Staatsschuld slinkt verder

De staatsschuld komt dit jaar voor het eerst onder de zestig procent van het bruto binnenlands product (BBP). Daarmee voldoet Nederland aan de zogenoemde EMU-criteria.

Dat staat in de Voorjaarsnota, die vandaag naar de Tweede kamer is gestuurd. Uit de nota blijkt dat de staatsschuld dit jaar 520 miljard gulden bedraagt. Dat is 59,6 procent van het BBP.

Bij het opstellen van de regels voor de Europese en Monetaire Unie (EMU) is afgesproken dat deelnemende landen hun staatsschuld onder de zestig procent moesten brengen. Deze afspraken, het Verdrag van Maastricht, maken deel uit van het zogenoemde stabiliteitspact. De afgelopen jaren daalde de Nederlandse staatsschuld al van ruim 70 procent in 1997 naar het huidige niveau.

In de Voorjaarsnota staan verder de verwachte groeicijfers voor de komende jaren. Dit jaar verwacht Financiën een groei van 4 procent.

Ook de omvang van de meevallers zijn opgenomen in de nota. Dit jaar heeft de overheid 5,6 miljard gulden extra te verdelen ten opzichte van de afspraken in het regeerakkoord. Vooral onderwijs (1,3 miljard) en gezondheidszorg (0,8 miljard) profiteren hiervan. Aan de inkomstenkant bedraagt de meevaller dit jaar 11,1 miljard gulden. Dit bedrag moet in principe gelijkelijk worden verdeeld over aflossing van de staatsschuld en lastenverlichting.

In de politiek gaan stemmen om geen geld meer te besteden aan lastenverlichting vanwege het risico van oververhitting van de economie.

NOTA www.nrc.nl/DenHaag