LUZMILA CARPIO

Vogels en een zingende zaag, daar denk je aan bij de Boliviaanse zangeres Luzmila Carpio, al twintig jaar actief maar nog steeds niet 'ontdekt'. Dat van die vogeltjes is duidelijk want het tiende liedje op Kuntur Mallku heet Language of the Birds. Met een geneuriede melodie als `soprano continuo' twinkeliert, kwettert en krast Carpio in dit stuk dat het een lieve lust is. Ook in Phatitian Lullaby en het titelstuk dat is opgedragen aan de condor hoort men Carpio solo of slechts begeleid door de wind.

In de meeste liedjes zijn wel instrumenten te horen, panfluit, trommel en gitaar onder andere, maar ook dan blijft het geluidsbeeld helder, zij het tevens heel geheimzinnig. Want de fraseringen van Carpio doet soms meer aan China of de westerse Renaissance denken dan aan muziek uit Zuid Amerika.

Het meest frappeert haar soms superhoge geluid als ze bijgestaan wordt een mannenkoortje, zoals in Quyllur. Is dit een stem of een instrument? Het enige dat in de buurt komt is de zingende zaag met dat curieuze, oudmodische vibrato.

Voor oren die alles al hebben gehoord en vermoeide of cynische geesten kan Carpio werken als een frisse douche. De baas kan de pot op, de aandelen vergeten we, we zoeken onze rugzak en trekken de bergen in. Als vrije vogels die schijt aan de mode hebben.

Luzmila Carpio: Kuntur Mallku (Accords Croisés ACCD07). Distr. Walboomers Music. (020) 471 3107.

    • Frans van Leeuwen