Voedselcrisis Servië: brood en melk schaars

In Servië dreigt een voedselcrisis, ook voor basisproducten met kunstmatig laag gehouden prijzen. De VN-organisatie Office for the Coordination of Humanitarian Affairs (OCHA), schreef in haar rapport deze week dat de belangrijkste oorzaak van de voedselcrisis in Servië de inkrimping van de voedselsubsidies door de Servische regering is.

Die subsidies op voedsel werden in drie jaar met zeventig procent teruggebracht. In normale klimatologische omstandigheden kan Servië genoeg voedsel produceren en ook nog voedsel exporteren. De oogst was vorig jaar ruim voldoende om de behoeften te dekken. Maar de regering van Servië beschouwt veel voedselproducten als ,,strategische goederen'', waarvan de distributie moet worden gecontroleerd en gereguleerd. Die etikettering krijgen voedselproducten die in de ruilhandel met Rusland en andere leveranciers van olie en gas – Syrië, Libië en Irak – kunnen worden ingezet. Daar komt bij dat de prijzen voor die voedselproducten in landen waarmee Servië handel drijft – zoals de Servische Republiek in Bosnië, Montenegro en Macedonië – hoger zijn dan in Servië. De verleiding, aldus OCHA, om deze producten te exporteren is daardoor zo groot, dat tekorten voor de eigen bevolking ontstaan. De International Crisis Group meldde deze week dat de opbrengst van de graanexport een kwart uitmaakt van de harde valuta die Servië verdient.

Sommige producten, zoals spijsolie en suiker, zijn in Servië niet of nauwelijks geoogst of worden, als ze wel zijn geoogst, niet industrieel verwerkt als gevolg van de brandstofschaarste. Aan suiker bestaat in Servië een tekort van dertig procent.

Volgens OCHA zijn de prijzen van de meeste basisproducten inmiddels te hoog voor de gemiddelde Serviër. Voor het basisvoedselpakket heeft een gemiddeld gezin inmiddels 70 procent van het gezamenlijke maandinkomen nodig. Als de prijzen niet op last van de regering laag zouden worden gehouden, zouden ze per maand voor de aanschaf van voedsel 25 procent van hun inkomen te kort komen.

Niettemin faalt het systeem van voedselsubsidies, aldus OCHA. De Servische overheid geeft zeventig procent van de staatsinkomsten uit aan defensie. Door dat zwaartepunt op militaire uitgaven blijft voor andere uitgaven steeds minder over. Het budget voor voedselsubsidies beliep in 1998 nog 210 miljoen Duitse mark. Dit jaar wordt aan voedselsubsidies nog maar 65 miljoen mark uitgegeven. De boeren krijgen geen geld meer, als gevolg waarvan zij per saldo de last dragen van de kunstmatig laag gehouden prijzen van hun producten. Hoe meer ze produceren, hoe groter hun verlies, zo concludeert de VN-organisatie. Veel boeren schakelen daarom om naar de productie van voedsel waarvan de prijzen niet op last van de regering laag worden gehouden, waardoor de schaarste aan basisproducten toeneemt. ,,Sinds september 1999 zijn verstoringen van het marktaanbod aan gesubsidieerde voedselproducten een patroon geworden. Veel van de dagelijks benodigde voedselproducten zijn geheel uit de winkels verdwenen. Begin herfst 1999 waren suiker en spijsolie de enige moeilijk te vinden producten. Eind 1999 was melk onmogelijk te vinden. Sinds kort zijn er tekorten aan goedkoop brood.'' Op de zwarte markt zijn dergelijke producten nog wel te vinden, maar voor twee tot drie keer hogere prijzen, die de gewone Serviër zich niet kan veroorloven. De regering geeft de schuld voor de tekorten aan particuliere handelaars, die uit winstbejag het voedsel zouden uitvoeren.

    • Peter Michielsen