Gratie Gods

In de discussies die de laatste tijd gewijd worden aan de formule `Bij de gratie Gods', wordt telkens de indruk gewekt, dat een en ander afkomstig zou zijn uit protestantse of calvinistische theologie. Niets is minder waar.

Bij het Concilie van Efese in 431 werd aan bisschoppen het recht gegeven om aan hun titel toe te voegen: `Dei ecclesiaeque gratia', dus `bij de gratie Gods en die van de kerk'. Van de wereldlijke vorsten was het Pippijn de Korte (715-768), de vader van Karel de Grote, die zich vanaf 751 liet noemen: `Dei Gratia Rex Francorum' (bij de Gratie Gods koning der Franken), een recht hem, om politieke redenen, door de paus verleend.

Pippijn had die goddelijke gratie en de pauselijke zegen ook wel nodig, want hij was door een staatsgreep aan de macht gekomen, door zijn voorganger, de laatste Merovinger, af te zetten en zelf de koningskroon te accapareren. Sedert Pippijn hebben vele Europese keizers en koningen, en ook wel lagere goden, de eeuwen door, deze formule gebruikt. Ook Willem I heeft zich de formule aangematigd of laten welgevallen. Dus niks protestantisme en niks calvinisme.