VN tonen zich hardleers in Sierra Leone

VN-soldaten zitten in Sierra Leone in het nauw. Het zijn vertrouwde beelden die herinneren aan Somalië, Rwanda en Bosnië.

De gijzeling en dood van VN-soldaten in Sierra Leone brengen de herinnering aan de VN-debacles in Somalië, Rwanda en Bosnië plotseling weer tot leven. Na alle retoriek en rapporten van de afgelopen jaren dat de VN hun les geleerd hadden van deze rampen, staan er opnieuw VN-troepen met hun rug tegen de muur. Zeker vijf VN-vredeshandhavers zijn al gedood, tweehonderd worden er vermist en driehonderd gegijzeld. De gijzelingen in Sierra Leone brengen letterlijk beelden op het netvlies terug uit Bosnië, waar de Bosnische Serviërs in mei 1995 een paar honderd UNPRFOR-soldaten gijzelden. En dat terwijl Sierra Leone na jaren weer de eerste echte vredesoperatie van de VN in Afrika moest worden.

Na het debacle in Bosnië in 1995 durfden de VN jarenlang geen serieuze vredesoperatie te ondernemen, zo traumatisch was de inname van de moslimenclave Srebrenica, het onder de voet van lopen van de Nederlandse blauwhelmen en het vermoorden van duizenden moslims geweest. De bereidheid van landen, en zeker Amerika, om nog troepen af te staan aan de VN was verder geslonken. De VN stuurden hoogstens wat waarnemersmissies uit, zoals naar Angola en Congo.

Vóór, tijdens en na de oorlog in Kosovo kwam er vorig jaar geen enkele VN-soldaat aan te pas, het Westen liet al het militaire werk geheel aan de `eigen' NAVO over, niet gehinderd door potentiële dwarsliggers als Rusland en China in de VN-Veiligheidsraad. Toen vervolgens in september op Oost-Timor massale moordpartijen uitbraken, werd daar evenmin een VN-vredesoperatie opgetuigd. De VN zouden daar pas maanden later met soldaten onder VN-vlag in stappen.

De collectieve les van de wereldgemeenschap uit Somalië, Rwanda en Bosnië was immers dat de VN alleen nog nieuwe vredesoperaties zouden beginnen als zij een realistisch mandaat en adequate middelen hadden. Zo stond het ook in twee rapporten met `zelfanalyses' van de VN over Rwanda en Bosnië. Het uitsturen van onderbemande en slecht bewapende VN-eenheden, met onvoldoende politieke steun van de grote landen, om de vrede te handhaven in gebieden waar helemaal geen vrede bestaat, mocht niet meer voorkomen.

Maar de VN - uiteindelijk niet meer dan een toevallige optelsom van nationale belangen - zijn hardleers en opportunistisch, zo bleek in oktober vorig jaar toen in Sierra Leone een vredesoperatie moest worden opgetuigd. Volgens de Amerikanen en de Britten hoefden de VN-soldaten in Sierra Leone geen vrede op te leggen, maar slechts te bewaken, hoe fragiel het vredesakkoord ook was. Zij mochten geen actief geweld gebruiken om de rebellen in te tomen. Van robuuste Westerse militaire steun was evenmin sprake. Afrika heeft nog altijd geen grote strategische prioriteit voor het Westen, ondanks de vele speciale zittingen die de VN-Veiligheidsraad de afgelopen jaren aan het continent heeft gewijd en ondanks de retoriek van Westerse ministers en diplomaten.

De Amerikanen, Britten en Fransen stuurden eind vorig jaar geen eigen troepen. Een ratjetoe van 8.700 soldaten uit een reeks van landen, zoals Nigeria, Kenia en Zambia, mocht het werk opknappen. Geen geharde professionele eenheid, die zich kan verweren tegen provocaties of geweld van de strijdende partijen. Zodra de partijen de VN-soldaten zelf aanvallen, zo blijkt nu weer, zijn de vredeshandhavers niet in staat zichzelf te beschermen, laat staan toe te zien op naleving van een vredesakkoord.

De minister van Buitenlandse Zaken van Sierra Leone, Sama Banya, noemde dat vredesakkoord vorig jaar oktober nog ,,een bittere pil om te slikken voor de gemiddelde bewoner van ons land''. Ook VN-gezanten erkenden bij herhaling dat de vredesregeling niet voldoet aan de elementaire beginselen van rechtvaardigheid. De slachtoffers van negen jaar burgeroorlog werden verontachtzaamd. De rebellen met een groot aantal doden en gruwelen op hun conto werden grootmoedig beloond.

Volgens het akkoord dat op 7 juli 1999 werd gesloten, krijgen alle strijders amnestie, ook de rebellen die bij duizenden burgers handen of voeten afhakten, ook de guerrilla's die begin vorig jaar bij een aanval op de hoofdstad Freetown duizenden mensen doodden, honderden vrouwen verkrachtten en duizenden gebouwen in brand staken. Als ze hun wapens inleveren, ontvangen ze een royale financiële beloning. Ze komen in aanmerking voor een plaats in het regeringsleger. Hun leider, Foday Sankoh, de oprichter van het Verenigd Revolutionair Front (RUF) die in de gevangenis op de doodstraf zat te wachten, werd minister in de overgangsregering. Uitgerekend hij, de man die in de binnenlanden jarenlang de diamantvoorraad van Sierra Leone had geplunderd, werd tot voorzitter van de regeringscommissie voor exploitatie van bodemschatten benoemd.

Mensenrechtenorganisaties reageerden met ontzetting op het akkoord dat ,,misdaden legitimeert en honoreert''. Volgens Human Rights Watch verdienen de rebellen geen bescherming na de vreselijke gruweldaden die ze hebben gepleegd. Maar de VN stemden uiteindelijk met het omstreden vredesakkoord in omdat ze geen andere mogelijkheid zagen om een eind te maken aan het geweld.

Dankbaar hebben de rebellen geprofiteerd van de voordelen die de regeling hen bood. Maar de meeste verplichtingen die aan het akkoord waren verbonden, komen ze niet na. Van de ontwapening die al moest zijn afgerond, is weinig terechtgekomen. Nog altijd houdt de rebellenorganisatie grote delen van het binnenland bezet.

Bewoners van Freetown denken met weemoed terug aan de West-Afrikaanse vredesmacht ECOMOG die vóór de komst van de VN-missie de orde in de hoofdstad bewaarde. Die troepenmacht die voornamelijk uit goedgetrainde Nigeriaanse soldaten bestond, was onder de bevolking niet altijd even populair omdat ze een hardhandig optreden niet schuwde. Maar ze liet zich niet massaal door de rebellen in gijzeling nemen, zoals de VN-militairen vorige week is overkomen. En ze werd niet gehinderd door een beperkt mandaat dat de huidige VN-missie in deze noodtoestand een effectief opereren onmogelijk maakt.

    • Dick Wittenberg
    • Robert van de Roer