Veluwe als aandachtspunt

Bergen papier heeft de overheid al geproduceerd over de Veluwe. Veel verandert dat niet aan de versnippering en doorsnijding. Maar nu is er dan een `Intentieverklaring' van de Rijksoverheid en provincie. Dat is een `signaal'. En een `startpunt'.

Het heeft erg lang moeten duren, maar bij het ministerie van Landbouw en Natuurbeheer (LNV) wordt serieus overwogen om samen met de provincie de hele Veluwe tot nationaal park te ontwikkelen (met bijna 100.000 hectare bijna zo groot als de andere zestien Nederlandse nationale parken bij elkaar). Een jaar geleden kwam GroenLinks als eerste politieke partij met een speciale nota, De Veluwe Aaneen – Een Nationaal Park in 10 stappen; en op 10 mei zullen de ministeries van LNV, VROM en Defensie en de provincie Gelderland op landgoed Lichtenbeek bij Arhem een Intentieverklaring Kwaliteitsimpuls Veluwe ondertekenen. De ministeries van EZ, Verkeer en Waterstaat en OCW tekenen niet maar betuigen wel hun `warme steun'.

Het op schrift stellen van goede voornemens inzake de Veluwe is niet nieuw. Het zandmassief, door twee grote gletsjertongen een jaar of 200.000 geleden omhooggestuwd, is vooral van provinciewege de laatste decennia ruim voorzien van mooie plannen en dikke rapporten. Op sommige fronten is ook redelijk wat bereikt. Het grootste succes was het sluiten van tientallen zandwegen voor autoverkeer, en ook zijn er links en rechts wat wildrasters verdwenen. Dat kostte niet veel geld. Maar het plan van begin jaren tachtig om twintig campings die midden in de natuur lagen uit te kopen, mislukte bij gebrek aan fondsen. En intussen werden tientallen campings opgewaardeerd van veldjes waar natuurliefhebbers hun tent in de grond konden prikken tot kermisterreinen vol bulgalowtenten en stacaravans, met wasserettes, zwembaden, speeltuinen en waterglijbanen. Alsof dat niet erg genoeg was, legde Rijkswaterstaat in 1985 een vette vierbaansweg, de A50, dwars door de Veluwe terwijl er een tracé buitenom beschikbaar was; een autorit Arnhem-Apeldoorn had dan vijftien minuten langer geduurd, maar Deelerwoud en Imbosch waren vrij gebleven van onafgebroken motorgeraas en mensen en dieren hadden ongehinderd van oost naar west en terug kunnen wandelen. Dankzij de Luchtmobiele Brigade vliegen er tegenwoordig dagelijks helikopters tussen de zuidwest - en de zuidoost-Veluwe – soms nog geen honderd meter boven de grond terwijl het wild panisch alle kanten oprent. KPN heeft onlangs het plan gereanimeerd om in Kootwijk vier zendmasten zo hoog als de Eiffeltoren (335 meter) te bouwen, die dag en nacht vanaf een groot deel van de Veluwe te zien zullen zijn. Een Engels popstation heeft ze nodig en wil er grif geld voor betalen, vandaar. De bijdrage van het publiek aan de verdere verontrusting van de Veluwe bestond onder meer uit veertig procent verkeersaanwas op de provinciale wegen sinds 1990. Er worden nu 400 herten, reeën en zwijnen per jaar doodgereden. Bergen rapporten konden en kunnen dat niet verhinderen. Er gebeuren veel goede dingen maar over het geheel genomen verloedert de Veluwe gestaag.

BONTE VERZAMELING

Nieuw is dat Rijk en Provincie hun krachten ten behoeve van de Veluwe nadrukkelijk bundelen. Volgens mevrouw G.H. Faber, staatssecretaris voor Natuur, is het belang van de intentieverklaring ``dat we duidelijk tegen elkaar zeggen: we willen er tegenaan. De Veluwe staat onder enorme druk, bestuurlijk is het zeer complex, en de kwaliteit loopt terug. We willen dat de Veluwe in de toekomst juist meer kwaliteit krijgt.'' Volgens Faber is de verklaring ook een signaal naar de gemeenten, waterschappen, recreatieondernemers en de bonte verzameling terreinbeheerders. ``Ze kunnen niet doorgaan allemaal hun eigen gang te gaan – laten we het bekijken vanuit het enorme collectieve belang.'' De intentieverklaring is een startpunt en de formulering valt niet op door een specifieke detaillering.

Gelukkig heeft de Provincie in de nota Veluwe 2010 al een paar `majeure projecten' geformuleerd voor de komende tien jaar. Een paar voorbeelden: in de landbouwenclaves duizend hectare graasweiden voor herten, reeën en zwijnen; veertien nieuwe wildviaducten; het verkeersluw maken van binnenwegen; vier transferia; en een `natuur-educatiecentrum voor alle mogelijke onderwijsniveau's'. Volgens de nota dient de Veluwe voor haar bezoekers `duidelijke toegangspoorten' te hebben en moet het gebied `als één eenheid worden gepresenteerd aan het publiek'. Dat laatste is een hele fijne, want de crux van de Veluweproblematiek – en de grootste zorg van Faber – is de enorme versnippering. De kracht van de Veluwe is de natuurlijke eenheid van zo'n onnederlands groot gebied, maar mensen werken er al jaren hard aan die eenheid teniet te doen. Terreineigenaren als Natuurmonumenten, Geldersch Landschap, Defensie, de gemeenten, de Hoge Veluwe, Staatsbosbeheer, de Kroondomeinen, en een reeks particulieren, hebben in principe allemaal hun eigen jacht- en kapbeleid, hun eigen bebording, hun eigen kaarten, en soms zelfs een metershoog hek rond hun stukje Veluwe. Ter accentuering van dit patroon ben je als wandelaar of hert nergens verder dan drie kilometer verwijderd van een geasfalteerde weg en praktisch overal is verkeer te horen.

