereld, nomaden stuiten altijd op obstakels'', meent Learus. ,,Een toekomst zonder geld bestaat niet meer.'' De families waarvan een lid in de stad als nachtwaker werkt, slagen er net in om zich te voeden. Door de sterke solidariteit tussen de Samburu's blijft er ook voor de anderen iets over. Alles wordt zo veel mogelijk gedeeld. Tot er niets meer te verdelen valt.

Mewa, Learus en Lemelen lopen terug naar de kraal. De dag bereikt zijn einde. Vooral jongere Samburu's tonen zich bereid te veranderen. Maar plannen maken is een luxe op een continent waar bovenal het weer het leven bepaalt en de politieke heersers nomaden verachten. De vraag `maar verlang je dan nooit naar een ander leven', stuit op een houding van lacherig onbegrip. Acceptatie van het lot en gelatenheid blijken natuurlijke voorwaarden om te overleven.

In de kraal wachten Sitoria en de andere vrouwen op de geiten. Ze zingen een lied om hen op hun gemak te stellen. Lemelens gedachten dwalen af naar zijn zonen. Zijn jongens kennen de gevaren niet en spelen gemoedelijk met de beesten. ,,Weet je'', zegt hij na lang denken, ,,sterven is minder belangrijk. Ik droomde ervan mijn zonen naar school te sturen en al jaren maakte ik daarvoor plannen.'' Hij spaarde door geiten te verkopen, hij maakte een deel van zijn vee tot handelswaar en hoopte op die manier een stap in de moderne wereld te kunnen zetten. Zijn zonen zouden leren lezen en schrijven. De hoop om aan die moderne wereld deel te nemen, wordt nu de bodem in geslagen. Dat is een zwaar verlies voor een vastgelopen nomade.

    • Koert Lindijer