Een onconventionele, impulsieve doener

Rijkman Groenink wordt woensdag benoemd tot bestuursvoorzitter van ABN Amro. Groenink, die scherpzinnigheid paart aan impulsiviteit, zal de bank ongetwijfeld een agressiever imago geven.

Op een dag, Rijkman Groenink werkte nog bij toenmalige Amrobank, kregen de hogere managers een videopresentatie over niet-opgeloste bankovervallen. Het was een instructiefilm van de interne veiligheidsdienst met beelden van een echte overval. Zo kon iedereen zien hoe dat nou in werkelijkheid gaat: boef, met bivakmuts, komt binnen, trekt een pistool en verdwijnt met het geld. Na afloop kwam er een vraag van een van de topmanagers. Of de heren van de veiligheidsdienst misschien niets was opgevallen? Was het niet zo dat de man met bivakmuts eerder ook al op de video te zien was? ,,Kunt u de film misschien even terugspoelen?''

Pas toen zag iedereen het: de dader, herkenbaar aan dezelfde jas en broek, stond luttele minuten vóór de overval nog ongemaskerd bij de balie. ,,Dat is nou typisch Rijkman Groenink'', herinnert zich Bert Heemskerk, tegenwoordig bestuursvoorzitter bij Van Lanschot Bankiers, en destijds Groeninks collega bij de Amrobank. ,,Die veiligheidsmensen hadden die film misschien al wel vijftig keer afgedraaid, maar dit was hen nooit opgevallen. Rijkman is echt het slimste jongetje van de klas.''

Slim. Scherpzinnig. Kundig. Dat zijn de positieve kanten van Rijkman (deze voornaam is een oude familietraditie) Groenink. Dan nu de negatieve. Hard. Bot. Te impulsief. Maar dat zegt niemand natuurlijk hardop. Verwacht niet, zo was al gewaarschuwd, dat veel mensen hun nek durven uit te steken over de nieuwe bestuursvoorzitter van ABN Amro.

En inderdaad.

Dit hoor je van corperate Nederland: ,,Wat ik nu ga zeggen is nadrukkelijk niet citeerbaar.'' En vooral: ,,U weet toch: ABN Amro zit overal met de neus bovenop. Ze zijn zó machtig in Nederland.'' En als klap op de vuurpijl: ,,On the record hoort u louter positieve dingen, off the record louter negatieve.''

Victor Koppe schiet in de lach. ,,Wil je een betere karikatuur van dit bastion?'' Hij durft wel. Maar hij is dan ook raadsman bij een kleiner advocatenkantoor dat eigenlijk toevalligerwijs het pad van Rijkman Groenink, destijds verantwoordelijk voor het Nederlandse kantorennet, kruiste. Dat gebeurde toen hij de verdediging op zich nam van een ABN Amro-werknemer uit het zogeheten diamantfiliaal aan de Amsterdamse Sarphatistraat. Daar brak enkele jaren geleden een schandaal uit toen bekend werd dat er honderden anonieme nummerrekeningen werden aangehouden, waar mogelijk zwart of zelfs crimineel geld was witgewassen. Vier medewerkers, onder wie Koppes cliënt, werden vervolgd, de bank ontsprong de dans. Onterecht, vindt de advocaat.

Al maanden probeert hij Groenink als getuige in de zaak te horen, maar de rechter-commissaris wil er niet aan. Vandaar dat er vandaag voor de Amsterdamse raadkamer een zaak dient die ervoor moet zorgen dat de nieuwe bestuursvoorzitter alsnog over de `Sarphatistraataffaire' wordt ondervraagd. Dat kan veel helderheid scheppen, vermoedt Koppe. Groenink was immers de man die ,,rücksichtlos een schoonmaakactie hield'' in het filiaal: ,,Toen hij zich er mee ging bemoeien, werd het kantoor letterlijk verbouwd, verdween er bewijsmateriaal, werden rekeningen van jarenlange relaties opgeruimd en kreeg de politie tegenwerking van de bank toen ze dossiers wilden hebben. Hoe kan dat allemaal? Via een getuigenverhoor wil ik weten hoe lang de ABN Amro-top eigenlijk al van deze nummerrekeningen wist en hoe Groenink erin slaagt de bank in deze affaire uit handen van justitie te houden.''

