Zacht geld

GEEN PANIEK, de Europese burgers hoeven niet bang te zijn dat hun spaargeld uitgehold zal worden door geldontwaarding. Met deze verklaring heeft de president van de Europese Centrale Bank, Wim Duisenberg, afgelopen vrijdag de koersdaling van de euro geprobeerd te keren. Gisteren voegden de Europese ministers van Financiën zich in het koor van bezorgde euro-waarnemers. Ze verklaarden dat de koers van de geplaagde munt niet in overeenstemming is met de vitaliteit van de Europese economie. Tot op zekere hoogte hadden de verklaringen effect: de euro zakte niet nóg verder.

Toch is monetaire diplomatie per circulaire niet de beste manier om de geloofwaardigheid van een munt te vergroten. Het probleem waar Duisenberg en de ministers van Financiën tegenaan lopen is dat de euro een éénrichtingsgok dreigt te worden in de valutamarkten. Als de handelaren de overtuiging hebben dat ze alleen maar kunnen winnen door euro's te verkopen, is er geen houden aan. Dan helpen geruststellende uitspraken niet.

De harde werkelijkheid is dat er een gestage kapitaalstroom uit de eurolanden naar de Verenigde Staten plaatsheeft. De verwachtingen over de Amerikaanse economie zijn positiever dan over de Europese. Ook al vertonen de grote Europese landen een behoorlijk economisch herstel en gaat het in de kleinere Europese landen al jaren uitstekend. De enige manier die Duisenberg ter beschikking staat om deze uitstroom van kapitaal te keren, is de rente draconisch te verhogen. De Verenigde Staten hebben dat in 1979 gedaan toen de dollar kelderde en de inflatie uit de hand liep. Maar in euroland is de inflatie laag en zo een renteverhoging zou een recessie tot gevolg hebben.

DE VRAAG IS derhalve: moeten de burgers van euroland zich zorgen maken nu de wisselkoers met een kwart is gedaald sinds de euro op 1 januari 1999 werd geïntroduceerd? Het gemakkelijke antwoord luidt dat er niets aan de hand is. De Europese Centrale Bank hanteert geen doelstelling voor de wisselkoers. De ECB staat voor handhaving van de prijsstabiliteit. Devaluatie is iets anders dan inflatie. Bovendien komt de koersdaling sommige landen goed uit: zij bevordert de export, zij zwengelt de economie aan en het lijkt gratis geld. Maar zo is het natuurlijk niet. Het is een mercantilistisch misverstand dat export `goed' zou zijn en import `slecht'. De Verenigde Staten hebben al jaren een tekort op hun handelsbalans. Weinigen zullen beweren dat het slecht gaat met de Amerikaanse economie.

Er bestaat een ander gevaar. Een zwakke munt schuift economische hervormingen op de lange baan. De concurrentiekracht blijft gehandhaafd dankzij de waardevermindering van het geld. Dat is het oude `Italiaanse model'. Nu de druk om te voldoen aan de criteria voor toelating tot de Economische en Monetaire Unie is weggevallen, is er kennelijk een gevoel ontstaan dat het welletjes is met aanpassingen van de economische arrangementen in Europa.

GERUSTSTELLENDE verklaringen van politieke leiders en economen dat een devaluatie van 25 procent geen ramp is, zijn gevaarlijk. Ze zetten de poort open naar de vluchtroute van devaluatie in plaats van hervorming. Over anderhalf jaar worden de nationale bankbiljetten omgewisseld in euro's en dan moet absoluut niet de mening onder het publiek bestaan dat de euro `zacht geld' is. Er is alles aan gelegen om die opvatting tijdig te keren.