Slavenhandel

In zijn column `Een eisch der menschelijkheid' (1 mei) bespreekt Anil Ramdas onder meer mijn boek De Nederlandse slavenhandel, 1500-1850. Ik raad hem aan dit boek eens te lezen. Dat hij daar nog niet toe is gekomen, bewijzen de volgende misvattingen.

Volgens Ramdas zou ik beweren `dat we de slavernij [...] moeten bekijken [...] door de ogen van de mensen die in die tijd leefden''. Op pp. 13, 14 en 20 van mijn boek staat precies het tegendeel: de Europese slavenhandel en slavernij passen niet in hun tijd, omdat de Europeanen als enigen weigerden hun eigen soort tot slaaf te maken of te verhandelen.

Volgens Ramdas `had men dus ook in de 19de eeuw een idee van menselijkheid en daarmee worden veel standpunten van Emmer behoorlijk wankel'. Mijn boek beweert het tegendeel. Op pp. 185-190 leg ik omstandig uit dat vanaf 1750 steeds meer Europeanen Afrikanen niet langer als outsiders beschouwden.

Ramdas schrijft: `Emmer zegt bijvoorbeeld dat de slaven in Suriname beter af waren dan in Afrika: ze hadden tenminste te eten'. Op pagina 145 schrijf ik dat skeletmetingen uitwijzen dat ondervoeding in West-Afrika veelvuldiger voorkwam dan in West-Indië en op pp. 129-131 en 158,159 leg ik uit dat slavenhandel en slavernij voor de Afrikanen psychisch diep traumatische ervaringen waren.

Tot slot: Mao Zedong heeft veel bedacht, maar zeker niet dat `mensen een volle maag belangrijker vinden dan waardigheid'. Het omgekeerde is het geval: Mao's culturele revolutie heeft miljoenen doen omkomen door honger en gebrek.