De orta

,,Oud maakt bang'', zei de oude man die ik af en toe opzoek. ,,Nu moet je niet denken dat wij oude mensen allemaal als schuwe vogeltjes op onze dood zitten te wachten, want zo is het niet. Maar je bent op mijn leeftijd zo snel aangeslagen, je voelt je te gauw bedreigd.

Ik zit nog niet in een bejaardentehuis, ik woon er tegenover. Ze vinden het goed dat ik gebruik maak van hun winkeltje voor brood en kruideniersartikelen. Dan hoef ik niet helemaal naar de stad. Zo kom ik elke morgen onder leeftijdgenoten. Je staat even in de rij en je kletst wat.

Deze week waren op een morgen de zachte bolletjes op. Lekkere kadetjes waar je niet al te stevig op hoeft te kauwen. De mevrouw achter de toonbank zei dat ze er morgen wel weer zouden zijn. Een oude vrouw reageerde volledig ontdaan. Al jarenlang had ze elke morgen drie zachte bolletjes van 35 cent per stuk gekocht. Nu moest ze opeens op iets hardere vloerkadetten overschakelen. En het ging haar niet eens zozeer om het kauwen, want ze had nog een behoorlijk gebit. Nee, die vloerkadetten waren 50 cent per stuk. Hoe moest dat nu als dat zo doorging? Dat zou ze niet kunnen betalen. De winkelmevrouw probeerde haar gerust te stellen, maar het drong niet tot haar door. Later hoorden we dat ze naar de manager van het tehuis was gegaan. Of die zachte bolletjes nog ooit zouden terugkomen.

Oudere mensen willen ook nooit te veel over de sores van andere oudere mensen horen. Kwestie van zelfbescherming. Gisteren trof ik een man in de rij die altijd een montere indruk op me gemaakt had. Maar hij zag er opeens zo somber uit, vond ik. Was er wat? Ja, er was iets met zijn orta, zei hij. Ik moest eerst denken aan een plant of een goudvisje, maar toen wees hij op zijn borst en ik begreep dat er iets met zijn aorta was. Achter ons stonden twee vrouwtjes mee te luisteren. Toen die man begon uit te weiden, werden ze zeer ongeduldig. Dat wilden ze allemaal niet horen, en ik geef ze ook geen ongelijk, want dan kun je in zo'n tehuis wel aan de gang blijven.

Toch moet je oppassen voor onverschilligheid. Je moet elkaar toch een beetje steunen. Maar misschien heb ik makkelijk praten omdat ik er nog niet echt woon.

Ik maakte laatst mee dat een oude dame een paar doosjes bonbons kocht. Ze was reuze opgewekt en ze praatte honderduit. De volgende dag zou ze jarig zijn, er kwam een nicht uit Friesland met haar kinderen op bezoek. Die mevrouw woont al jaren alleen. Ze heeft helemaal niemand meer met wie ze die gebeurtenissen kan vieren, behalve dan die nicht.

Een weekje later kwam ik haar weer in het winkeltje tegen. En, vroeg ik, was het leuk geweest? Nee, zei ze triest, er was niks aan geweest. Die nicht had zich bedacht. Het was slecht weer geworden en ze dorst dat hele eind uit Friesland niet te rijden. Ik heb nog iets opbeurends proberen te zeggen, maar ik weet niet eens meer precies wat, want ik voelde me opeens zelf nogal beroerd worden.''