Castellucci en de kerk der kerken

Binnenkort in het Holland Festival: de nieuwe voorstelling van de omstreden theatermaker Romeo Castellucci. Tragische liefde tijdens de Eerste Kruistocht, begeleid door veel katholieke symboliek en muziek van Monteverdi.

In Giulio Cesare (1998) voerde hij twee halfdode anorexia-meisjes op; in Genesi - From the Museum of Sleep (1999) stelde hij het publiek bloot aan een naakte vrouw met één borst, een kind met een Davidsster en een moordenaar met een verminkte arm. Romeo Castellucci wist het door de wol geverfde Holland Festival-publiek te schokken, en werd de lieveling van alle festivaldirecteuren ter wereld. Romeo Castellucci gaat ver - ook in zijn nieuwe theaterspektakel. Il Combattimento di Tancredi e Clorinda is nu te zien tijdens het FestivaldesArts in Brussel en begin juni tijdens het Holland Festival in Amsterdam.

Castellucci's nieuwe stuk is weliswaar ontdaan van in levensgevaar verkerende freaks, maar niet van obscure experimenten. Die vinden, o paradox, plaats in een helder verlichte ruimte. Een laboratorium, een snijzaal, een onwezenlijk-steriele plek waar mannen in witte pakken met rode kruisen erop hun preoccupatie met mystiek en geweld uitleven in alchemistische rituelen.

Castellucci liet zich inspireren door muziek en biografie van Claudio Monteverdi. Claudio's vader had een apotheek waarin hij riskante proeven deed - in een tijd waarin wetenschap en religie om de voorrang vochten. De Renaissance bracht God aan het wankelen. De barok wilde God zijn vaste plaats teruggeven. Claudio Monteverdi was zowel een kind van de Renaissance als een voorvechter van de barok en die dubbelheid herkende hij in het werk van de dichter Torquato Tasso.

Vroomheid en heidense nieuwsgierigheid gaan in Tasso's epische gedicht La Gierusalemme liberata een onzalig verbond aan. Tijdens de Eerste Kruistocht moet Tancredi voor de poorten van Jeruzalem tegen de heidenen ofwel de Moren vechten.

Ach lieve God, hij is verliefd op het heidense meisje Clorinda. Bij een bron ontmoette hij haar voor het eerst. En nu steekt hij haar neer, want zijn goede Clorinda herkent hij pas wanneer de geharnaste moslimstrijdster stervend om het doopsel smeekt.

In de bundel Madrigali amorosi en guerrieri (madrigalen van liefde en oorlog), gaf Monteverdi Tasso's tragische liefdesverhaal een centrale plaats; hij noemde het Il Combattimento di Tancredi e Clorinda en hij bracht alle muziek uit de bundel in 1624 in première. Met eerst een paar madrigalen zonder actie en dan de entree van de performers: Clorinda gewapend en te voet, Tancredi gewapend en te paard, en vervolgens begon de Verteller te zingen en hij hield alleen zijn mond als Clorinda zong of Tancredi. Castellucci haalt grillige dingen uit met Monteverdi's voorschriften. Tijdens een actieloos bedoelde madrigaal verschijnt Clorinda in een harnas dat direct uit elkaar valt; van het paard zien we aanvankelijk slechts een stijgijzer; en de Verteller is geen neutrale instantie maar een fanatieke kruisridder. Wat blijft is de ingetogen speelstijl.

Extreem traag bewegen de zangers, trefzeker als in trance. Twee tenoren en een bas proberen het menstruatiebloed van een maagd in een kelk te vangen en tappen met dezelfde plechtige ernst het zaad af van het nu wel zichtbare paard, compleet met stijve roede. Zo ontstaat een cocktail van seks en religie: de katholieke wel te verstaan - voor het geloof van Clorinda toont Castellucci geen greintje belangstelling.

Hoezeer deze Italiaan in de ban is van de kerk der kerken blijkt uit de hardnekkigheid waarmee hij haar symbolen ironiseert. Een schildering van Christus' kop draait net zolang rond tot Hij verdwijnt in een zuigende spiraal; een ingeslikt zwaard verbeeldt de hostie; een barokke kapel wordt volgespoten met zwarte verf.

Castellucci heeft een hoop te zeggen - en zit met zijn beelden tekst en muziek in de weg. Ontroering blijft uit, want de zangers en het barokensemble kunnen ons niet afleiden van het intellectuele werk dat wij moeten verrichten, in de vorm van het kraken der codes. De muziek wordt bovendien gedwarsboomd door andere muziek: een elektronische geluidsbarrière opgetrokken uit zachte Monteverdi-echo's en harde vogelgeluiden. Componist Scott Gibbons heeft net als Romeo Castellucci wel ideetjes maar nog geen fractie van het hier zo deerlijk ondergesneeuwde talent van dichter Torquato Tasso en toondichter Claudio Monteverdi.

Il Combattimento, door Socìetas Raffaello Sanzio. Regie en toneelbeeld: Romeo Castellucci; muziek: Claudio Monteverdi en Scott Gibbons; musici: Ensemble Concerto olv Roberto Gini. Van 4 t/m 7 juni in het Holland Festival, Amsterdam (020-5307111).