Verder kijken dan de Randstad

Minister Pronk zoekt land om de volle Randstad te ontlasten. Die ruimte is schaars. De oplossing komt uit het buitenland.

Het land is strak en in de ochtendnevel glimt de vette klei. Spaarzaam verspreide herenboerderijen domineren dit aan de Dollard grenzende gebied. Nu staan ze nog in het centrum van de `graanrepubliek'; straks grenzen ze aan het water (op de keukentafel van menige boerderij liggen de plannen al klaar voor het openen van een zeilschool). Minister Jan Pronk (Ruimtelijke Ordening) is naarstig op zoek naar grond en in het Groningse Oldambt zetten ze het onder water. Het lijkt een paradox.

Nederland heeft land nodig. Uit een inventarisatie die minister Pronk onder zijn collega's in het kabinet heeft gehouden, blijkt dat Nederland de komende dertig jaar wanneer de behoefte aan ruimte bij elkaar wordt opgeteld een oppervlakte tekortkomt van 300.000 hectare; een gebied zo groot als de provincie Zuid-Holland.

De grote behoefte aan grond voor wonen, werken en infrastructuur verhindert niet dat in Groningen een gebied van zo'n 1.000 hectare onder water wordt gezet. Winschoten, Heiligerlee, Scheemda, Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Beerta komen dan aan de rand van een meer te liggen. Vroeger stak dit gebied, een rug van keileem, boven de rest van de omgeving uit. Toen de zeespiegel steeg, werd er een dijk omheen gelegd. Langs de dijk ontstonden dorpen en buiten de dijk werd zeeklei afgezet die later werd ingepolderd. Door de stijgende zeespiegel kwam de klei-afzetting geleidelijk boven het niveau van het ingedijkte gebied te liggen. Wat ooit het hoogste gedeelte was, werd zo het laagste punt. Wanneer over twee jaar de dijken worden doorgebroken, ontstaat er een `natuurlijk' meer. Aan de rand van de zogenoemde Blauwe Stad zijn woningen gepland voor ongeveer 40.000 mensen.

Het `waterplan' staat niet haaks op de `grondbehoefte' van Pronk. ,,Het heet Blauwe Stad, niet Blauwe Meer'', legt Hans Alders, commissaris van de koningin in Groningen, uit. ,,Het moet een impuls geven aan de bedrijvigheid in het noorden, het kabinet zou daar ook meer werk van mogen maken. Pronk kijkt te veel naar de Randstad en te weinig naar de rest van Nederland.'' In het `westen' is volgens hem de afgelopen periode fors geïnvesteerd in de glastuinbouw. ,,Ik had het logischer gevonden dat die investeringen waren gedaan in gebieden waar meer ruimte is en behoefte aan werk. In Oost-Groningen trekken mensen nog steeds weg omdat ze geen werk kunnen vinden.''

Door de malaise in de landbouw en agrarische industrie is eenvijfde van de beroepsbevolking werkloos en is meer dan de helft van de huishoudens afhankelijk van een uitkering. Oost-Groningen vergrijst veel sneller dan de rest van Nederland, jongeren met een opleiding trekken weg, laaggeschoolden blijven achter. Voor de vestiging van nieuwe bedrijven is het gebied daardoor minder interessant geworden. Het woningbestand is verouderd en het wordt steeds moeilijker de publieke voorzieningen te handhaven. ,,De verpaupering van het Oldambt willen we voorkomen met kwalitatief goede woonruimte, die nieuwe mensen en nieuwe initiatieven zal uitlokken'', zegt Jan Kleine, projectmanager van de Blauwe Stad, ,,maar dat kan geen oplossing bieden voor de behoefte die Pronk inventariseert in met name de Randstad''.

Minister Pronk heeft aan zijn collega's in het kabinet gevraagd om een opgave van de maximale ruimtebehoefte tot 2030. Daaruit bleek dat alleen minister Laurens-Jan Brinkhorst (Landbouw) en minister Frank de Grave (Defensie) minder ruimte nodig te hebben. Pronk wil de gegevens gebruiken bij het opstellen van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening die naar verwachting eind van dit jaar wordt gepubliceerd. Volgens de minister moet een deel van de bevolking, dat er nu nog vanuit gaat in de Randstad te kunnen blijven wonen, de komende jaren uitwijken naar het noorden, oosten en zuiden van het land.

