Waarheid 1

In het artikel `Wat is waarheid?' (W&O, 29 april) stelt Vincent Icke zeer juist dat kennis voortschrijdt doordat `een tegenspraak een opening (biedt) naar nieuwe kennis'. Dit feit, want dat is het, heeft grotere reikwijdte dan Icke beseft. In de lange geschiedenis van theorieën voor wat nu zwaartekrachtverschijnselen genoemd worden, zit letterlijk een aaneenschakeling van tegenspraken. De 56-sferentheorie van Aristoteles om de beweging te begrijpen van de hemellichamen bleek niet langer houdbaar omdat ongelijke lichtintensiteiten werden geconstateerd. Hipparchos' alternatief ging goed op maar niet voor de maan en mars. De epicykeltheorie van Ptolemeus die daarop volgde, bleek na honderden jaren niet meer houdbaar omdat onder andere de kalender uit de pas was gaan lopen met de seizoenen. Copernicus plaatste toen de zon in het midden van de cirkel, maar Kepler toonde decennia later afwijkingen aan en dat leidde tot Newtons theorie. Einstein constateerde, veel later, een inconsistentie tussen Newtons zwaartekracht-theorie en Maxwells elektrodynamica en stelde toen de relativiteitstheorie op. Wat zal nog komen na nieuwe tegenspraken?

Deze gang van zaken levert kennelijk telkens lange tijd houdbare kennis op waarmee steeds meer begrepen en juist voorspeld wordt.

Ook de wetenschaps- en kennisleer kunnen bedreven worden naar aanleiding van een tegenspraak: `het valt op dat er in een zee van meningen een theorie is ontstaan waarmee een ieder wel kan instemmen.' Het vermoeden dat begrijpelijk maakt hoe dat kan, is in de wetenschapsgeschiedenis na te trekken.

Maar hoe objectief zijn feiten, nu uit die wetenschapsgeschiedenis blijkt dat de `waarheid' telkens slechts voorlopig houdbaar is? Dat is niet als voer voor `vrijgestelden' bedoeld, integendeel. Er is namelijk een tegenspraak en die dient begrijpelijk gemaakt te worden, en die is dat feiten kennelijk niet eenduidig zijn of voor zichzelf spreken. Feiten zijn theoriegebonden, want in een theorie wordt een tegenspraak opgelost tussen eerdere, theoriegebonden feiten waartegen vervolgens dan heel anders wordt aangekeken.

Echter: hoeveel wetenschappers proberen omgekeerd te werken en uit, vakinhoudelijk gezien, theorieloze 'feiten' een `wetenschappelijke' theorie op te stellen? In ieder geval niet de natuurkundige. Die werkt van begin af aan met een vakinhoudelijke theorie en daaraan gebonden feiten, hoewel vaak beweerd wordt van niet en dat is nog eens een tegenspraak van jewelste.

    • R.Kooijman Wageningen