Bank was voor dubieuze klant gewaarschuwd

Binnen de voormalige zakenbank Bank Bangert Pontier (BBP) leefden al lange tijd twijfels over cliënt E. Swaab, een van de hoofdverdachten in het grote beursfraude-gelieerde onderzoek. Dat bleek gisteren op de eerste zittingsdag van de tot nu meest complexe zaak die de rechtbank in het kader van `Operatie Clickfonds' behandelt.

Getuige E. Beck, compliance officer bij BBP, verklaarde dat zij de directie had gezegd ,,op te passen'' met Swaab omdat hij bij een eerdere werkgever van haar, effectenhuis Eduard de Graaf, grote verliezen had veroorzaakt.

Swaab was cliënt bij BBP waar hij jarenlang `verdachte effectentransacties' uitvoerde en voor miljoenen contant geld opnam. Justitie kwam de zaak bij toeval op het spoor toen zij tijdens huiszoeking bij Swaab 100.000 gulden vond. Pas nadat uit de publiciteit bleek dat dit bedrag afkomstig was van Bangert Pontier, werd daar een inval gedaan. Justitie stuitte vervolgens, los van de zaak-Swaab, op een systeem van coderekeningen. Daarbij ging het om een relatie die BBP had met de Luxemburgse bank Codalux, waar klanten hun geld buiten het zicht van de fiscus konden onderbrengen.

Gisteren moest voormalig directeur G. de Kleine zich verweren tegen de aanklacht dat hij onder meer feitelijk leiding zou hebben gegeven aan de `Codalux-connectie'. Volgens hem was dat niet strafbaar en ligt de verantwoordelijkheid voor belastingaangifte bij klanten zelf.

Tijdens de zitting ontstond onduidelijkheid waarom justitie alleen De Kleine vervolgt. Ooorspronkelijk zou ook oud-directeur J.B. voorkomen, maar met hem werd op het allerlaatste moment een schikking van duizend gulden getroffen. De zaak tegen directievoorzitter H. Pontier werd al eerder geseponeerd, terwijl deze laatste volgens De Kleine niet alleen bekend was met de Codalux-connectie, maar zelf ook een cliënt had met een Codalux-rekening.

De Kleines advocaat pleitte voor niet-ontvankelijkheid van het OM op grond van het gelijkheidsbeginsel, maar de rechtbank wil eerst de behandeling van de zaak af wachten alvorends daarover te oordelen. Wel vond de rechtbank dat het onderzoek tegen De Kleine zonder toereikende verklaring ,,onredelijk lang'' had geduurd. Toch was de schending van de `redelijke termijn' niet zodanig dat het OM niet ontvankelijk is, aldus de rechtbankpresident. De zaak wordt over twee weken voortgezet. Pontier zal dan als getuige worden opgeroepen.

DOSSIER CLICKFONDSwww.nrc.nl