De `majeure projecten' zijn bij elkaar begroot op 415 miljoen gulden, dus een miljoen of veertig per jaar. Vergeleken bij de twee miljard gulden aan toeristische revenuen die de Veluwe jaarlijks genereert, is dat peanuts. Hans Boxem, de Gelderse gedeputeerde voor natuur en economie, hoopt dan ook een belangrijk deel van dat geld te kunnen vinden bij grote toeristische ondernemers die de Veluwe nodig hebben als decor achter hun rinkelende kassa's. Boxem: ``Vroeger moest het allemaal met de beperkte middelen van de overheid, nu gaan we werken met publiek/private samenwerkingsprojecten. Er zitten grote jongens in de recreatiesector die er belang bij hebben dat de Veluwe nationaal en internationaal aan betekenis wint. Niet alleen als gebied waar natuur en landschap van belang zijn, maar waar ook ruimte is voor economische bedrijvigheid. Dat is geen beleidsnuancering maar een beleidsombuiging. Wat we ons nu in de Intentieverklaring Veluwe voornemen, is een samengaan van ecologie en economie.''

Die combinatie wordt geen vrijbrief voor campinghouders, al is Boxem gereserveerd over de veelbesproken mogelijkheid om campings in echte natuurgebieden weg te kopen. ``Dat wilden we twintig jaar geleden ook en daar is nooit wat van gekomen. Ik kies voor de ingang: als het de ondernemer bedrijfsmatig niet goed voorkomt om verder te gaan waar hij zit, en het komt hem ook ten goede om te verhuizen, dan willen wij meewerken en daar is geld voor. Midden in de natuur heeft een campinghouder geen perspectief om uit te breiden.''

Boxem beaamt dat er, los van locaties, een inhoudelijk probleem is doordat de honderden Veluwse campings gemiddeld steeds luxer worden en daardoor een publiek aantrekken dat nogal dissoneert met de omringende natuur. ``Maar daar heb je als overheid weinig grip op, we missen de instrumenten om dat tegen te gaan.''

VIERBAANSWEGEN

De overheid heeft zeker wel de instrumenten om wegen onzichtbaar te maken. Allerlei drukke tweebaanswegen zouden hier en daar over een afstand van een paar honderd meter onder de grond kunnen. De vierbaanswegen zijn over honderden meters te overkluizen en met zand en vegetatie te bedekken, zeker op plekken waar ze toch al diep door het landschap snijden. Wildviaducten van de nu gangbare breedte, een meter of vijftig, zijn nuttig en leuk, maar het idee lijkt al bijna achterhaald. Vijf of tien keer zo breed herstellen ze de landschappelijke eenheid en bieden ze ruimte aan wandelaars, fietsers, ruiters, boswachtersauto's en wild. Een ecoduct dat ook dienst doet als wandelaarduct, fietserduct en boswachterduct. Boxem noemt de overkluizingen ``iets wat we graag willen proberen. We zijn zeer verheugd over de bestaande ecoducten, maar het kan veel beter.'' GroenLinks pleit voor `overkapping' van het spoortracé Wageningen-Arnhem als dat een HSL wordt.

Temidden van al deze plannen en initiatieven speelt in brede kring nadrukkelijk het idee om de hele Veluwe tot Nationaal Park te maken. Arnold Boer, coördinator Nationale parken bij LNV, ziet wel duidelijk het gevaar wanneer dit een loos etiket zou zijn. ``In elk geval zou het een nationaal park nieuwe stijl moeten worden'', zegt hij. ``Vanwege de onnederlandse omvang, en omdat er naast natuur veel andere gebruiksfuncties zijn, zoals militair, agrarisch en toeristisch.'' Groot voordeel van de status van nationaal park boven zoiets als `waardevol cultuurlandschap' is dat nationaal park een begrip met uitstraling is, stelt Boer. ``Ook internationaal. Protected landscape, dat werft totaal niet. Mede met het oog op de financiering moet je iets hebben dat aanspreekt.''

Uiteindelijk blijft nationaal park een label. ``What's in a name?'', vraagt Faber zich af. ``Het hoeft niet per se, maar als die benaming het doel dichterbij brengt, moeten we niet schromen een nationaal park Veluwe in het leven te roepen.'' Boer wijst op de noodzaak om voor dit idee een draagvlak te ontwikkelen, in het bijzonder bij de terreinbeheerders. Hij bepleit een groeimodel, waarbij eerst de grote delen van de Veluwe die dat verdienen tot nationaal park worden. En dan uitbreiden tot het hele Veluwemassief, liefst met wat natte randzones erbij. ``En je moet het voorzichtig van onderaf opbouwen en goed faseren. Het werkt alleen als het breed wordt gedragen. Kijk: de kwaliteitsimpuls waar de intentieverklaring van spreekt, gaat veel verder dan een nationaal park. Dit is een zeer belangrijk startmoment.''

Het laatste startmoment is het vast niet en het eerste, de derde ijstijd, blijft voorlopig het belangrijkste. Als grootste spiegel van de relatie Nederland-natuur, heeft de Veluwe in elk geval nog een spannende toekomst. In augustus 1990, een paar weken voor zijn onverwachte overlijden, verzuchtte C.J. Stefels, directeur van de Hoge Veluwe, aan het eind van een fel pleidooi voor de hoge hekken rond zijn park: ``Maar ja, hoe het er hier over honderd jaar uitziet, weet natuurlijk niemand.'' En dat zal zo blijven.