Amsterdam wil 2000 goedkope ateliers

Het Amsterdams college van B en W wil binnen nu en vijf jaar 2.000 goedkope ateliers voor kunstenaars realiseren.

Hiervoor is een investering van 90 miljoen gulden nodig.

Door stadsvernieuwing en woningbouw zijn de afgelopen jaren een groot aantal zogenoemde broedplaatsen ontruimd, zoals de Graansilo, Vrieshuis Amerika en het Lloyd-hotel. Wethouder Stadig (Volkshuisvesting) verwacht dat de kunstenaars uit deze gekraakte pakhuizen en loodsen nu voor het einde van het jaar een alternatieve locatie krijgen aangeboden. Een groot aantal van deze 14 locaties zijn gelegen in de deelraden. ,,We hebben het wereldje ervan kunnen overtuigen dat het iets buiten het centrum ook wel kan'', aldus Stadig. Amsterdam-Noord heeft bijvoorbeeld toegezegd het NSDM-terrein in te richten voor kunstenaars.

Volgens G. Joling van de gemeentelijke projectgroep Broedplaatsen staan er 1300 individuele kunstenaars op de wachtlijst voor een atelierruimte en ongeveer 700 kunstenaars die in een collectief werkzaam willen zijn. Kunstenaars die voor een gesubsidieerde atelierwoning in aanmerking komen moeten of een afgeronde kunstopleiding hebben, of een lidmaatschap van een kunstenaarsvereniging of regelmatig tentoonstellingen of opdrachten hebben. Wethouder Stadig weet nog niet hoe voorkomen moet worden dat succesvol geworden kunstenaars de gesubsidieerde plekken bezet houden.

Volgens de wethouder gaat deze doorstroom ,,meestal vanzelf als kunstenaars meer gaan verdienen en grotere woonruimte willen''. Maar uit gegevens van de Stichting voor Economisch Onderzoek van de UvA blijkt dat het aantal doorstromers klein is. Slechts zeven procent van de Amsterdamse beeldende kunstenaars heeft een omzet van meer dan 100.000 gulden.

De huren van de gesubsidieerde atelierruimtes in Amsterdam zullen 60 tot 100 gulden per vierkante meter per jaar bedragen. De huidige gemiddelde huurpijs van een atelier in Amsterdam is ongeveer 80 gulden per jaar.