Zorgeloos zagen

Slecht handgereedschap zorgt voor veel lichamelijke klachten bij ambachtslieden en doe-het-zelvers. Een dure zaag slijt nauwelijks, werkt sneller en is veiliger. De laatste jaren wordt nog een extra eis gesteld: gereed- schap moet ook ergono- misch verantwoord zijn.

Valt er nog iets te verbeteren aan handgereedschap – aan hamers, tangen, moersleutels, vijlen en zagen? Je zou denken dat de uitvoering van dit soort gereedschap in de loop van eeuwen door de praktijk volledig is vastgelegd. In grote lijnen is dat ook zo. Een hamer is een hamer, een nijptang een nijptang – een kind kan ze al tekenen. Maar er bestaat toch een groot verschil tussen een waterpomptang uit de vijfguldenbak van een benzinestation en een waterpomptang van een degelijk merk. Het verschil zit hem niet zozeer in de vorm als wel in het materiaal. Een dure tang sluit nauwkeuriger, is goed verstelbaar, heeft een harde bek die stevig grijpt, slijt niet en breekt niet bij zware belasting.

Professionals zoals monteurs en ambachtslieden gebruiken altijd goed gereedschap. Daar hebben ze allerlei redenen voor. Goed gereedschap slijt nauwelijks – het is dus op den duur goedkoper. Maar zeker zo belangrijk is dat goed gereedschap sneller werkt. Met een scherpe zaag ben je eerder klaar. De klant van de loodgieter mag blij zijn dat deze een dure zaag gebruikt gezien zijn uurprijs. Ook werkt goed gereedschap nauwkeuriger, waardoor tijdrovend afwerken en bijschaven nauwelijks nodig zijn – alweer tijdwinst. En de vakman heeft natuurlijk ook zijn trots – hij zou zich doodschamen als een collega hem met amateurgereedschap zag.

Maar de laatste jaren wordt nog een extra eis aan professioneel gereedschap gesteld: gereedschap moet ook ergonomisch verantwoord zijn. Veel vaklieden lopen in de ziektewet met een tennisarm of met een carpaaltunnelsyndroom, een aandoening waarbij een zenuw in de pols bekneld raakt. Ook komen er allerlei andere aandoeningen voor die veroorzaakt worden door vaak herhaalde bewegingen en schokken onder verzamelnamen als RSI (repetitive strain injury), CTA (cumulatieve traumatische aandoening) en OOI (occupational overrule injury).

De tuinliefhebber die af en toe eens een takje snoeit, zal het niet zo gauw merken, maar de ongeoefende kantoorklerk die bij zijn neef die een huisje heeft, een hele middag niets anders doet dan takken knippen, krijgt 's avonds zijn hand niet goed meer open (als hij al geen blaren had). Wat dan te denken van de Franse wijnboer die maandenlang niets anders doet dan snoeien?

In 1995 presenteerde de Zweedse gereedschapsfabrikant Sandvik-Bahco op een conferentie over werkgebonden aandoeningen, Premus-95 in Montreal, een 11-stappenplan om te komen tot betere gereedschappen. De gereedschapslijn die voortkwam uit dit plan werd Ergo genoemd. Inmiddels zijn een stuk of tien soorten handgereedschap ontwikkeld en in productie genomen. De nieuwe Ergo-gereedschappen ogen weinig spectaculair, maar blijken op essentiële punten verbeterd.

Wat zeker niet opvalt zijn de afmetingen van de Ergo-gereedschappen. De grootte is precies zo gekozen dat zo'n 80 procent van alle handen, variërend van Chinese vrouwenhandjes tot Zweedse kolenschoppen, er goed mee werken kan. De hoek van het handvat met het gereedschap, het evenwicht van het geheel, de veerkracht van verschillende delen – al deze onderdelen werden door ergonomen grondig onder de loep genomen. Het resultaat is een lijn gereedschappen die vooral opvalt door zijn vanzelfsprekendheid: dit zijn tangen, moersleutels, schroevendraaiers en verfschrapers die als het ware vanzelf in de hand vallen. Je kunt er nauwelijks anders mee werken dan goed.

Opvallend aan de Ergo-gereedschappen is het handvat. Bijna overal is gekozen voor een handvat dat uit meer lagen bestaat. De metalen kern van het eigenlijke gereedschap wordt omgeven door een harde kunststof dat op zijn beurt op vitale plekken wordt bedekt door een rubberachtig elastomeer. Door dit elastomeer wordt de grip aanmerkelijk verbeterd. Dit leidt niet alleen tot gemakkelijker werken, maar heeft bij langdurige arbeid ook minder snel blaren tot gevolg omdat een groter deel van de hand de kracht kan afwikkelen.

