Topmanagers geleidelijk opener over inkomen

Langzaam komt er meer openheid over een teer onderwerp: de verdiensten van Nederlandse topmanagers. Een salarisadviseur: ,,Wat mij verbaasd heeft is de weinige commotie die in de media is ontstaan.''

Langzaam openen zich de oesters van het Nederlandse bedrijfsleven. De salarissen van de topmanagers uit het polderland worden euro voor euro zichtbaar. De waas van geheimzinnigheid verwaait, maar met mate. De meeste grote concerns wagen zich er niet aan. Het blijft een teer onderwerp.

Oprichter en enig aandeelhouder J. Brus van Datelnet (communicatiediensten) ging drie weken geleden op de valreep niet naar de effectenbeurs. Te veel risico's in het wispelturige beursklimaat. Wat hij als directeur verdient kwam het beleggende publiek niet te weten. Wel wat hij met de beursgang wilde verdienen: 149 miljoen gulden voor ruim een derde van de aandelen.

Waarom staat de opbrengst van zijn aandelenverkoop wel in het prospectus, maar zijn, waarschijnlijk lagere, salaris als directeur niet? Brus is enig directeur en kan zich beroepen op de wettelijke uitzonderingsregeling dat eenlingen uit overwegingen van privacy hun bezoldiging niet openbaar hoeven te maken. Bedrijven met meer directieleden hoeven slechts de gezamenlijke honorering in hun jaarverslag te vermelden.

Maar opeens is het er dit jaar. Meer openheid bij Nederlandse bedrijven over met name de lucratieve aandelenopties die hun topmanagers bezitten. En hier en daar wordt ook meer openheid gegeven over de salarissen en bonussen van individuele leden van de raad van bestuur.

Vier half Britse, half Nederlandse ondernemingen (uitgever Reed Elsevier, levensmiddelenconcern Unilever, oliemaatschappij Shell en automatiseerder CMG) gaven al gedetailleerd inzicht in de inkomsten van hun bestuurders. Zij volgen daarvoor de Britse voorschriften die tot vergaande openheid dwingen.

Maar nu komen ook elektronicaconcern Philips, verzekeraar Aegon, chemiereus Akzo Nobel, uitgever VNU en handelshuis Buhrmann met informatie over individuele salarissen en over de bonussen die aan de winst zijn gekoppeld.

De openheid lijkt niet zozeer ingegeven door de oproep van de vakbeweging, de coalitiepartner in het poldermodel. Openheid lijkt zo langzamerhand pure noodzaak, omdat internationale (lees: Amerikaanse en Britse) aandeelhouders de informatie van huis uit gewend zijn en hun normen `exporteren' naar ondernemingen waarin zij (willen) beleggen.

Het is niet de hoogte van de salarissen die H. Bedet, leider van de beloningspraktijk van adviesbureau Towers Perrin in Nederland, is opgevallen. En ook niet het feit dat sommige topmanagers prestatiebeloningen kennen die hun nog eens een jaarsalaris extra opleveren.

,,Wat mij verbaasd heeft is de weinige commotie die in de media is ontstaan'', zegt Bedet, die in zijn functie prima uitzicht heeft op de structuur van de beloningen in het Nederlandse bedrijfsleven en de verhoudingen ten opzichte van buitenlandse bedrijven.

Bedet: ,,Bij een van de bedrijven die nu aan de orde zijn weet ik van binnenuit hoeveel bezwaar er was tegen openbaarmaking van deze cijfers zonder dat daarvoor een wettelijke verplichting is.''

Het netwerk van commissarissen, die de beloningen van de topmanagers vaststellen, bewijst hier zijn diensten, concludeert hij. ,,Het geeft onderling geen grote verschillen.''

Dat Amerikaanse bestuurders in Nederlandse raden van bestuur meer verdienen dan de voorzitter verbaast hem niet. ,,Ik kan mij herinneren dat Kalff [voorzitter van de raad van bestuur van ABN Amro, red.] onlangs, en niet in klagende zin, opmerkte dat er bij zijn bank behoorlijk veel mensen rondlopen die meer verdienen dan hij. De zakenbankiers in de Londense City bijvoorbeeld.''

Hij ziet het spanningsveld rond de beloningsverschillen zich in de raden van bestuur aftekenen, en net als bij de fusie van Daimler-Benz en Chrysler ziet hij welke kant het opgaat. De Amerikaanse topmanagers van Chrysler verdienden aanzienlijk meer dan hun nieuwe Duitse collega's. ,,Ze trokken de verschillen gelijk door de salarissen van de Duitsers te verhogen.'' Bedet verwacht dat de tendens van een `verhoging in stapjes' naar het niveau van de Amerikaanse collega's in Nederland ook zal plaatsvinden.

Uit de jaarverslagen van sommige bedrijven blijkt nu ook met welk percentage het basissalaris van hun topmanagers is gestegen. De Koninklijke Shell verhoogde de beloning van de Nederlandse directeuren vorig jaar bijvoorbeeld met 2,5 procent. Bij Philips bleef het basissalaris stabiel. Allemaal keurig in lijn met afspraken, vorig jaar, tussen de vakbonden en de werkgevers dat de bedrijven hun topmanagers geen excessieve loonstijgingen zouden toekennen.

De vakbeweging bestookte de werkgevers daaraan voorafgaand met verwijten, toen uit een onderzoek van de Volkskrant naar de stijging van de salarissen van topmanagers was gebleken dat zij er bijna 8 procent op vooruit waren gegaan, terwijl de CAO-lonen met 3procent waren verhoogd.

Opmerkelijk is de collectivistische inslag bij de geldgiganten ABN Amro en ING, die geen van beide details geven over beloningen. ABN Amro meldt wel dat alle bestuurders evenveel salaris en tantième krijgen, maar dat de voorzitter ,,circa 14 procent'' meer ontvangt.

Bij ING verdient een bestuurder 1,3 miljoen gulden, zo vertelde scheidend voorzitter G. van der Lugt afgelopen week de aandeelhoudersvergadering. De voorzitter krijgt een toeslag van 20 procent. Alle bestuurders hadden een bonus van 30 procent.

    • Menno Tamminga