Kafka aan de Amstel

In januari 1997 gaan drie Amsterdamse ondernemers op uitnodiging van de dienst Binnenwater Beheer naar het stadhuis. Felicitaties van de toenmalige adjunct-directeur Freek Salm. In het kader van een experiment met elektrisch varen zijn tien vergunningen te vergeven voor de verhuur van tien bootjes. ,,Zorg dat u er klaar voor bent'', zei Salm nog, ,,u kunt dit voorjaar van start.''

Ze wáren er klaar voor. De leningen waren snel afgesloten, de boten besteld en het personeel ingehuurd. Maar waar bleven de vergunningen? Op twee na zijn ze nooit afgegeven. In april schreef wethouder Dales aan de raad dat B en W heeft besloten het experiment te beëindigen. Wel gaat de gemeente ,,een inspanningsverplichting'' aan om – zodra er ,,een visie'' is ontwikkeld over het water – ,,nogmaals de mogelijkheden te onderzoeken'' voor verhuur van elektrische bootjes. Herman Marres (Stichting Elektronische Salonboten) en Ron van Hemert Stakenburg (Canal Motorboats) hebben nu elk een steiger in het water van de Kloveniersburgwal. De heren kunnen niet over de afgelopen jaren spreken zonder in een licht hysterische lach te schieten. Dit is Kafka aan de Amstel, zeggen ze. Thuis hebben ze meters dossiers liggen.

Het begon met een motie van raadslid Bijlsma (PvdA) van 3 april 1996. Het raadslid ergerde zich aan de rokende, lawaaiige plezierboten met lekkende dieselmotoren en zag voor zich hoe door de grachten ook stille, milieuvriendelijke bootjes zouden kunnen glijden. Wat daarna gebeurde, is eigenlijk niet na te vertellen. Het water is van niemand, dus iedereen bemoeit zich ermee. Bijna alle wethouders en tig diensten: binnenwaterbeheer, riolering en waterhuishouding, energiebedrijf, gemeentebelastingen, havendienst, openbare ruimte, ruimtelijke ordening, bouwvergunningen, bestemmingsplannen. Dat maakte het onmogelijk locaties voor de steigers aan te wijzen. Wás er een locatie gevonden, dan dook er altijd wel weer een dienst op die zei: overal, maar niet daar.

Vlak voor Kerstmis 1998 begaven Marres en Van Hemert Stakenburg zich woedend naar het stadhuis om in te spreken bij een hoorzitting. Opnieuw felicitaties. Ditmaal voor het gemeentebestuur. Dat ging zo: ,,Proficiat. U heeft op alle fronten gefaald. U heeft ons op alle fronten tegengewerkt. Wilt u weten hoe het met de elektrische bootjes gaat? Fantastisch. Binnenkort kunt u ze zien in de kluis van de bank.'' Dat kwam aan. Raadsleden sloegen met de vuist op tafel. ,,Schande. Zo gaan we in deze stad niet om met ondernemers.'' Resultaat: een financiële tegemoetkoming voor de ondernemers en een projectleider die het vlot moest gaan trekken.

De projectleider maakt haast. Vijf maanden later liggen er voor zes locaties bouwvergunningen ter inzage. De locaties zijn weliswaar in strijd met bestemmingsplannen, maar de Wet op de Ruimtelijke Ordening blijkt een ontsnappingsartikel te hebben. Maar dan komt – als een duveltje uit een doosje – de directeur van de milieudienst tevoorschijn. ,,Dát gaat zo maar niet. Voor een bouwvergunning is toch echt een milieuvergunning nodig.'' Een aanvraag daarvoor kost zeker zes maanden.

Voor de paar bewoners die fel zijn gekant tegen de komst van elektrische boten voor hun deur (,,De pretparkfunctie bedreigt de binnenstad'') is dit hét moment om naar de rechter te stappen. De rechter stelt de bewoners augustus 1999 in het gelijk en schort de bouwvergunningen op. ,,Wij verzoeken om handhaving'', schrijven twee bewoners een maand later aan de burgemeester. Greenpeace heeft bezwaar gemaakt uit naam van de watervogels.

Wethouder Dales formuleert het nu zo: ,,Ik constateer dat de gemeente in 1996 een besluit heeft genomen over elektrische verhuurbootjes dat onvoldoende was doordacht en onvoldoende integraal was afgestemd.'' Op 18 mei vergadert de raad over het lot van het experiment. Intussen krijgt Van Hemert Stakenburg, die ook nog een jachthaven heeft, brieven van de milieudienst die hem vraagt mee te denken over een folder voor de elektrische pleziervaart. ,,In tegenstelling tot het varen op fossiele brandstoffen gaat elektrisch varen niet gepaard met uitstoot van geluid en luchtverontreinigende stoffen in de stad'', schrijft de milieudienst. ,,Ook suggesties over distributie en publiciteit zijn welkom.''