Japanners interessanter dan Telefónica

Dankzij de vanmorgen aangekondigde alliantie met NTT Docomo kan KPN profiteren van het succes van mobiele internet- diensten in Japan. Ook de financiële slagkracht van de Japanners komt van pas.

Ervaringen van NTT Domoco met mobiel internetten geven KPN steun in de rug

Keiji Tachikawa, topman van NTT Docomo, was tot voor kort buitengewoon stellig. De Japanse aanbieder van mobiele telefonie had geen belangstelling voor expansie in de Verenigde Staten of Europa. De groeiperspectieven in Japan en de rest van Azië waren voor hem interessant genoeg.

Toch komt het niet als een totale verrassing dat KPN vanmorgen een alliantie aankondigde met NTT Docomo. Dat de Japanners Europa wel degelijk met een schuin oog in de gaten hielden was al gebleken uit geruchten over hun interesse voor het Britse Orange, nu nog in handen van Vodafone/Mannesmann. Afgelopen week, toen de fusiebesprekingen tussen KPN en Telefónica nog de boventoon voerden, werd NTT Docomo al genoemd als één van de partijen die óók om de tafel zaten. Nu de fusie met het Spaanse telecommunicatiebedrijf is afgeketst kan KPN zich volledig richten op de Japanse partners.

Hoewel de alliantie van vanmorgen met zijn omvang van vijf miljard euro ver achterblijft bij de fusie met Telefónica (meer dan honderd miljard euro) zijn de perspectieven ervan misschien wel interessanter. NTT Docomo loopt dankzij zijn succesvolle mobiele dienst i-mode mondiaal voorop in zijn ervaring met mobiel internetten. Het weekblad The Economist berichtte onlangs dat Japanse tieners de nieuwste modellen van de i-mode als een sierraad om de nek hangen. Nieuwe diensten zijn ongekend populair. Zo zouden 700.000 Japanners via hun mobiele telefoon een strip ontvangen van Bandai, het bedrijf achter het succesvolle speeltje Tamagotchi. Volgens KPN heeft NTT Docomo al meer dan zes miljoen abonnees geworven voor de i-mode. Wegens de overweldigende belangstelling neemt NTT Docomo geen nieuwe inschrijvingen meer aan.

De i-mode is een soort tussenstap van de huidige betrekkelijk trage technologie voor mobiele verbindingen (onder meer GSM) naar UMTS, een nieuwe technologie die veertig keer sneller is en onder meer het verzenden van videobeelden mogelijk maakt. NTT Docomo hoopt deze opvolger volgend voorjaar te introduceren.

KPN en Europese telecommunicatiebedrijven in het algemeen kijken afgunstig naar het Japanse succes. KPN heeft in Nederland in november vorig jaar de dienst m-info gelanceerd in samenwerking met leveranciers van informatiediensten zoals nieuws (ANP), koersen en het weer. De Nederlandse dienst is echter nog relatief traag en biedt daarom vooral tekst.

De ervaringen van NTT Docomo op het gebied van mobiel internetten zouden KPN een stevige steun in de rug kunnen gegeven. Niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa. De Japanse technologie verschilt van de Europese. Volgens een Londense analist die niet met zijn naam in de krant wil, zijn de verschillen echter geen bezwaar. ,,De toepassingen die voor beide systemen bedacht kunnen worden, lijken sterk op elkaar'', zegt hij. ,,Het is vooral van belang er achter te komen voor welke diensten de klant interesse heeft.''

Het lijkt erop dat KPN en Docomo met hun mobiele internetdiensten een vergelijkbare aanpak hebben gekozen. Het succes van i-mode is onder meer te danken aan het feit dat Docomo de internetdiensten makkelijk bereikbaar heeft gemaakt, voor consumenten maar ook voor bedrijven die informatie willen aanbieden. Zakenbank Credit Suisse First Boston wees er onlangs op dat ook KPN heeft gekozen voor een open aanpak. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Vodafone, dat kiest voor het model van ,,een tuin met muren er omheen''. In deze `tuin' mag een beperkt aantal aanbieders tegen betaling informatie aanbieden. Dat levert de telecomaanbieder direct geld op, maar beperkt het aantal aanbieders van diensten.

Ondanks de tot voor kort afwijzende houding van NTT Docomo jegens expansie in Europa ligt het voor de hand dat de alliantie meer zal zijn dan een samenwerking op het gebied van technologie. ,,Beide bedrijven zullen ,,de mogelijkheden tot verdere expansie verder bestuderen'', heette het vanmorgen. De mogelijkheden liggen voor de hand. Om mee te blijven spelen op het hoogste niveau zal KPN zeer diep in de buidel moeten tasten. Grootste kostenpost zijn de tientallen miljarden die neergeteld zullen moeten worden voor de nieuwe mobiele telefonielicenties in tal van Europese landen.

Om zijn huidige positie te handhaven moet KPN niet alleen in Nederland aan de bak, maar ook in Duitsland en België. Naar de licentie in het Verenigd Koninkrijk heeft KPN geen serieuze gooi gedaan, maar met een overname van het Britse Orange, nu nog in handen van Vodafone, zou daarin verandering kunnen komen. KPN is voor licenties en overnames een serieuze kandidaat nu het behalve sterke Amerikaanse partners (Bell South, Qwset) als eerste Europese telecomaanbieder ook een belangrijke Japanse partner heeft gevonden. Bestuurslid J. Drechsel (internationaal) grapte vanmorgen over Orange: ,,Er zijn verschillende manieren om een kat te villen. Er zijn ook verschillende manieren om een sinaasappeltje te schillen.''

    • Michiel van Nieuwstadt