Wedden op twee paarden

Een lezeres (76 jaar) uit Assen waant zich verdwaald in de financiële jungle, zelfs zonder internet-, telecom- of computeraandelen. Midden vorig jaar wordt ze uitgenodigd bij haar bank om te praten over het hoge positieve saldo op haar spaarrekening. Beleggen dus. Hoewel ze daar helemaal geen zin in heeft en dat laat merken. De adviseur raadt een groenfonds aan: ,,U weet wel. Milieu- en belastingvoordelen, tegen een matig risico.'' In een brochure tekent de bank aan dat door de fondsconstructie (deelname afhankelijk van nieuwe projecten) de beurskoers sterk af kan wijken van de beleggingswaarde.

Zo'n beleggingsfonds belegt de deelnemersgelden in aandelen en/of obligaties van bedrijven en instellingen die zich in positieve zin bezighouden met milieu-, natuur- en bosbeleid. De overheid stimuleert die zorg door over de uitgekeerde renten of dividenden geen inkomstenbelasting te heffen. Althans in het huidige belastingsysteem. Daarmee mikken de aanbieders op mensen die de andere rente- en dividendvrijstellingen al volledig benutten.

Ná 1 januari zijn alle beleggingsinkomsten sowieso onbelast. Daardoor verliest een groenfonds zijn fiscale aantrekkelijkheid, maar de milieuzorg blijft natuurlijk overeind. Beleggers die klagen over de lagere koersen van hun fonds geven er blijk van te wedden op twee paarden: de centen én het milieu. Dat gaat niet lekker samen in de praktijk.

Groenbeleggingen zijn geen flitsende aandelen, maar taaie, nuttige projecten die relatief weinig geld opleveren. Wie groen belegt moet maar liever niet te veel naar het rendement kijken.

Overigens zit het er dik in (de nieuwe belastingwet is nog niet definitief) dat de waarde van zo'n fonds niet onder de 1,2 procent box 3-heffing valt. Of die vrijstelling opweegt tegen de huidige vrijstellingen van inkomsten, moet straks blijken. Beleggers die meer om de centen dan de natuur geven, laten de groenfondsen mogelijk links liggen. Waardoor de koersen kunnen dalen. Terug naar die mevrouw uit Assen.

Haar bankadviseur heeft dit verhaal waarschijnlijk niet verteld. Dat is hem of haar niet te verwijten, want de belastingplannen werden pas op 14 september vorig jaar bekend gemaakt. Enfin: ze stopt 25 duizend gulden in het fonds van de bank. Vrijwillig, moet je aannemen. Een advies is altijd vrijblijvend, hoe dringend een bankmedewerker ook op je inpraat.

Half februari ontvangt mevrouw een brief van de bank waarin staat dat de koers gedaald is, en de raad te wachten op de behandeling van de belastingwet in de Tweede Kamer.

,,Onervaren en naïef als ik ben, maakte ik mij niet ongerust. Vol vertrouwen wachtte ik af.'' Eind maart blijkt uit een overzicht dat de belegging nog maar 18 duizend gulden waard is (koers 41,50 euro). ,,Ik hoef u niet te beschrijven hoe ik me voel: 7.000 gulden verlies in negen maanden! Woedend op iedereen: de bank, de regering, Vermeend en vooral op mezelf. Achteraf blijkt mij dat die groenfondsen al in september massaal verkocht zijn. Waarom waarschuwt de bank niet? Zij en die Vermeend hebben geen slapeloze nachten, maar ik wel!''

In werkelijkheid was de koersdaling half februari veel groter dan eind maart. De koersen verliepen ongeveer zo. Koers half 1999 62 euro, half februari 2000 bijna gehalveerd op 33 euro en thans circa 43,60. Het is niet uitgesloten dat mevrouw euro's met guldens verward. Dan is haar verlies (nog steeds op papier) ruim 15 duizend gulden. Waarom laten adviseurs ouderen met spaargeld niet gewoon met rust?

Een Nijmegenaar wil ook wedden op twee paarden: een hoofdwoning èn een tweede woning. Of net andersom? Hij koopt voor 400 duizend gulden een recreatiewoning in een andere dan zijn officiële gemeente en wil (de tweede gemeente staat dit toe) daarin permanent gaan wonen. Hij staat in Nijmegen ingeschreven. Daar is zijn hoofdwoning, meer een postadres.

Het tweede huis ziet hij als hoofdwoning. Daarom wil hij de hypotheekrente van zijn belastbare inkomen aftrekken en valt het huis niet onder de box 3-heffing van 1,2 procent, wat 4.800 gulden per jaar scheelt. Kan dat? Ja, de wet lijkt dit niet te verbieden. Vooralsnog.

Het ligt voor de hand officieel te verhuizen naar die woongemeente, maar daar mag je als inwoner niet permanent in een vakantiehuis wonen. De wet regelt in artikel 3.6.2 wat een eigen woning is. Dat is kort samengevat een gebouw of duurzaam aan één plaats gebonden schip (dus geen plezierjacht), of een gedeelte van het gebouw of schip, dat de belastingplichtige of personen die tot zijn huishouden behoren anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat. De wet zegt niets over de gemeente van inschrijving. Per huishouden kan maar één hoofdverblijf als eigen woning worden aangemerkt. Wedden op twee paarden loont, althans in fiscale zin.

    • Adriaan Hiele