De nieuwe Ergo-gereedschappen zijn behoorlijk prijzig – dat mag van een merk als Sandvik-Bahco ook verwacht worden. Ze zijn dan ook vooral voor de professionele markt bedoeld. Toch hangt een redelijk deel van het assortiment ook in de klushallen. Rob Langendoen van het Europese distributiecentrum Sandvik-Bahco in Helmond: ,,Je ziet dat er tegenwoordig een serieuze doe-het-zelver aan het ontstaan is, die geld over heeft voor goede gereedschap. Driekwart van onze omzet gaat naar de professional, maar de doe-het-zelfmarkt wordt ook voor ons steeds belangrijker.''

Bahco, bekend van zijn verstelbare moersleutel, en Sandvik, vooral bekend van zijn zagen, gaan sinds 1992 samen. In 1988 had Bahco al het Duitse Belzer opgekocht, fabrikant van hoogwaardig garagegereedschap. Deze hele groep, die zijn zwaartepunt in Europa heeft, werd vorig jaar door Sandvik AB aan het Amerikaanse Snap-on verkocht, wereldleider in handgereedschap. Sandvik AB blijft zelf actief in speciale gereedschappen, constructies en mijnwerktuigen. Het gevolg is dat de merknaam Sandvik volgend jaar van handgereedschap moet verdwijnen. De handzagen krijgen nog een jaar uitstel tot 2002. Waarschijnlijk gaat het merendeel verder onder de naam Bahco, ook de Ergo-gereedschapslijn.

Inmiddels is al duidelijk dat het Ergo-assortiment het goed doet. Langendoen: ,,Van de meeste gereedschappen waarvan we nu een Ergo-equivalent hebben, merken we dat die harder gaat lopen, ook al is die zo'n tien procent duurder dan de klassieke lijn die hij vervangt. Professionals zien de waarde ervan in, maar wat ik opvallend vind is dat ook veel doe-het-zelvers tachtig gulden voor een handzaag overhebben.''

Sandvik is absolute marktleider op het gebied van zagen. Bij de Ergo-handzagen is het blad van een zwarte coating voorzien die de zaag veel gladder maakt, wat veel in kracht scheelt. De nieuwe Ergo-ijzerzaag helemaal opnieuw ontworpen en is een juweeltje om te zien. Hoewel hij in vorm grotendeels overeenkomt met de veel goedkopere ijzerzaag van Stanley, wint de zaag van Sandvik het op alle details.

Ook de Sandvik Ergo-verfschrapers zijn juweeltjes om te zien. Langendoen: ,,Zo'n verfschraper is typisch een vergeten product. De beroepsziekte van schilders, chronische polsklachten, komt voornamelijk door het gebruik van verkeerde schrapers. Voordat ze met schilderen kunnen beginnen moet er dagenlang geschraapt worden. Als je dat met een ouderwetse driehoekschraper doet, merk je dat je al gauw kramp in je hand krijgt – je moet heel hard drukken. En hoe je je best ook doet, je houdt hem eigenlijk nooit goed vast. De ergo-schraper daarentegen neemt vanzelf de goede stand aan. En het handvat is zo gevormd dat je de schraper gewoon losjes kunt vasthouden.''

Het schraapstaal zelf, van een cobaltlegering, blijft bijzonder lang scherp. De snijkant is enigszins convex geslepen, waardoor de schraper in het midden schraapt en niet aan de hoeken, zodat geen krassen ontstaan.

Langendoen geeft onmiddellijk toe dat ook andere fabrikanten van gereedschap uitstekende producten leveren. Gedore, PB en Hazet zijn sterke merken op het gebied van garagegereedschappen (automotive zeggen ze in de branche), Knipex maakt voortreffelijke tangen. Maar Sandvik zou geen onderdeel van de Bahco-groep zijn, als het niet de beste verstelbare moersleutels maakte. Er worden meer dan zestig verschillende bahco's gemaakt – alleen al van de Ergo-serie. Het voordeel van een goede bahco is dat hij een hele kist steeksleutels overbodig maakt. Langendoen: ,,Bij de Ergo-lijn is vooral de handgreep sterk verbeterd. Hij is met zacht elastomeer overtrokken, zodat hij altijd warm aanvoelt, wat natuurlijk 's winters erg prettig is. En hij glijdt niet uit je hand, ook niet als je vettige handen hebt. Het elastomeer zelf is uitstekend tegen olie bestand. Je kunt ze heet schoonmaken. Ja, je kunt dit soort gereedschappen zelfs steriliseren in een autoclaaf.''