Halitran levertraan

Een tafereel net voor de oorlog in december. Als de R in de maand was, zetten de Pasma's steevast hun zeven kinderen 's avonds op een rijtje op de rand van de tafel. Ze kenden te veel gevallen van Engelse ziekte bij kinderen (kromme benen), door te weinig zonlicht en weerstand. Levertraan maakte kinderen sterk. Vader opende de fles Halitran, de kinderen gruwden. Mond open, neus dicht en slikken maar. Moeder snelde er achteraan met de suikerpot.

Pieter Pasma gruwt er zestig jaar na dato nog van. ,,De lepel suiker hielp weinig. Daarvoor was de nasmaak van levertraan gewoonweg te verschrikkelijk.'' Levertraan was zo goed voor kinderen vanwege de vitamines A en D die er in zaten. De traan werd gekookt uit het spek van walvissen, die er de eerste helft van de vorige eeuw massaal een harpoen voor in hun lijf kregen.

Na de oorlog zetten de walvisvarende landen al gauw de jacht opnieuw op. Ook Nederland liet in 1950 nog een nieuwe walvisvaarder te water: de Willem Barentsz. Met dit schip ving men vooral vinvissen in het zuidpoolgebied. maar al na enkele jaren was de vangst niet meer lonend. Niet alleen in de noordelijke, maar ook in de Antarctische zeeën nam het aantal walvissen zienderogen af.

Levertraan werd een steeds schaarser product, maar de weerstand onder kinderen bleef onverminderd groot. Begin jaren vijftig speelden producenten daarop in met capsules met onder andere traan, die de smaak verpakten. Anderen, zoals Sanostol, profileerden zich in advertenties als `goede fee' omdat hun traan zou smaken als `frissche sinaasappel-limonade'. Scotts's Emulsion was één van de eerste echte levertraanvervangers. Mét vitamine A en D, kalk en fosfor maar zonder nasmaak. Een lepeltje Scott's per dag heeft, zo schreef de fabrikant, dezelfde heilzame werking als twee uur `zomersche zonneschijn'. Ook Davitamon werd groot. De weerstandspilletjes zijn nu nog het grootste product onder de zelf-zorg-geneesmiddelen.

In de jaren zeventig werd de jacht op walvissen echt omstreden. Greenpeace ging letterlijk met de vaarders in gevecht op zee. In 1985 maakte de Internationale Walvisvaart Commissie een einde aan de commerciële vangst. Toch proberen landen als Noorwegen en Japan nog steeds het verbod te ontduiken. Twee jaar geleden kaartten zij zelfs het afschaffen van dat verbod aan. In Noorwegen, maar ook in Engeland en Denemarken is levertraan nog heel gewoon. De flessen staan er nog steeds in de schappen van drogist en apotheek.

In Nederland is het lepeltje levertraan uitgewerkt. Halitran, één van de bekendste merken, bestaat niet meer. De naam is verkocht aan het Zwitsere Franfarm. De vitaminedruppels, preparaten en capsules doen het echter prima. Toch zijn sommige organisaties er niet van overtuigd dat Nederlandse kinderen levertraanvrij zijn. De farmaceutische reuzen verklaren wel dat zij vitamine A en D winnen zonder daarvoor walvissen af te hoeven slachten. Natuurproductdeskundigen sluiten echter niet uit dat het `o zoo gezonde' levertraan nog steeds de basis vormt van de gezondheidspillen.