God is dood in Beckett van Malpertuis

De eerste keer dat de naam `Godot' valt, komt als een donderslag. Zwerver Vladimir zegt tegen zijn bevriende zwerver Estragon: `We moeten wachten op God-dood.' Acteur Bert André spreekt de naam met aplomb uit, zonder de open klank aan het slot. Hiermee geeft de Vlaamse regisseur Sam Bogaerts meteen een van de geheimen van het stuk prijs. Sinds de première van Becketts En attendant Godot op 3 januari 1953 in het Parijse Théâtre de Babylone is nooit zeker geworden wie deze raadselachtige Godot is op wie twee landlopers vergeefs wachten bij een kale boom. Is hij God, een wielrenner, onbestemd geluk, liefde, president De Gaulle? Voor Bogaerts staat de naam Godot voor `God-is-dood.' Hij vertegenwoordigt de leegte in de wereld.

In Bogaerts' versie, terecht getiteld met het onvoltooide deelwoord Wachtend op Godot, is alles anders dan we gewend zijn. Tekstgetrouw is de regie niet, eerder vrijzinnig en bizar, humoristisch, een ontluisterende minimal-music van de wanhoop. Het begint met een aloude theatertruc; de acteurs komen op uit de zaal. Han Kerckhoffs als Estragon maakt voortdurend toespelingen naar de toeschouwers. De acteurs spelen niet slechts het toneelstuk Wachtend op Godot, zij vertolken tekst plus commentaar. Zegt Vladimir dat ze wachten op `God-dood', antwoordt Estragon: `Oh, heet hij zo.' En blikt veelbetekenend dwars door de vierde wand. De boom ontbreekt, de landweg is de zwarte speelvloer. Overheersend is een stalen kast die met klappende deuren open en dicht gaat. Het is een surrealistisch toneel op het toneel. De wrede scènes tussen circusdirecteur Pozzo (Jurgen Delnaet) en zijn tragische bediende Lucky (Maaike Cafmeyer) spelen zich tussen de schuifdeuren af. Door de nuchtere speelstijl, zonder het vertrouwde naïeve geloof van de zwervers, wordt snel duidelijk dat die Godot helemaal niet bestaat. Pozzo neemt zijn plaats in, gekleed in kanariegeel en met lange haren als een Christus-figuur. Zijn naam wordt allengs verbasterd tot Pozoot en, uiteindelijk, Gozoot. Zijn blindheid in het tweede bedrijf maakt hem religieus; hij raakt zijn horloge kwijt. Net als Godot is hij ontheven aan tijd en plaats. De zwervers kijken uit naar degene die ze voor zich zien, maar ook zij zijn blind voor dit teken Gods.

De regie heeft het vage geheim van het stuk kapot willen maken. De monoloog van Lucky gaat niet over `een persoonlijke God... die ons innig liefheeft'. We krijgen een vertoog te horen over het filosofendebat tussen Jürgen Habermas en Peter Sloterdijk. Onverwoestbaar is gelukkig de fenomenale dialoog tussen Vladimir en Estragon. Hun misverstanden, het wederzijds besef van onmisbaarheid, de troost die ze uit elkaar putten op deze nutteloze missie, de mengeling van montere wanhoop en geslagen berusting. Bert André is gehuld in een doorzichtige plastic regenjas over zijn sjofele kleren. Hij doet zijn broek open, haalt er een wortel uit die hij knappend opeet. Ondertussen kijkt hij met verzadigd-lome blik voor zich uit. Een weerloos reuzenkind dat zich graag voor de gek laat houden. Zijn verweer tegen Pozzo die de arme Lucky slaat en trapt (het touw en de zweep zijn gesneuveld) is groots. Hij filosofeert over de duizenden doden wier stemmen nog klinken. Als hij zegt dat de kale boom in blad staat, zonder dat wij iets zien, dan roepen stem en mimiek dat wonder op.

Kerckhoffs is een levendige, clowneske Estragon die dat kwellende wachten allang zat is. Hij speelt het spel mee maar wil liever slapen, of zijn voeten laten masseren door Lucky, gespeeld door een jong meisje. Ondertussen verzucht Jane Birkin `Je t'aime.' Dit tweetal draagt de voorstelling. De een quasi onnozel, de ander zogenaamd slim. Maar Estragon is zijn geheugen kwijt. En dan helpt Vladimir hem weer. Vrienden. Ondanks de rigide ingrepen van de regisseur – alsof het stuk in al zijn schijnbare eenvoud niet mooi en spannend is – raakte ik geboeid en ontroerd door deze Wachtend op Godot. Geen poëtische hooggestemdheid, maar een harde waarheid. God is dood en ondertussen knakt Bert André een wortel tussen zijn tanden alsof er niets aan de hand is.

Voorstelling: Wachtend op Godot van Samuel Beckett door Theater Malpertuis. Regie en vertaling: Sam Bogaerts. Spel: Bert André, Han Kerckhoffs, Maaike Cafmeyer en Jurgen Delnaet. Gezien: 9/5 Theater Bellevue, Amsterdam. Te zien: 10/5 aldaar. Tournee t/m 10/6. Inl.: (020) 4275447/ moonen@xs4all.nl