,,Jan Pronk leeft nog in het verleden en denkt nog steeds dat de samenleving maakbaar is'', schampert CDA-gedeputeerde in Limburg Jean Bronckers. ,,Te veel mensen in de Randstad? Stuur ze maar naar Groningen, Flevoland en Limburg. Maar ze moeten ook een baan hebben, mensen die hier alleen maar wonen worden doodongelukkig.'' Hij krijgt bijval van zijn collega Marcel Vissers (GroenLinks), gedeputeerde in Zuid-Holland.

,,Wanneer de mensen in de Randstad wonen en in de rest van Nederland zouden wonen is de verkeerscongestie niet te overzien'', zegt Vissers. ,,Met het verplaatsen van bedrijvigheid hebben we slechte ervaringen, dus de ruimteproblemen in de Randstad zullen ook in de Randstad moeten worden opgelost.''

Hugo Priemus, hoogleraar volkshuisvesting aan de Technische Universiteit Delft, roemt daarentegen Pronk juist op dit punt. ,,Hij is de eerste minister die sinds lange tijd weer verder dan de Randstad kijkt.'' Priemus verwijst naar de vorige nota ruimtelijke ordening van 1988 die uitging van het concept van de compacte stad. In deze nota werden elf steden aangewezen als stedelijke knooppunten van nationale of internationale betekenis. ,,Totaal mislukt'', is het oordeel van Priemus. ,,Niet haalbaar, het is logisch dat Midden-Nederland een overloopfunctie gaat vervullen voor de Randstad.''

Gedeputeerde Bronckers, verantwoordelijk voor ruimtelijke ordening in Limburg, vraagt zich af of Pronk wel op de hoogte is van de noden van het gebied buiten de Randstad. ,,Wij hebben in Limburg op dit moment al een gebrek aan grond en hebben dus eigenlijk geen plaats voor de westerlingen.'' Op zoek naar ruimte heeft de provincie het oog laten vallen op een stuk grond ten westen van Maastricht tussen het Albertkanaal en de landsgrens; er is slechts één probleem: het is van België. Bronckers: ,,Daar zouden we graag zo'n 2.000 woningen willen bouwen voor de stad Maastricht, anders moeten we de heuvels in en dat trekt een zware wissel op het milieu. Ik hoop dat Pronk zich daar sterk voor zou willen maken.''

In de visie van Pronk wordt het Nederlands ruimteprobleem gedeeltelijk over de landsgrenzen opgelost. De minister signaleert dat arbeidsintensieve bedrijven al naar lagelonenlanden zijn vertrokken. En de Cebin, de dienst die verantwoordelijk is voor het aantrekken van buitenlandse ondernemingen, houdt de boot af voor bedrijven die veel ruimte nodig hebben. Daarnaast wil Pronk windturbines op zee bouwen en Nederland zou minder polders hoeven te reserveren om overtollig water op te vangen wanneer België en Duitsland hun steentje zouden bijdragen.

Ook hoogleraar Priemus verwacht dat het buitenland een belangrijke bijdrage zal leveren voor het ruimteprobleem in Nederland, en wel via de sanering van de landbouw. Hij verwijst daarbij naar een studie van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid uit het begin van de jaren negentig.

,,In `grond voor keuzen' werd al een drastische sanering van de landbouw voorspeld. Met het afbouwen van de landbouwsubsidies en het toenemende belang dat wordt gegeven aan het milieu wordt dit proces versterkt'', aldus Priemus. Het buitenland wordt voor Nederlandse boeren daardoor veel aantrekkelijker. ,,Het Evert van Benthem-effect (de schaatser emigreerde naar Canada om daar zijn boerenbedrijf voort te zetten, red.). Wanneer meerdere boeren, al dan niet met behulp van premies, zijn voorbeeld volgen, verlichten ze de pijn van Pronk.''

    • Cees Banning