POLDERMODEL VOOR PUBERS

`Ik wil een goede moeder zijn, daarom maak ik tijd voor deze cursus.'' Emine Ozdemir heeft een dochter van 18 en twee zoons van 12 en 8 jaar en volgt samen met zes andere Turkse moeders de opvoedcursus `Beter omgaan met pubers'. Ze kan direct een voorbeeld oplepelen. ``Ik werk overdag en tussen de middag zorgt mijn zoon Tolga van twaalf voor zijn jongere broertje. Hij maakt eten voor hem. Ik heb dat nooit als iets bijzonders gezien, maar in deze cursus heb ik geleerd dat het dat wél is. Dus heb ik hem vorige week voor het eerst een compliment gegeven.''

De cursus `Beter omgaan met pubers' is ontwikkeld door de Riaggs, het bureau Jeugdzorg in Amsterdam en Jellinek Preventie in Amsterdam. Het borduurt voort op de principes van de cursus `Opvoeden zo!', bestemd voor ouders van jonge kinderen. ``Ouders vroegen er zelf om, omdat opvoeden juist zo moeilijk is als kinderen groot worden'', vertelt Maarten Vos, orthopedagoog en één van de samenstellers. Vos is werkzaam als preventiewerker bij Mentrum, de opvolger van de Riagg in Amsterdam Centrum-Oud West en Noord. ``Met deze cursus willen wij voorkomen dat ouders met problemen van hun kinderen bij de hulpverlening terechtkomen'', zegt hij. De cursus `Beter omgaan met pubers' draait nu drie jaar met succes in Amsterdam en is inmiddels geadopteerd door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn (NIZW), dat vorig jaar in vijf steden proefcursussen organiseerde en de cursus dit najaar landelijk gaat verspreiden. ``De kracht van deze cursus is het feit dat er praktische handvatten worden geboden'', vindt Geraldien Blokland, als pedagoog werkzaam bij het programma Opvoedingsondersteuning en Ontwikkelingsstimulering van het NIZW. ``Dat maakt de opzet ook geschikt voor laagopgeleide Nederlandse en allochtone ouders een groep die tot nu toe nog weinig bereikt werd. Ouders vinden het prettig om te weten hoe zij iets moeten doen. Hoe voorkom je ruzie met je kind en als je het niet kunt voorkomen hoe los je het dan op?''

Maarten Vos aarzelt even bij de klapdeuren van de aula van de Fatimaschool in het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer waar de cursus voor Turkse moeders gegeven wordt. ``Kom maar binnen, hoor'', roept cursusleidster Simten Goren terwijl ze uitnodigend met haar arm zwaait. ``Ik vind dat toch wel moeilijk, als daar een groep gesluierde vrouwen zit'', bekent Vos. ``Ben ik dan als man wel welkom?'' Simten Goren lacht zijn aarzeling weg. ``Tuurlijk ben jij welkom.'' De vrouwen rond de tafel knikken glimlachend. Eenmaal opgenomen in de kring vrouwen pakt Vos het handig aan en speelt direct in op de verhalen van de cursisten. ``Ik ben ook vader en ik ben ook bezorgd als mijn zoon te laat thuis komt'', reageert hij op het verhaal van Ifakat Okur (door Simten Goren in het Nederlands vertaald), die toen haar zoon Orhan van vijftien 's nachts een half uur te laat thuis kwam niet meteen kwaad werd, maar – zoals ze had geleerd – eerst luisterde naar de reden waarom hij te laat was. ``En was pa daar ook bij?'' vraagt Vos. ``Ja'', vertaalt Goren. Pa was bozig, maar volgde zijn vrouw en dus werd er geluisterd. De zoon bleek door overmacht te laat, iets wat hij zelf ook vervelend vond. ``Vroeger was dat ruzie geworden.''

De overeenkomsten tussen ouders van pubers vormen de basis voor de cursus. Uit welke cultuur je ook komt, iedereen kent bezorgdheid, angst dat er iets met je kind gebeurt, boosheid omdat er iets gebeurt wat je niet zint. Vos: ``In de kern is de cursus hetzelfde voor ouders van alle culturen. We gaan echter niet voorbij aan de verschillen.'' Want leven in twee werelden maakt het voor allochtone ouders dubbel moeilijk om hun puberkinderen op te voeden. Zij hebben niet alleen te maken met gierende hormonen die hun kinderen in andere wezens doen veranderen, maar ook met culturele verschillen. Hoe moet je je kinderen opvoeden in een wereld die zo anders is dan die waarin je zelf bent grootgebracht? ``Ik weet dat mijn kinderen nooit zo zullen worden als ik'', zegt cursiste Nergiz Yilmaz hierover. ``Dat respecteer ik. Het is heel anders dan mijn eigen jeugd vroeger. Mijn zoon Gökan van zestien is meer een arkadaê, een vriend. Dat heb ik nooit gehad met mijn ouders.''

Om met dit soort verschillen te leren omgaan zou een multi-culturele cursus een goede start zijn, maar taalbarrières beperken dit. In de groep van Goren spreken slechts twee van de zeven vrouwen Nederlands. Daarom geeft Goren de cursus in het Turks. Haar tachtig collega-trainers die in Amsterdam zijn opgeleid doen dat in het Chinees, Marokkaans (Berber en Arabisch), Ghanees, Papiamento of Nederlands. De cursus reikt ouders in zes bijeenkomsten op het eerste gezicht typische poldermodel-vaardigheden aan: praten, luisteren, overleggen. Vos: ``Wij leren ouders dat zij door hun eigen gedrag te veranderen bij hun kinderen een ander gedrag kunnen bewerkstelligen. Of zoals een Turkse cursiste eens zei: met mooie woorden haal je zelfs een slang uit zijn hol.'' Voor een aantal allochtone cursisten zijn deze vaardigheden nog vreemd, zo blijkt uit de recent verschenen evaluatie van het SCO Kohnstamm Instituut van een zevental door het NIZW georganiseerde proefcursussen in Amsterdam, Utrecht, Amersfoort, Enschede en Den Haag. Blokland: ``Ouders zijn soms bang dat hun kinderen brutaal worden als ze met ze gaan onderhandelen en overleggen. Dus moet je, vóór je met die vaardigheid kunt oefenen eerst met ze praten over het nut ervan.''

Weer terug in de aula laat Goren, na de pauze met koffie, thee en zelfgebakken Turkse koekjes, haar cursisten rollenspellen spelen over `actief luisteren'. Rollenspellen zijn vaak moeilijk, maar de cursisten van Goren zijn routiniers: zij hebben binnen het project Capabel allemaal de cursus `Opvoeden zo!' en `Opvoeden zo, verder' gevolgd. Toch wordt er gegiecheld als de rollen verdeeld zijn en de `kinderen' bij hun `moeders' hun hart moeten luchten over waarom zij niet meer naar school willen. De moeders moeten door `hmm' en `ah' laten weten dat ze luisteren, maar mogen niets zeggen. Aansluitend wordt er geoefend met het moeilijkste onderdeel: luisteren en doorvragen, maar geen oordeel vellen of direct met een eigen oplossing komen. ``Zor mu?'' vraagt Goren, ``is het moeilijk?'' Alle moeders knikken en zuchten. ``Tjok zor.'' Heel moeilijk.

NIZW-infolijn (030 - 230 66 03), Opvoedtelefoon (0900 - 8212205)