Zure-fluimtest

Afwijkend speeksel veroorzaakt mondziekten en tandbederf. Daarnaast wordt het een belangrijk lichaamsvocht voor de diagnostiek van ziekten.

Speekselonderzoek wijst steeds vaker de oorzaak aan van onbegrepen mondziekten. Het mondvocht wordt ook belangrijk bij het stellen van diagnoses zoals hiv-besmetting en problematisch alcohol- en drugsgebruik. Dat blijkt een onderzoek onder ruim 500 patiënten die de afgelopen jaren het speekselspreekuur op het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) bezochten. Initiatiefnemer dr. A. van Nieuw Amerongen, hoogleraar in de orale biochemie, publiceerde vorig jaar een boekje over de ervaringen op dit speekselspreekuur.

Speeksel is samengesteld uit eiwitten van verschillende speekselklieren, die ieder een eigen karakteristieke samenstelling hebben. Zo produceert de oorspeekselklier vooral waterachtig vocht, vermengd met het zetmeelsplitsende enzym amylase, prolinerijke eiwitten en daarnaast enige afweerstoffen tegen schimmelinfecties. De speekselklieren van de mondbodem scheiden een veel dikkere vloeistof af. Dat is rijk aan slijmstoffen, de zogenaamde mucinen alsook afweerstoffen als immuunglobinen en systatinen. Deze laatste eiwitten staan de laatste jaren meer in de belangstelling omdat zij een belangrijke rol spelen bij de remming van ontstekingen en bacteriële infecties in de mond.

Niet alleen afweer en spijsvertering worden vanuit het speeksel verzorgd. Het smeert ook de mond, beschermt tegen uitdroging van de mondslijmvliezen en vergemakkelijkt het spreken. Door de aanwezigheid van calciumbindende, fosfaatbevattende eiwtten is speeksel overzadigd aan calcium- en fosfaationen, belangrijke bouwstenen voor het glazuur van onze tanden en kiezen. Als zodanig speelt speeksel een preventieve rol bij de ontkalking van de gebitselementen door overmatige inwerking van zuren, onder meer uit frisdranken en maagsap.

Vooral dit laatste aspect staat centraal bij de patiënten die het speekselspreekuur bezoeken. Zij lijden vaak aan ernstige vormen van tanderosie. Deze gebitsafwijking wordt gekenmerkt door het oplossen van tandglazuur waardoor het lichtgele tandbeen zichtbaar wordt en aanwezige vullingen boven het tandbeen gaan uitsteken. De pijnlijke gevoeligheid van de gebitselementen voor koude- en warmteprikkels neemt in dergelijke gevallen sterk toe. De afwijking, die in ons land thans meer lijkt voor te komen dan zo'n 25 jaar geleden, staat in nauw verband met de toegenomen consumptie van frisdranken, heden ten dage zo'n 100 liter per jaar, per hoofd van de bevolking. De frisse smaak van de drankjes wordt veroorzaakt door de aanwezigheid van toegevoegde zuren, zoals citroenzuur en appelzuur of anorganische zuren zoals fosforzuur. Deze frisdranken hebben een berucht lage pH (hoge zuurgraad). Zo heeft water een pH van 7 maar sportdrank één van 3,4; sinaasappelsap 3,2; cassis 3,0; cola light 2,9; appelsap 2,8 en cola 2,7. Ondanks deze lage pH's wordt de smaak van deze dranken in het algemeen door de drinkers niet als extreem zuur ervaren omdat de smaak is gemaskeerd door suiker, zoet- en smaakstoffen.

Het drinken van cola kan kwalijke gevolgen hebben. Met behulp van elektronen-microscopie is aangetoond dat glad, gezond, glazuur al binnen 5 seconden door cola wordt aangetast en aan het oppervlak oneffen wordt. In het boekje staat een voorbeeld van een man van 26 jaar die al jaren 1,5 tot 2 liter cola per dag dronk. Op vrijwel al zijn gebitselementen was geen glazuur meer te zien. De erosies worden ook aangetroffen bij grote wijndrinkers (pH 3,0-3,6) en eetstoornispatiënten die (door frequent overgeven) dagelijks veel maagzuur (pH 2,0) in hun mond hebben. Deze mensen ontwikkelen in reactie een verhoogde speeksel-Ph waardoor hun speeksel zijn natuurlijke glazuurbeschermende werking verliest. Calcium- en fosfaationen worden danniet meer op het glazuur neergeslagen. De waarde van het speekselonderzoek bij deze patiënten ligt vooral in de confrontatie met de eigen speekselgegevens, wat wellicht voldoende inzicht verschaft om de schadelijke gewoontes op te geven of in therapie te gaan, zoals in het geval van de patiënten met een eetstoornis.

Een andere categorie patiënten die het speekselspreekuur bezochten, zijn die met de akelige klacht van monddroogte. Hier betrof het veelal mensen met het syndroom van Sjögren, een auto-immuunziekte waarbij de speekselsecretie in de loop der jaren geleidelijk afneemt. Ook personen die medicijnen gebruiken met een bijwerking op de speekselklieren, zoals kalmerings- en slaapmiddelen, kunnen veel last hebben van monddroogte. Hetzelfde geldt voor mensen met ernstige stress.

Van Nieuw Amerongens speekselspreekuur blijkt een ideale plaats te zijn om fundamenteel en klinisch onderzoek te combineren. Mogelijk zullen daaruit in de toekomst betere kunstspeeksels worden ontwikkeld die patiënten kunnen helpen hun akelige mondklachten enigszins te verlichten.

A. van Nieuw Amerongen. Speeksel en Gebitselementen. Uitgeverij Coutinho bv, 1999

    • M.A.J. Eijkman