Rijnvos wandelt door een expositie van Joseph Beuys

,,Koude komkommersoep is de Duitsers een gruwel. Wij eten haar maar al te graag. Ons staat melkpap tegen, waarover de Duitsers weer in verrukking raken. Niet voor niets is de symfonische doorwerking evenals de filosofie een voornamelijk Duitse vinding.'' Op deze originele wijze analyseerde de Russische componist Moesorgski in de 19de eeuw de invloed van smaak en landsaard op de symfonische techniek.

Zaterdag, tijdens de Matinee in het Concertgebouw, beleefden wij de première van Richard Rijnvos' volledige serie Block Beuys, Raum 1-7, zíjn wandeling door het Hessisches Landesmuseum te Darmstadt, waar Joseph Beuys (1921-1986) in de jaren '60 zeven zalen inrichtte met 270 objecten. De vergelijking met Moesorgski's Schilderijen van een tentoonstelling ligt voor de hand, maar gaat niet helemaal op, omdat het hier geen doeken maar veelal rituele installaties betreft, voornamelijk in vilt en vet. Typisch Duits is Rijnvos' muziek niet. Van een doorwerking is geen sprake. De klanken zijn even statisch als die van de Amerikanen Cage en Feldman. En een associatie met komkommersoep of melkpap snijdt al evenmin hout. Dit zijn geen voor- of nagerechten, maar pittig gekruide, stevige hoofdgerechten!

Als bindmiddel en tevens bedoeld om het ruimtelijke aspect te accentueren, dient in kamer 1 de nogal waterige tape, in kamer 2 het veel krachtiger kistorgel, in kamer 3 als meest intrigerende saus die van de verfijnde aquafoon (een ketel met 40 aan te strijken pijpjes). In dit stuk hoort men tevens de stem van Beuys, terwijl het vierde en laatste deel een samenvatting geeft van de ruimtes 4 tot en met 7 met het slagwerk als steeds aanwezige bindende element.

Opmerkelijk is hoe de dichtheid van één tot 28 stemmen toeneemt, terwijl de dynamiek juist vermindert. Per ruimte van p tot pppp. In de coda `Rückblick zum Abschied' schitteren de nootjes als puntige speldenknopjes. Je houdt je adem in. Heel sterk is hier de instrumentatie, alles prachtig in balans, helder en transparant.

Kamer 3, als het meest fluxusachtige deel, was nog niet eerder uitgevoerd. De slagwerker bespeelt een Beuys-achtige keukenstoel, laat stenen vallen, veegt de resten bijeen en gaat met een Beuys-mattenklopper in de weer: de Aktionen vallen, vegen en slaan. Voor de getoonde discipline had Helmut Lachenmann, specialist in dergelijke instrumentale acties, graag getekend — fascinerend!

's Avonds in het Utrechtse Muziekcentrum Vredenburg kwam het exploreren van de ruimte nog nadrukkelijker aan de orde. De musici van het Radio Kamerorkest op de puntjes van hun stoel gezeten, zetten zich in voor nog zo'n conceptionele nonconformist: Cornelis de Bondt. Die Wahre Art voor piano, orkest en elektronica naar ideeën van Carl Philipp Emanuel Bach biedt één grote Sturm und Drang-fantasie met gevarieerde chaconnes en scherzi, een cadens en een koraal. De Bondts gebalde retoriek mag spreekwoordelijk heten, al biedt hier de saus van de galmprocessor een weinig krachtige, nogal soepige toevoeging. Veel smaak daarentegen heeft de hartige cadens, messcherp vertolkt door Gerard Bouwhuis. Roderik de Mans Magnetic Fields als zoetig hapje vooraf werd erdoor uit de herinnering gevaagd.

Concert: Ives Ensemble. Rijnvos: Block Beuys. Gehoord 6/5 Concertgebouw Amsterdam. Uitzending Radio 4 10/5.

Concert: Radio Kamerorkest. Werken van De Man en De Bondt. Gehoord 6/5 Muziekcentrum Vredenburg Utrecht. Uitzending Radio 4 22/5.