Daglicht brengt kleuren Jan Andriesse tot leven

Er is maar één minpuntje te noemen bij de overzichtstentoonstelling van Jan Andriesse (1950) in het Dordrechts Museum. Bij gebrek aan invallend daglicht op een wat mistige lentemiddag worden zijn schilderijen in de bovenzalen van het museum voorzichtig beschenen met tl-licht. En dat terwijl Andriesse kunstlicht verfoeit. Zijn werken ontstaan uitsluitend overdag, in een Amsterdams atelier waar het zonlicht van bovenaf door lichtkoepels binnenglijdt. De schilderijen van Andriesse gaan over licht. De gevoelige kleuren op zijn monumentale doeken absorberen het licht, stralen het weer terug en komen erdoor tot leven.

Neem bijvoorbeeld het schilderij Arco de Iris (1996) uit Andriesses regenboogserie. Hierop vervloeien de kleuren langzaam van zalmroze naar geel, groen, blauw en violet. De vier hoeken van het schilderij hebben duidelijk allemaal een andere kleur, maar waar de omslag op het doek precies plaatsvindt is met het blote oog niet zichtbaar. Bovendien lijken de kleuren te veranderen wanneer je er vanuit een ander standpunt naar kijkt. Het schilderij is in beweging en zo ongrijpbaar als de kleuren die onder invloed van het zonlicht in een fontein kunnen ontstaan. Niet eerder zag ik een schilderij dat het efemere karakter van een regenboog zo dicht benaderde.

Maandenlang werkt Andriesse soms aan één schilderij, dat uit tientallen, zoniet honderden lagen met marmerpoeder gemengde verf kan bestaan. Aan de huid van de schilderijen is dat niet af te lezen, die is altijd glad – de kwaststreken weg gepolijst met een wisser – en haast transparant. Alleen aan de dikke korsten verf langs de randen van het doek is te zien hoe lang de schilder heeft moeten zwoegen tot de juiste kleurnuance bereikt werd.

,,In een tijd dat kunst zich steeds bewuster wordt van haar publiek en probeert om zich van niemand te vervreemden, is zijn kunst onverschillig zowel voor de verleiding als voor de provocatie van anderen'', schrijft Marlene Dumas, Andriesses levenspartner, in de catalogus.

De schilder is met zijn uiterst consistente en langzaam uitdijende oeuvre een eenling binnen het huidige kunstklimaat, waarin modes elkaar in een steeds sneller tempo opvolgen. Het werk van Andriesse heeft niets te maken met de waan van de dag, maar gaat over tijdloze onderwerpen als licht, kleur, ruimte en compositie. Hij bestudeerde de kleurtheorieën van natuurkundigen als Newton en Plateau en past de eeuwenoude verhouding van de gulden snede toe in zijn composities.

Het is onbegrijpelijk dat Andriesse pas nu, in het jaar waarin hij zijn vijftigste verjaardag viert, voor het eerst een groot overzicht van zijn werk in een Nederlands museum mag inrichten. Zijn oeuvre mag dan weinig trendgevoelig zijn, het sluit wel naadloos aan bij de traditie van zuiverheid en soberheid die de Nederlandse schilderkunst al eeuwenlang kenmerkt.

Alsof Andriesse dat heeft willen benadrukken, hangt er bij de entree van zijn expositie, naast een reliëf van Jan Schoonhoven en een abstract doek van Edgar Fernhout, een Hollands rivierlandschap van Jan van Goyen uit 1651, waarin het licht door het wolkendek breekt en in het water weerkaatst.

Ook Andriesse schildert riviergezichten. Toen hij tussen 1978 en 1986 in New York woonde, zocht hij regelmatig de rust op van de Hudson rivier. Nu bestudeert hij dagelijks het water rond zijn woonboot in de Amstel. Op de tentoonstelling zijn prachtige studies te zien waarin de kunstenaar de vele gedaantes van water in inkt heeft gevangen. Golvend, kabbelend en gerimpeld water, water dat lichtjes trilt door een windvlaag of water dat schittert in het maanlicht. Soms zwemt er een meerkoet voorbij die strepen door het gladde oppervlak trekt en een enkele keer weerkaatst er een boom in het water. Maar meestal zijn het de schakeringen van het water zelf die als de nerven in een grenen plank voor een grillig patroon zorgen.

De op groot formaat geschilderde rivierlandschappen zijn abstracter, meer gereduceerd tot de essentie. De meanderende rivier die zich in de serie The river below, evening steeds opnieuw een weg door de zachtroze en -gele kleurvlakken baant, is eigenlijk niet meer dan een lijn die uitdijt en weer inkrimpt.

Maar wanneer je er langer naar kijkt, ontdek je steeds meer details. De lichtgekleurde omgeving, ofwel de uiterwaarden, is een fractie hoger dan het donkerblauw van de rivier. En aan de oevers is het blauw lichter gekleurd, wat de suggestie wekt dat het water daar ondieper is. Bovendien glinstert de blauwe verf meer, waardoor het water doorzichtig lijkt en je na een tijdje werkelijk begint te geloven dat het rozerode avondlicht erin weerspiegelt.

Na het bezoek aan de tentoonstelling komt de omgeving buiten grauwer over dan gewoonlijk. Ik neem me voor om nog een keer terug te gaan, bijvoorbeeld op een zomerse dag in juni, wanneer de warmte van het zonlicht deze pure schilderijen weer een heel ander aanzien zal geven.

Tentoonstelling: Jan Andriesse. Dordrechts Museum, Museumstraat 40, Dordrecht. T/m 18 juni. Di t/m zo 11-17u. Catalogus: ƒ 45,-. Internet: www.museum.dordt.nl

    • Sandra Smallenburg