`De BMW moet maar een droom blijven'

Sinds 1997 is de Amerikaanse violist Alexander Kerr (29) concertmeester van het Concertgebouworkest. Vrijdag speelt hij in de Kleine Zaal kamermuziek. ,,Een ander orkest? Nee. Als ik hier wegga, is het uit heimwee of omdat ik kies voor een solocarrière.''

Een Amerikaanse wind door een Amsterdams orkest – het had fout kunnen gaan. ,,Ik ben een ontzettende Amerikaan en dat blijf ik,'' waarschuwt concertmeester Alexander Kerr met een bulderende lach. .,,Mijn persoonlijkheid is nogal overheersend, en die laat zich niet wegstoppen. Maar ex-concertmeester Victor Liberman heeft me in het begin erg geholpen. Hij zei: `Alex, wees geduldig, dat is al wat ik je te zeggen heb.' Ik begreep dat eerst niet goed. Hoezo geduldig? Maar hij bedoelde dat het orkest tijd nodig zou hebben om aan me te wennen en me te leren vertrouwen, voordat ze me zouden toestaan mijn taken als aanvoerder uit te voeren. Dat duurde een jaar. Nu gaat het goed.

,,Ik moest zelf natuurlijk ook wennen, vooral aan de calvinistische manier waarop tegen presteren wordt aangekeken. In Amerika geeft excelleren zin aan het leven, hier wordt je hoofd afgehakt als je die boven het maaiveld uitsteekt. De Nederlandse orkestcultuur is daardoor veel losser en minder hiërarchisch. Thuis sprak ik me in een orkest meteen uit als er iets niet goed zat, bij het Concertgebouworkest verbeteren de musici zichzelf gedurende het repetitieproces, en heb ik dus geleerd pas op de allerlaatste repetitie iets te zeggen. Anderzijds gunt het orkest mij hier óók de ruimte voor het nemen van risico's in mijn spel. In Amerika kietelt al bij één foute noot de adem van een opvolger in je nek. Geen wonder dat ik me juist hier in Amsterdam muzikaal enorm heb ontwikkeld. De belangrijkste doorbraak betreft mijn manier van strijken. Amerikanen strijken traag en diep, Europeanen snel en licht. In een synthese van die twee stijlen heb ik mijn eigen gulden middenweg gevonden. Een snelle, stevige streek, met Europese gratie en Amerikaanse bravoure!''

Voordat Kerr in 1997 samen met Rudolf Koelman als concertmeester werd benoemd, bezette hij zes jaar de eerste lessenaar bij orkesten in Charleston en Cincinnati. Zijn collega Koelman had een minder lange ervaring als concertmeester, en nam na twee jaar met pijn in zijn hart ontslag, omdat hij het gevoel had dat zijn gezag werd ondermijnd. Kerr: ,,Het hielp mij dat ik al een jarenlange ervaring had. Ik kende een groot deel van het repertoire, kon me daardoor muzikaal ontspannen en was me terdege bewust van `orkestpolitiek'. Rudolf is meer een binnenvetter dan ik, en had dus meer tijd nodig om zich bloot te geven. Dat die tijd er niet is gekomen, vind ik oprecht jammer. Ik hoop dat we binnenkort weer eens samen zullen spelen of een sigaar roken.''

Als opvolger van Rudolf Koelman werd dit seizoen Vesko Eschkenazy benoemd, voormalig concertmeester van het Nederlands Philharmonisch Orkest. ,,Ook een heel prettige collega,'' vindt Kerr. ,,Vesko en ik hebben het rooster van komend seizoen helemaal samen uitgedokterd, tot op elke repetitie nauwkeurig. Als hij komend najaar voor het eerst soleert bij het orkest, spreekt het vanzelf dat ik de maand daaraan voorafgaand de honneurs waarneem. Hij op zijn beurt helpt mij als ik tijd nodig heb voor een solo-engagement.''

Een baan als concertmeester, lesgeven aan de conservatoria van Utrecht en Amsterdam, de solo-engagementen die zijn functie in Amsterdam genereert: Kerr kan de drukte nauwelijks nog aan, legt hij uit. ,,Ik moet minder gaan lesgeven. Alle noten die ik moet instuderen, de vrijwel constante jetlag die het gevolg is van teveel reizen Ik leef van dag tot dag, anders ben ik in no time rijp voor het gekkenhuis. Bovendien wil ik meer tijd gaan besteden aan mijn solocarrière. In een orkest ben je dienstbaar. De dirigent is de baas. Maar in kamermuziek heb je het zelf voor het zeggen, en dat is soms een broodnodige verademing.''

Bij het Concertgebouworkest debuteerde Kerr in 1998 als solist in het Vioolconcert van Mendelssohn. Komend seizoen speelt hij het vioolconcert van Stravinsky onder Chailly. ,,Ik zou daarnaast ook meer bij andere Nederlandse orkesten willen soleren. Ik verwacht niet dat ik me als Amerikaan meteen eenzelfde sterstatus verwerf als Jaap van Zweden, maar ik wil er zeker wel aan werken.

,,Of ik ooit in een ander orkest wil spelen? Nee. Ik fantaseer soms wel over de BMW die ik zou kunnen kopen als ik in zou gaan op aanbiedingen uit Amerika, want hier verdien ik maar een derde van wat ik dáár zou kunnen verdienen, en reis ik dus per strippenkaart. Dat lage salaris is voor mij geen reden voor vertrek, maar ik maak me er wel zorgen over. Hoe lang kan een Concertgebouworkest haar goede musici en reputatie nog behouden als buitenlandse orkesten zoveel hogere honoraria bieden?

,,Toch moet de BMW maar een droom blijven, want ik voel me bij het Concertgebouworkest op mijn gemak, gewaardeerd en in de positie me verder te ontwikkelen. Als ik hier ooit wegga is het omdat ik helemaal ophoud met het spelen in een orkest of uit heimwee. Maar ach, wie kan er in de toekomst kijken? Als iemand me tien jaar geleden zou hebben verteld dat ik nu concertmeester zou zijn bij het Concertgebouworkest en kamermuziek mag maken met muzikale goden als Martha Argerich, Truls M⊘rk en Emanuel Ax, dan zou ik lang en hard hebben gelachen!''

Kerr speelt 12/5 samen met collega's uit het Concertgebouworkest muziek van Bach en Rossini. Op 27/5 speelt hij met cellist Truls M⊘rk en pianiste Kathryn Scott werken van Sjostakovitsj, Thoresen en Lidholm. Beide concerten in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Res. (020) 6 718 345

    • Mischa Spel