Dinge-dong

,,Voor een boek over het Eurovisie Songfestival leek ons Dinge-dong een korte, pakkende titel. Niet alleen omdat Nederland met dat nummer in 1975 als eerste eindigde – de laatste keer dat we hebben gewonnen – maar ook omdat het voor veel Nederlanders het bekendste Songfestival-lied is gebleven. En bovendien maakt die titel goed duidelijk hoe er in de loop der jaren een eigen taal is ontstaan. Iedereen probeert zo internationaal mogelijk te klinken, en kiest woorden die makkelijk in het gehoor te liggen. Dan krijg je dus kreten als hallelujah, lalala, boom bang-a-bang, a-ba-ni-bi, diggy-loo diggy-ley en dinge-dong.''

Hans Walraven (51) en Geert Willems (36), collega's op de redactie van het dagblad De Gelderlander in Nijmegen, zijn de auteurs van het pas verschenen naslagwerk Dinge-dong, het eerste Nederlandse boek over het Eurovisie Songfestival dat aanstaande zaterdag voor de 45ste keer wordt uitgezonden. De finale vindt dit jaar plaats in Stockholm, waar ons land wordt vertegenwoordigd door Linda Wagenmakers met het liedje No goodbyes. Walraven en Willems verzamelden alle uitslagen, achtergronden en schandaaltjes van de voorgaande jaren en geven, op grond van statistische berekeningen, `achttien gulden regels' om het festival te winnen. Hun conclusie: de meeste kans maakt een zangeres uit Ierland, liefst rond de twintig, met een liedje in het Engels – of op zijn minst met een paar universele kreten in de tekst.

,,Wij zijn liefhebbers, geen diehards. Een paar jaar geleden zochten we naar een boek met alle uitslagen, maar dat bleek toen niet te bestaan. Er zijn wel verenigingen van fans die over veel informatie beschikken, en in die kringen zijn ook al vaak plannen gemaakt voor een boek, maar tot dusver is dat er niet van gekomen. Toen zijn we zelf maar begonnen. Alleen van het allereerste festival, op 24 mei 1956, is nooit meer een puntenlijst teruggevonden. Er was ook geen scorebord in die uitzending; aan het eind kwam de voorzitter op om te vertellen dat Zwitserland had gewonnen. Op basis van de herinneringen van enkele juryleden is nog wel te reconstrueren dat Duitsland, België en Italië op de tweede, derde en vierde plaats zijn geëindigd, maar méér weten we niet.

,,In de jaren tachtig is de belangstelling voor het Songfestival veel kleiner geworden. Veel mensen weten ook allang niet meer dat het in 1988 is gewonnen door Céline Dion, omdat er toen veel minder werd gekeken. Eind jaren tachtig is het in Nederland zelfs nog moeilijk geweest om een zaaltje met publiek te vullen voor de nationale finale. Daarna kwam de grote heropleving, toen Paul de Leeuw zich ermee ging bemoeien. Maar dat was niet alleen een Nederlands verschijnsel. Terwijl de belangstelling in landen als Italië, Spanje en ook Frankrijk in de jaren negentig steeds minimaler werd, is het festival vooral in de landen in noordwest-Europa geadopteerd door de gay scene. En dat heeft een grote uitstraling gehad naar het grote kijkpubliek.

,,Wat de kansen voor Linda Wagenmakers betreft, kun je ons lijstje afvinken. Ze is een zangeres van begin twintig, ze zingt in het Engels, het nummer is uptempo, dus het zou wel eens bij de eerste acht kunnen eindigen. Of ze ook zal winnen, kun je betwijfelen. Het liedje is minder sterk, en zo'n tekst als No goodbyes zingt ook niet zo lekker mee. Bovendien komt ze als tweede aan de beurt, en de tweede heeft nog nooit gewonnen. Statistisch gezien staat daar tegenover dat Nederland altijd wint als het festival in Stockholm plaats vindt. Kijk maar naar 1975, met Dinge-dong. Maar ja, het is nog maar één keer in Stockholm geweest.''

Hans Walraven en Geert Willems: Dinge-dong. Forum/de Boekerij, ƒ29,90.