De machtigste man van het land

o ben je de mannetjesputter van Nederland en zo is het met je gedaan. Op het ene moment ben je de machtigste ambtenaar van het openbaar ministerie. Je bent de belangrijkste adviseur van de minister, je hebt de macht een groot ambtelijk apparaat te reorganiseren en elk woord dat in het publiek uit je mond komt verschijnt op de voorpagina's. Op het andere moment ben je niemand meer, ben je mentaal gebroken en lig je thuis uitgeteld voor de televisie.

Zo is het Arthur Docters van Leeuwen vergaan. In de jaren negentig werd hij van de binnenlandse veiligheidsdienst naar Justitie gehaald om daar leiding te geven aan het college van procureurs-generaal en van het openbaar ministerie een professionele organisatie te maken. Een super PG met een superbrein. Docters van Leeuwen was een buitenmodel jurist met een enigszins anarchistische inslag. Een man van klassieke democratische principes die ook aardig thuis was in de kunst van het manipuleren. Bij elke interessante vacature in het openbaar bestuur dook altijd zijn naam op en ook bij kabinetsformaties werd hij genoemd.

Doordat zijn naam nu gedevalueerd is hoeft Docters van Leeuwen voorlopig niet meer bij kabinetsformaties de wacht te houden bij de telefoon. En dat alles omdat hij een kardinale beoordelingsfout maakte die nooit meer goed te maken is. Hij solidariseerde zich met een collega die zijn ambt in opspraak had gebracht waardoor hij tegenover de minister kwam te staan en zich in de hoek van de `opstandelingen' liet manoeuvreren. Voor die fout zou hij zwaar bloeden: de aanstichter van de `opstand', die een kort geding tegen de minister aanspande om tijd te winnen voor zijn verdediging, werd gehandhaafd terwijl hij zelf de laan uit werd gestuurd. Het verweer dat hij voerde was rijkelijk naïef en voor een superbrein niet bijster slim: als de minister hem maar één keer had gewaarschuwd dat hij zijn verdediging van zijn collega had moeten staken dan was hij opgehouden. Maar niettemin, wat een verkwisting van talent dat deze moderne Johan de Witt nu zijn dagen slijt in het bestuur van een orgaan dat over de goede zeden van de effectenbeurs waakt!

Ad van Liempt en Ger van Westing brengen ons met hun boek over de machtsstrijd tussen de procureurs-generaal en minister Winnie Sorgdrager terug in die verbijsterende chaos die de justitiewereld twee jaar geleden op haar grondvesten deed schudden en in enkele dagen tijds een roemloos einde maakte aan de carrière van de imposante Docters van Leeuwen.

Het is een fascinerend relaas over klein begonnen hiërarchische geschillen tussen ambtelijke machten die geleidelijk kolossale afmetingen aannemen en volkomen uit de hand lopen, om tenslotte te eindigen in een tumult waarin alle partijen omkomen (Klem in de draaideur, Arthur Docters van Leeuwen en het ministerie van justitie 1995-1998, Amsterdam 2000).

De reconstructie die de twee auteurs van de gebeurtenissen geven plaatst de val van Docters van Leeuwen in een verklarend verband, dat zowel inzicht verschaft in de menselijke als in de institutionele niveaus van het conflict. Op het ene woedt de strijd tussen rivaliserende, elkaar verlammende machten (departement en openbaar bestuur), terwijl op het andere de persoonlijkheden botsen die te groot zijn voor de deuren waar ze dagelijks samen door moeten. Hoeveel politieke geestverwantschap er tussen de partijgenoten Sorgdrager en Docters van Leeuwen ook mag hebben bestaan, ik kan na lezing van dit boek niet de indruk van mij afzetten dat Docters te veel de neiging had mee te regeren en de hand van de minister vast te houden. Geen enkele zichzelf respecterende minister is daarvan gediend en zal dat over zijn of haar kant laten gaan.

Docters moet het veld ruimen, omdat hij tegen een van de meest fundamentele regels van ambtelijke loyaliteit heeft gezondigd. In het conflict over zijn collega Steenhuis (PG te Leeuwarden, wiens adviseurschap bij het organisatiebureau Bakkenist een rol had gespeeld bij de gunning van een onderzoeksopdracht van justitie) solidariseert Docters zich met een ambtgenoot waardoor hij tegenover zijn minister komt te staan. Maar ook Sorgdrager zal aan haar overwinning weinig genoegen beleven. Zij wordt niet gevraagd voor het ministerschap in het volgende kabinet en ook haar carrière eindigt roemloos.

Toch verdient Sorgdrager voor de bestuurlijke hervormingen die zij heeft ingezet meer krediet dan ze heeft gekregen. Uit het materiaal dat Van Liempt en Van Westing over de reorganisatie van de bestuursraad van het ministerie van Justitie presenteren komt een andere Sorgdrager tevoorschijn dan we in het conflict met de procureurs-generaal aan het werk hebben gezien. Achter de schermen levert ze in de laatste maanden van 1995 een taaie strijd tegen die enkele jaren tevoren ingestelde semi-autonome topstructuur van het departement, die zij geruisloos weer onder politieke verantwoordelijkheid weet te brengen. ,,Zij wil ervan af, ze wil een normaal, hiërarchisch bestuursdepartement, met een verantwoordelijke secretaris-generaal en aanspreekbare directeuren-generaal.'' Sorgdrager ergert zich volgens de auteurs dood aan de chaos in de top van haar ministerie, waar ze maar geen greep op kan krijgen. ,,Eenvoudige verzoeken om inlichtingen tijdens de ministersstaf verzanden in stroperigheid. Voortdurend zijn topambtenaren weg, op cursus of `aan het counsellen', zoals dat in het modieuze jargon van dit model heet.'' Sorgdrager noemt het zelf liever `in therapie'. Haar reorganisatie stuit op geniepig verzet, maar ze laat zich er niet door intimideren. Ze deinst er niet voor terug zich van muitende ambtenaren te ontdoen en de eerste kop die rolt is die van secretaris-generaal Suyver. Ze beschikt niet alleen over de daadkracht die van een minister verlangd wordt, ze toont ook moed. Die wapenfeiten moeten worden bijgeschreven in het politieke eindoordeel over haar ministerschap.

    • Harry van Wijnen