Publiek draagvlak nodig voor uitbreiding EU

Slechts weinig Europese burgers ervaren uitbreiding van de EU als belangrijk. Maar uitbreiding is té belangrijk om alleen aan regeringen en technocraten over te laten, meent Lousewies van der Laan.

Vandaag is het Europadag, dit jaar voor de vijftigste keer. De Nederlandse regering onderstreept dit heuglijke feit door een `Eurotrein' door het land te laten rijden waar politici uit Nederland en andere landen met elkaar in discussie gaan over de aanstaande uitbreiding van de EU met de landen in Midden- en Oost-Europa. Eindelijk eens wat anders dan de eeuwige Postbus 51-spotjes. Het is hoog tijd dat de regering ruchtbaarheid geeft aan dit belangrijke onderwerp. Maar het is een illusie te denken dat dit de publieke betrokkenheid bij de uitbreiding garandeert. Daarvoor moet het toetredingsproces radicaal worden veranderd.

Volgens de laatste Eurobarometer-peilingen ervaart slechts 27 procent van de EU-burgers de uitbreiding als belangrijk. Europa realiseert zich blijkbaar nog niet wat voor enorme veranderingen de uitbreiding teweeg zal brengen. De beleidsmakers zijn zo enthousiast bezig met hun Grote Politieke Project dat ze vergeten dat dit invloed zal hebben op iedereen in Europa. Het getuigt van een paternalistische instelling om te denken dat met wat overheidsvoorlichting de steun vanzelf wel komt. Om betrokkenheid bij de uitbreiding te verzekeren is méér nodig: mensen, bedrijven en NGO's moeten een partner zijn in het proces.

Natuurlijk is het zo dat helemaal aan het eind van het traject de toetredingsverdragen goedgekeurd en geratificeerd worden door de betrokken parlementen. Maar dan gaat het om niet meer dan een ja of nee tegen het eindresultaat en wie dan nog spelbreker durft te zijn moet van goede huize komen. Wat we nodig hebben is werkelijke, publieke controle op het toetredingsproces. Daarvoor is het noodzakelijk dat nu al openheid van zaken wordt gegeven. De onderhandelingen worden nu gevoerd door regeringsvertegenwoordigers en Commissie-ambtenaren in besloten vergaderingen. Het is vrijwel onmogelijk om inzicht te krijgen in wat er besproken wordt.

De term `onderhandelingen' is misleidend: de uitkomst is immers al bekend. De kandidaat-lidstaten zullen de volledige EU-wetgeving (het acquis communautaire) over moeten nemen. Waar de besprekingen in feite over gaan is de duur van de overgangstermijnen die de toetreders krijgen voor de verschillende wetgevingsdossiers. Zo zal Polen stellen binnen 3 jaar de landbouwregels te hebben toegepast om zo snel mogelijk Europese subsidies te krijgen. De EU, aangespoord door Frankrijk wiens boeren niet kunnen concurreren, zal misschien 8 jaar vragen. Als het eindresultaat dan 7 jaar wordt, moet dat ook voor de consumenten in Nederland te begrijpen en te accepteren zijn. Zij wilden wellicht al veel eerder de goedkope Poolse producten, maar worden voor een voldongen feit gesteld. Zolang de besprekingen plaatshebben achter gesloten deuren is het voor NGO's, bedrijven, parlementariërs en publiek onmogelijk om invloed op het proces uit te oefenen of zelfs maar te achterhalen op wat voor gronden een overgangstermijn is toegekend. Het resultaat is dat de Europeanen vervreemden van deze ingrijpende veranderingen in hun leven.

Er is geen enkele garantie dat de toelating van Oost-Europese landbouwproducten niet wordt uitgesteld omdat Franse boeren de concurrentie niet aankunnen. Het is niet onvoorstelbaar dat aan het eind de rechten van Roemeense homo's (die nog in de gevangenis belanden) worden uitgeruild tegen het eerder openen van de Roemeense markt voor melk uit de EU. Voor al dit soort ingrijpende beslissingen is publiek draagvlak nodig. Objectieve feiten moeten de doorslag geven. In het bovenstaande voorbeeld zou het moeten gaan om de betrouwbaarheid van de Poolse voedselinspectie. Waar politiek deals moeten worden gesloten, moet dat gebeuren in de openbaarheid, met democratische controle. Alleen dan kan de uitbreiding de steun van de bevolking krijgen.

Deals in gesloten raadskamertjes hebben ons in het verleden al opgezadeld met de Straatsburgse zetel van het Europees Parlement en de vele andere onvolkomenheden die de EU rijk is. De regeringen moeten beseffen dat zij niet meer automatisch het mandaat hebben om zonder verantwoording af te leggen te besluiten wat ze willen.

Dat het openbaar maken van het verloop van de besprekingen heel goed mogelijk is, bleek onlangs op een conferentie in Maastricht waar de hoofdonderhandelaars van alle toetredende landen aanwezig waren. De Sloveense regering is bijvoorbeeld gehouden haar uitgangspunten voorafgaand aan de toetredingsbesprekingen ter goedkeuring voor te leggen aan het parlement. Hiermee loopt Slovenië niet alleen voor in openheid op de andere kandidaten, maar ook op Nederland en de andere lidstaten. Toch zou het bijzonder makkelijk zijn om zowel de inzet van de kandidaten (de position papers) alsook de reactie van de Unie op internet te publiceren.

De huidige voorzitter van de EU, Portugal, stelde dat er geen enkel risico was dat gebrek aan publieke steun voor een terugslag ging zorgen. Immers, ,,alleen randgroepen zijn tegen de toetreding''. Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Er is geen brede publieke steun. Uit vele geledingen van de maatschappij klinken waarschuwende geluiden over de manier waarop de uitbreiding nu wordt voorbereid, zoals recentelijk in deze krant van Giscard d'Estaing en Helmut Schmidt (20 april). Wat de EU in Maastricht liet zien was een zeldzaam vertoon van naïviteit, dat niet alleen in tegenspraak is met opiniepeilingen, maar ook met de stemming in de kandidaat-lidstaten, waar de angst voor de concurrentie met de hooggekwalificeerde arbeidskrachten en producten uit de EU begint toe te nemen.

De geslotenheid rondom de uitbreiding speelt bovendien populisten in de kaart. Natuurlijk zou het heel goed zo kunnen zijn dat meer openbaarheid in eerste instantie leidt tot een toename van de publieke scepsis. De regeringen moeten die koudwatervrees overwinnen en investeren in het toekomstig draagvlak voor de onomkeerbare besluiten. De Europeanen moeten nu juist beseffen hoeveel werk er eigenlijk nog verzet moet worden voordat de Oost-Europese landen volwaardig aan de EU kunnen deelnemen. Op de langere termijn kan de publieke scepsis alleen overwonnen worden met transparantie. Verder uitblijven van openheid zal de roep om uitstel alleen maar doen toenemen.

De uitbreiding van de EU is té belangrijk om alleen aan regeringen en technocraten over te laten.

Lousewies van der Laan is Europarlementariër voor D66 en maakt deel uit van de ELDR-fractie.

    • Lousewies van der Laan