Onderwatertijger

In de romantische kastanjeallee van Oud Poelgeest, bij Leiden, spiegelen drie kastanjes zich in het stille water. Waar een storm de vierde heeft weggeslagen, ligt in de sloot een wortelstronk. Dat is de vaste nestelplaats van een paar futen. Ook dit jaar brengen zij daar hun jongen groot.

Toen ik laatst de kastanjeallee inliep, trof mij een ijzige stilte. De futenfamilie zat niet op haar nest. Twee meerkoeten haastten zich gealarmeerd weg van de kastanjestronk.

Uit de takkenwirwar kwam een glinsterende vissenrug boven water. Donkerbruine vlekken lagen in banden over gouden schubben. Een snoek – ruim een meter lang. Als een wrede onderwatertijger wentelde zij zich door de takken.

Twee kleinere mannetjes kronkelden om haar heen. Eentje had diepe krassen op zijn rug; door wellust bedwelmd had hij zich opengehaald. De drie snoeken slingerden zich naar dieper water, weg van het futennest. Drie slangen in de hof van Eden.