Daarmee is een gevoelig punt aangeroerd in Groeninks loopbaan en tegelijkertijd een veel genoemde reden waarom juist hij als bestuursvoorzitter wel eens een potentiële ,,risicofactor'' wordt genoemd. Niet onbegrijpelijk. Zijn naam is onmiskenbaar verbonden met een scala aan geruchtmakende zaken, bijvoorbeeld uit de periode dat hij de afdeling bijzondere kredieten leidde (KBB, Boskalis). Maar ook bij andere affaires, zoals Nedlloyd en het faillissement van DAF, dook zijn naam op. Deels, zo betoogt hij graag zelf, was dat allemaal toeval, omdat deze ondernemingen nou eenmaal in zijn portefeuille zaten. Maar deels was het ook zijn stijl die hem ongewild in de schijnwerpers plaatste. Meest geruchtmakend in dat verband was in 1991 de affaire rond automatiseerder HCS. Groenink werd beschuldigd van koersmanipulatie omdat hij grootaandeelhouder Joep van den Nieuwenhuyzen een aandelenverkooop zou hebben gesuggereerd, om zo de koers te drukken. Het leverde Van den Nieuwenhuyzen een rechtszaak wegens voorkennis op, waar hij overigens van werd vrijgesproken. In verhoren werd de gewraakte suggestie door Groenink zelf als een grapje afgedaan.

Geen van de betrokkenen wil nu openlijk over de zaak praten, maar een ingewijde noemt Groeninks optreden ,,ver over de grens''. Volgens hem was er helemaal geen sprake van een grapje: ,,Zo'n dijenkletser is hij niet en bovendien kan je je zo'n opmerking in zijn positie simpelweg niet permitteren. Het is onbewijsbaar, maar het dumpen van die aandelen om de HCS-koers te drukken zag hij gewoon als reële oplossing. Daarvoor gebruikte hij Van den Nieuwenhuyzen en ontliep hij de eigen verantwoordelijkheid als bank. Als het hem uitkomt, schroomt hij niet de ethische grenzen een stukje te verleggen.'' De HCS-zaak is trouwens nog steeds niet van Groeninks bordje: voormalig aandeelhouder Leon Melchior heeft nog een forse claim tegen hem lopen.

Toch oogst juist zijn harde opstelling veel waardering. En niemand betwist zijn scherpe analytische gaven. ,,Toen we laatst vergaderden met een aantal bankiers, begon het een beetje te kabbelen'', vertelt Arnold Schilder, directeur toezicht bij De Nederlandsche Bank. ,,Hij is dan iemand die ineens zegt: zo en zo zit het, met deze consequenties. Dan realiseer je je als deelnemer even: Ja, zoals Rijkman het nu zegt, zo is het.'' Schilder noemt het met gevoel voor understatement ,,ook wel weer leuk dat bij een club als ABN Amro zo iemand met veel ondernemingsdrift aan de top komt''.

Die opmerking zegt veel.

Zijn benoeming was niet voor niets verrassend. Bij ABN Amro ligt het meer voor de hand dat er brave bankiers boven komen drijven. Mannen die degelijk zijn, de taal van de bank spreken, carrièrelijnen hebben doorlopen, geen gekke dingen doen. Zelfs de Wall Street Journal zette de kaarten op Jan Maarten de Jong als opvolger van Jan Kalff. Maar het werd dus Groenink, volgens bronnen binnen de bank na een langdurige interne discussie, volgens Kalff zelf een beslissing die al weken vaststond. De huidige bestuursvoorzitter roemt zijn opvolger als ,,iemand met strategische capaciteit, leiderschap en de ervaring van het leiden van diverse divisies''.

Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank, loopt op verzoek de laatste topmannen van ABN Amro langs: ,,Nelissen was een felle man, Hazelhoff de pater familias, Kalff de wijze bestuurder. Groenink is echt van de nieuwe generatie, iemand die je in deze snel veranderende tijd nodig hebt. Hij zal de kleur van ABN Amro zeker veranderen, hij is geen Jan Kalff.'' Wellink noemt ,,het beetje geschapen beeld van een wildebras'' onterecht. Als mede-commissaris bij kredietverzekeraar NCM, zo vertelt hij, was Groeninks reputatie hem reeds vooruit gesneld: ,,Hij zou erg snel met het vormen van een oordeel zijn. Maar hij bleek slim en te beschikken over een enorme dossierkennis. Overigens: er is de afgelopen jaren veel bij hem veranderd: hij weet van zichzelf dat hij af en toe te snel loopt en dat hij aan de top anders zal moeten opereren.''

