IRA akkoord met inspectie wapendepots

Het aanbod van het verboden Ierse Republikeinse Leger (IRA) om zijn geheime wapenbergplaatsen te openen voor internationale inspectie heeft nieuw optimisme gewekt over het vastgelopen vredesproces in Noord-Ierland.

De IRA liet zaterdag in een verklaring weten mee te willen werken aan periodieke inspectie van zijn arsenaal om te bewijzen dat zijn wapens ,,volledig en verifieerbaar buiten gebruik'' zijn gesteld. De weigering van de groep om mee te werken aan zo'n regeling leidde in februari tot het opschorten van het zelfbestuur van katholieken en protestanten in Noord-Ierland.

De IRA gaf zijn verklaring nadat de Britse en Ierse premiers, Tony Blair en Bertie Ahern, twee dagen hadden vergaderd met de Noord-Ierse partijen over voorstellen om het zelfbestuur opnieuw in werking te laten treden.

David Trimble, de protestantse eerste minister van het zelfbestuur, gaf het voorstel een voorzichtig welkom, maar hij moet nu het halsstarrige deel van zijn partijgenoten overhalen het aanbod te accepteren. Zijn partij, de Ulster Unionist Party (UUP) weigerde verder te regeren met het katholieke Sinn Féin, de politieke tak van de IRA, zolang de republikeinse terroristen geen wapens inleveren. De IRA weigerde dat te doen, omdat dat gelijk zou staan met capitulatie. Het huidige voorstel vermijdt ook dat de IRA wapens inlevert.

Blair en Ahern zeiden te hopen dat het aanbod van de IRA herstel van het zelfbestuur per 22 mei mogelijk maakt. Dat is de datum waarop paramilitairen uit beide kampen volgens het Goede Vrijdagakkoord (1998) hun arsenalen moeten hebben ontmanteld. Peter Mandelson, de Britse minister voor Noord-Ierland, zei gisteren dat de deadline voor het voltooien van de ontwapening met een jaar is uitgesteld. Mandelson zal in het Lagerhuis alle partijen oproepen het IRA-voorstel te accepteren.

De Amerikaanse president Clinton noemde het aanbod ,,een waarlijk historische stap''. Trimble zei dat het ,,nieuw terrein lijkt te betreden'', hoewel het nog vragen oproept. David Ervine, een voormalige protestantse terrorist en leider van de Progressive Unionst Party (PUP), zei dat de IRA ,,nog nooit zo'n belofte'' had gedaan en dat ,,we nu een kans onder handbereik hebben''. John Hume, leider van de katholieke SDLP, die geweldloos nationalisme nastreeft, zei dat het ,,duidelijk maakt dat het geweer uit de politiek is genomen''. ,,Ik zou tegen David [Trimble] willen zeggen: dit is waar jullie op zaten te wachten,'' aldus Hume die in 1998 met Trimble de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Sinn Féin-leider Gerry Adams zei dat de IRA deze ,,emotionele en pijnlijke stap maakt omdat [de IRA] vrede wil.''

Onduidelijk is hoe republikeinse splintergroepen die het Goede Vrijdag-akkoord niet erkennen zullen reageren. Er bestaat vrees voor nieuw geweld door groepen als de Real IRA, verantwoordelijk voor de dodelijke bomaanslag in Omagh in 1998, wanneer de IRA de facto de `gewapende strijd' afzweert om een verenigd Ierland te bereiken. Onduidelijk is ook of protestantse terreurgroepen een `tegenaanbod' over hun eigen wapens zullen doen.

Als de wapeninspecties er komen, zullen ze worden geleid door de Finse ex-president Martti Ahtisaari en Cyril Ramaphosa, de voormalige secretaris-generaal van het Zuidafrikaanse ANC.