Bemiddelaar gegijzeld

KOFI ANNAN, secretaris-generaal van de VN, toont zich tevreden met de aanwezigheid van enkele honderden Britse para's op het vliegveld van Freetown. Zij geven enige soliditeit aan de internationale aanwezigheid in Sierra Leone, het West-Afrikaanse land waar opnieuw de chaos toeslaat. Het vorig jaar gesloten vredesakkoord annex amnestie voor de leden van het RUF (Revolutionair Eenheids Front) is uiteengevallen. Het Front heeft een vijfhonderd blauwhelmen en ander VN-personeel, die het akkoord moesten bewaken, laten verdwijnen dan wel in gijzeling genomen.

Annan krijgt intussen niet de goedbewapende en geoefende interventiemacht die hij nodig heeft om zijn mensen uit handen van het RUF te bevrijden. De feiten en resultaten zijn er dan ook naar. Afgezien van de `vijfhonderd' hebben VN-troepen, wegens gebrek aan munitie, de stad Masiaka moeten ontruimen. De rebellen van het RUF rukken op, melden vluchtelingen. Samen met de verdwijning uit Freetown van RUF-leider, voormalig korporaal en nu minister in de regering-van-nationale-verzoening, Foday Sankoh, betekent dit alles een ernstige verslechtering van de situatie.

De reputatie van het RUF staat er borg voor dat als niet hardhandig en overtuigend wordt ingegrepen opnieuw verschrikkelijke dingen staan te gebeuren. Sinds het RUF in 1991 in het grensgebied met Liberia de kop opstak heeft het zich schuldig gemaakt aan moorden, verkrachtingen en mishandelingen. Het afhakken van handen en voeten van kinderen en volwassenen was zijn bijzondere specialiteit, met als gevolg dat in Sierra Leone nu een ongeteld aantal verminkten rondlopen. Het dodental sinds 1991 wordt geschat op meer dan twintigduizend, het aantal ontheemden is ongeveer gelijk aan de helft van de bevolking van 4,5 miljoen.

HET ONBEVREDIGENDE vredesakkoord dat vorig jaar onder internationale druk tot stand kwam, dat Foday Sankoh uit de dodencel bevrijdde en hem tot bewindsman opwaardeerde en dat zijn mannen absolutie gaf alsmede een toekomst in de nationale strijdkrachten, mag als de regelrechte oorzaak van de nieuwe ontsporingen worden beschouwd. Het was een krachteloos compromis, voortkomend uit de realiteit dat geen van de leidende mogendheden in de wereld werkelijk offers wilde brengen voor een duurzame en rechtvaardige vrede in dit vergeten land. Alle inspanningen waren gericht op Kosovo. Daarmee was de internationale energie verbruikt.

Een herhaling van het Rwandese drama uit 1994 valt niet uit te sluiten. Ook toen intervenieerden Amerika, Groot-Brittannië en Frankrijk teneinde hun eigen staatsburgers in veiligheid te stellen. Waarna de Tutsi-bevolking en haar politieke leiders werden overgelaten aan de machetes van de Hutu-extremisten. De VN, die, zoals nu in Sierra Leone, de beperkte opdracht hadden om met verbale overreding een bestand overeind te houden, werden zelf doelwit van aanvallen. Tien Belgische blauwhelmen werden omgebracht, waarna de meeste troepenleveranciers hun manschappen terugtrokken.

Op een andere manier brengt de toestand in Sierra Leone de situatie van voorjaar 1995 in Bosnië in herinnering, toen de Serviërs honderden blauwhelmen gijzelden en zo een eind maakten aan luchtaanvallen door de NAVO. Het RUF beschikt nu, evenals destijds Miloševic, over een drukmiddel om de internationale gemeenschap naar zijn hand te zetten. Want deze zal zich toch niet kunnen veroorloven de Indiase en Afrikaanse blauwhelmen helemaal aan hun lot over te laten.

DE IN 1996 gekozen president Sankah – in 1997 door een junta afgezet, in 1998 met hulp van een legermacht van West-Afrikaanse landen weer in de macht hersteld – kiest voor neutraliteit in de jongste crisis. Sankah karakteriseert deze crisis als een conflict tussen de VN en het RUF. Hij kan ook weinig anders, want voorzover er nog van een geregeld leger in Sierra Leone kan worden gesproken, is dat hoogst onbetrouwbaar gebleken. Dit betekent wel dat de VN van bemiddelaar partij zijn geworden. Het zal nog wel even duren alvorens het hoofdkwartier van de volkerenorganisatie in New York daaruit de consequenties trekt.