Balling Kaisiepo ziet zijn klasgenoten terug

Viktor Kaisiepo is weer even terug in zijn geboorteland Papoea, dat droomt van onafhankelijkheid. Deze week komt ook een parlementaire delegatie uit Nederland naar de voormalige kolonie.

,,Weten jullie nog?'', vraagt de gastheer, ,,dit werd om acht uur uitgezonden door de RONG (Radio-Omroep Nieuw-Guinea)''. Hij heft een Maleis liedje aan en de gasten vallen uit volle borst in. Het gezelschap heeft de smaak te pakken en zingt ook `Geef mij maar Amsterdam' en `Op de grote stille heide'. ,,Is heide net zoiets als alang-alang (wild gras) hier?'', vraagt een middelbare dame aan de verslaggever. Jawel mevrouw, maar dan met paarse bloemetjes en schapen. ,,Schapen'', herhaalt ze, en je ziet haar denken: heb ik die wel eens op een schoolplaat gezien?

Boven het smalle rivierdal waar de provinciehoofdstad Jayapura ligt, aan de weg die omhoog klimt naar de villawijk Nirwana, staat een wit huis, met aan de poort een grote mangoboom. Hier, de woning van een nicht, ontvangt Viktor Kaisiepo zijn klasgenoten van de Openbare Lagere School B uit de jaren 1955-1961. Jayapura heette toen nog Hollandia, en Nirwana, dat kort voor de overdracht in 1962 werd gebouwd, kreeg van de Nederlanders de naam Hemelpoort.

Kaisiepo is na bijna 38 jaar ballingschap terug in zijn geboorteland, achtereenvolgens Nederlands Nieuw-Guinea, Irian Jaya en – nu – Papoea. Voor hij naar Jayapura ging, maakte hij een tussenstop op het eiland Biak. Daar komen de Kaisiepo's vandaan en het zou de voorouders verzoeken zijn om niet eerst de grond te betreden waar hun gebeente rust.

Het is lang geleden en aanvankelijk zitten de gasten wat afwachtend in hun stoelen. Viktor, het middelpunt van de bijeenkomst, houdt het gesprek gaande door te informeren naar oude bekenden. Dat werkt, want de genodigden vullen elkaar aan met gemengde berichten. ,,Oh, die is al dood,'', ,,Maar die zit toch in Nederland?'' en: ,,Weet je dat die naar Suriname zijn vertrokken?'' Een van de heren tovert een klein zwart-wit fotootje met kartelranden tevoorschijn: een groepje donkere, kroesharige jongens, waarvan de ene helft in het gras zit en de andere daar breed lachend achter staat. ,,Dat was onze voetbalclub'', zegt de trotse eigenaar, ,,herkent u Viktor?''. Die zit rechts vooraan, maar hij is sterk veranderd.

Viktor, inmiddels 51, is een zoon van Markus Kaisiepo, oud-gouvernementsambtenaar in Nederlands Nieuw-Guinea, die achtereenvolgens werkte bij Bevolkingszaken en Voorlichting en in 1961 door het kiesdistrict Biak-Numfor werd verkozen in de Nieuw-Guinea Raad. Markus' loopbaan viel samen met de periode waarin het gouvernement Nieuw-Guinea het laatste stukje `Indië' was dat Nederland bestuurde. De westelijke helft van dit immense eiland in de Stille Oceaan werd in 1949 door Den Haag buiten de soevereiniteitsoverdracht gehouden. Aanvankelijk wilde Nederland er een kolonisatiegebied van maken voor uitgeweken Indische Nederlanders, maar geleidelijk kwam men in Den Haag tot het inzicht dat de Melanesische Papoea's niet bij het overwegend Maleise Indonesië hoorden en op den duur recht hadden op een zelfstandig staatkundig bestaan.

Nog geen jaar na Markus's verkiezing droeg Nederland, onder druk van de Verenigde Staten, deze laatste kolonie in de Oost, via een tussenbestuur van de Verenigde Naties, over aan Indonesië. Dat kon Markus niet verkroppen en hij vertrok met zijn gezin naar Nederland. Tot de dag van vandaag – hij is inmiddels 87 – ijvert hij voor een onafhankelijk West-Papoea. Als jongen deed Viktor mee aan betogingen van Papoeaballingen in Nederland en zwaaide hij geestdriftig met de Bintang Kejora (Morgenster), de vlag die op 1 december 1961 werd gehesen voor het gebouw van de Nieuw-Guinea Raad. Viktor kwam in de loop der jaren tot het inzicht dat er meerdere wegen leiden naar de nagestreefde vrijheid. ,,Vader'', zegt hij, ,,is niet veranderd. Toen ik hem vertelde dat ik naar Papoea ging, zei hij alleen: `Dat is goed, maar kom pas in actie als de tijd rijp is'.''

Viktors klasgenoten zijn gebleven, hebben met hun Nederlandse schoolopleiding een weg gevonden in de Indonesische ambtenarij of het kleine bedrijfsleven, maar vertellen verhalen over achterstelling en corruptie. Willen zij een onafhankelijk Papoea? ,,Jawel'', zegt een mevrouw die een leven lang bij het departement van Onderwijs en Cultuur werkte, ,,maar ons volk is er nog niet klaar voor. Hopelijk maken onze kleinkinderen het nog mee.''

De bijeenkomst verloopt en de gasten nemen afscheid. Dan arriveren jongere verwanten van Viktor, Biakkers die na de overdracht zijn geboren. Het gesprek komt op de politieke actualiteit: Papoea's van de nieuwe generatie eisen de onafhankelijk op die Nederland hun ooit heeft beloofd, maar vervolgens niet kon geven. Viktor vertelt over die eerste december in 1961, de dag dat de Morgenster werd gehesen en die de activisten van nu beschouwen als de datum waarop hun onafhankelijkheid inging. Kaisiepo: ,,Ik zie nog het Papoea Vrijwilligerskorps met zijn aan een kant omhoog gevouwen padvindershoeden marcheren door de Oranjelaan. Die vlaggenceremonie en de installatie van de Nieuw-Guinea Raad vormden het begin- en niet het eindpunt van de weg die Nederland had uitgestippeld naar onze onafhankelijkheid. Die zou pas in 1970 ingaan. Er moet veel worden rechtgezet van wat Indonesië heeft vervalst aan onze geschiedenis, maar we mogen deze nieuwe episode in de strijd van het Papoeavolk niet baseren op een misverstand.'' De neven hangen aan zijn lippen.