Internetten in de Sahara

Ontwikkelingsbank FMO maakt een speerpunt van ICT. Telefoon en internet kunnen de kenniskloof tussen het Westen en arme landen verkleinen.

Afgelegen dorpen in West-Afrika die altijd verstoken zijn gebleven van telefoon doordat de investeringen in een vast net veel te hoog duur zijn, hebben nu vaak een state-of-the-art-verbinding met de rest van de wereld. Een telefooncel midden in het dorp met een satellietzender, waar de bewoners kunnen bellen met een pre paid telefoonkaart. Dat is een sprong van pakweg de achttiende eeuw naar de eenentwintigste dankzij technologische vernieuwingen.

,,De zeer snelle ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie toont de kenniskloof tussen het Westen en de ontwikkelingslanden en maakt het tegelijkertijd mogelijk die kloof te verkleinen'', zegt directeur M. Barth van de ontwikkelingsbank FMO.

De mogelijkheden die informatie- en communicatietechnologie (ICT) bieden om de achterstand van de ontwikkelingslanden versneld in te lopen is één van de redenen voor de FMO om van ICT een speerpunt te maken. De versterking van de financiële sector blijft de belangrijkste activiteit van FMO, één van de grootste ontwikkelingsbanken van Europa. Maar daarnaast zal FMO, zoals morgen aan de aandeelhouders wordt voorgelegd, ook leningen en aandelenkapitaal steken in zaken als glasvezelkabel en mobiele telefoon. Wat FMO precies aan ICT helpt financieren moet in de praktijk worden onderzocht.

,,Je hoort bijvoorbeeld in Afrika veel praten over dorpen waar een jongen een computer heeft en voor vaak laaggeschoolde boeren op internet zoekt naar de beste prijzen voor de landbouwproducten'', vertelt C. Sprokel, ICT-expert van FMO. ,,Je kunt ook denken aan verbetering van de software voor banken, zodat die veel beter de administratie kunnen doen voor zogeheten micro-kredieten.'' Dat zijn zeer kleine leningen waarmee betrekkelijk arme mensen vaak zeer succesvol investeren in een bedrijfje, maar die door hun geringe omvang en veelheid een administratieve nachtmerrie zijn.

Het meeste geld steekt FMO vooralsnog in de telecommunicatie, waarvoor nu 60 miljoen euro is uitgetrokken (vijf procent van de totale portefeuille). Dat bedrag moet de komende jaren verdrie- of verviervoudigen. Telecommunicatie geldt namelijk als een stevige groeimarkt en heeft een ,,hoge ontwikkelingswaarde'' als infrastructuur voor economische ontwikkeling. FMO is onder meer mede-financier van de tweede mobiele-telefonieaanbieder in Roemenië en van een netwerk voor mobiele telefonie in El Salvador.

Het meest aansprekende project lijkt de medefinanciering van de optische glasvezelkabel voor de kust van Benin. In augustus 2001 moet de maritieme kabel SAT3/WASC van Portugal naar Zuid-Afrika klaar zijn. De optische kabel moet Afrika aansluiten op de rest van de wereld, de vraag naar telecommunicatie stimuleren en uiteindelijk de tarieven omlaag brengen.

Elk land betaalt het deel van de kabel voor de eigen kust, zo ook Benin. In Benin slaagt nu nog gemiddeld de helft van de inkomende gesprekken en nog geen derde van de uitgaande gesprekken. Met de glasvezelkabel, die het noordelijk en zuidelijk halfrond met elkaar verbindt, kan een enorme sprong voorwaarts worden gemaakt.

De enorme potentie van telecommunicatie doet de vraag rijzen waarom commcerciële financiers niet meedoen aan de projecten. Volgens Barth is dat wel degelijk het geval,,Het is zelfs een voorwaarde voor ons. Maar het gaat vaak om het laatste stukje financiering. Daar kunnen wij onze brugfunctie vervullen. Het is in elk geval wel zo dat internationale, commerciële financiers sinds de Azië-crisis huiverig zijn om investeringen te doen voor de lange termijn in de emerging markets.''

    • Karel Berkhout