Er zijn meer mensen uit Groeninks omgeving die stellen dat hij als persoon veranderd is, onder andere door een ongeluk tijdens het jagen, naast tennis, knutselen en kunst, een van zijn hobby's. In 1987 schoot hij zichzelf door zijn arm waarna een ontsteking hem op het randje van de dood bracht. Zelf noemt hij het incident, dat hem een matige functionerende rechterarm heeft bezorgd, een omslagpunt in zijn denken over ,,de focus op het werk alleen''. Van recenter datum, zo vertelt Johan Kleyn, een van zijn beste vrienden en tegenwoordig advocaat bij Allen & Overy, is zijn scheiding: ,,Dat heeft hem enorm aangegrepen. In principe is je huwelijk een rechte weg. Voor iemand die gewend is altijd een rechte lijn te bewandelen, was het een schok om daar plotseling van af te moeten stappen.''

De breuk in zijn huwelijk, nu drieënhalf jaar geleden, was in zekere zin ook een breuk met zijn eigen verleden. Groenink, die twee jongere broers heeft en opgroeide in Hilversum, is afkomstig uit een Fries, protestants en typisch bourgeois gezin met Hugenotenachtergrond. Zijn vader, die geen enkele affiniteit met ondernemen had, was huisarts en schoolarts, een hoogbegaafde man die tandheelkunde en medicijnen studeerde. Hoewel hij zijn zoon al op zijn achtste jaar Spaans liet leren, was zijn eigen ambitieniveau laag, wat in de puberteitsjaren tot ergernis bij de jonge Groenink leidde, die zelf zeer ambitieus bleek. Het was in die tijd dat hij voor het eerst in aanraking kwam met het bedrijfsleven omdat hij verliefd werd op de dochter van voormalig Philips-topman Rodenburg. Zijn latere schoonvader speelde een beslissende rol in zijn verdere ontwikkeling. Groenink besloot niet een van de studies van zijn hart te volgen (geschiedenis of klassieke talen), maar voor de rechtenstudie in Utrecht te kiezen en de blik op het bedrijfsleven te richten. Na de Manchester Business School kon hij kiezen tussen de toenmalige ABN of de Amrobank. Het werd, door de grotere dynamiek, de Amrobank en zijn schoonvader bleef al die tijd een belangrijk klankbord. De scheiding van zijn vrouw betekende ook een pijnlijke scheiding met zijn schoonfamilie.

Hij hertrouwde met zijn assistente, die vanwege hun relatie noodgedwongen een andere werkgever moest zoeken. Het echtpaar heeft nu jonge kinderen en brengt een strikte scheiding aan tussen werk en privéleven. Binnen de bank is hij gevreesd om zijn hoge eisen, directheid en cynische humor (Kleyn: ,,Daarmee roept hij nogal eens spanningen op met zijn omgeving'') en geliefd om zijn loyaliteit, openheid en onconventionaliteit. Waar andere bestuursleden, analoog aan de hiërarchische ABN Amro-cultuur, via een speciaal liftje richting auto-met-chauffeur de garage uitzoefden, stond Groenink in de periode rond zijn scheiding gewoon met het koffertje in de hand tussen het `voetvolk' te wachten tot zijn assistente hem in een kleine middenklasser kwam oppikken. En op het huwelijk van Johan Kleyn, zo vertelt deze lachend, ,,verscheen Rijkman doodleuk in zijn jagerspak, want hij kwam net van de jacht''.

Zijn begin als bestuursvoorzitter komt niet in een makkelijke tijd. Na de behaalde recordwinsten uit het nabije verleden kan het gemakkelijk bergafwaarts gaan. Bovendien treft Groenink een vervelend welkomstcadeau aan in de vorm van de nasleep van de door ABN Amro verzorgde beursintroductie van internetaanbieder World Online. Verder moet de bank groter groeien in Europa en dat gaat door het gebrek aan internationale overnames moeizaam. Dat bleek bijvoorbeeld bij de mislukte overname van de Belgische Generale Bank waarachter Groenink de drijvende kracht was.

Deze tijd, zo vindt de nieuwe bestuursvoorzitter zelf, vraagt om korte lijnen, snel schakelen en een open houding. Knopen doorhakken is hem in ieder geval toevertrouwd. ,,Hij durft wel wat, maar is niet de persoon om eindeloze analyses te maken,'' zegt Heemskerk van Van Lanschot. En Johan Kleyn: ,,Rijkman zal de oplossing niet snel in het consensusmodel zoeken.'' Zelf geeft hij binnenskamers grif toe dat hij een hekel heeft aan de gangbare stroperige excuuscultuur en aan een klimaat waarin alles gladgestreken wordt. In die typische ABN Amro-taal hoorde iemand Rijkman Groenink het ooit zo zeggen: ,,Ik ben contrastrijk gepositioneerd.''

't Is maar dat de wereld het weet.

    • Erik van der Walle
    • Joost Oranje