Villalonga onder druk

De positie van Telefónica-topman Juan Villalonga is gisteren verder onder druk komen te staan na een forse koersval van het aandeel van Spanjes communicatie-reus en kritische opmerkingen van de top van grootbank BBVA, de belangrijkste aandeelhouder van Telefónica. De aandelen Telefónica incasseerden gisteren een verlies van zeven procent van de waarde, waarmee het aandeel terugviel op het niveau van voor het bekend worden van de besprekingen met het Nederlandse KPN.

Tijdens de presentatie van een belangrijke kapitaalsvermeerdering van BBVA gisteren op de Madrileense beurs, liet co-bestuursvoorzitter Francisco González andermaal blijken dat de steun van de kerngroep van aandeelhouders aan de topman van Telefónica wankel is. BBVA sloot eerder dit jaar een strategische alliantie met Telefónica voor het ontwikkelen van internet-producten. Een alliantie die ondanks de problemen meer dan ooit bloeit, zo onderstreepte González. ,,Overeenkomsten worden tussen bedrijven gesloten, niet tussen personen'', aldus de bankier.

Hoewel González zijn uitspraak onmiddellijk verzachtte door op te merken dat het management van Telefónica nog steeds het vertrouwen van zijn bank geniet, wordt de opmerking vrij algemeen beschouwd als een teken dat de grootbank Villalonga nog liever vandaag dan morgen ziet vertrekken. In het financiële geruchten circuit hebben zich reeds de eerste kandidaten voor een mogelijke opvolging gemeld. Hoge ogen scoort daarbij César Alierta, voormalig bankier en door de regering benoemd als de topman van het geprivatiseerde Spaans-Franse tabkasconcern Altadis. Alierta was een van de onafhankelijke leden van het hoogste bestuursorgaan van Telefónica die samen met de vertegenwoordigers van de banken afgelopen vrijdag tegen de overneming van KPN stemde.

Het verzet van de BBVA tegen de plannen werd vooral ingegeven door een verwatering van de macht die voor de grootbank binnen de nieuwe combinatie dreigde. Thans bezit BBVA acht procent van de aandelen Telefónica en heeft een stevige greep op het bestuur. In de nieuwe situatie resteerde de bank slechts 5 procent van het aandelenkapitaal. Bovendien bestond er onzekerheid over de toekomst en bestemming van de zeventien procent van de aandelen in de combinatie die in handen van de Nederlandse staat zou komen.