Papoea verkent grenzen van democratie

Net als in heel Indonesië worden ook in de provincie Papoea (voorheen Irian Jaya) de politieke grenzen geleidelijk verlegd. Dat gaat gepaard met verwarring.

Wat nog maar twee jaar geleden, onder Soeharto's Nieuwe Orde, gold als `staatsondermijnende activiteit', zoals de oprichting van een politieke partij, is nu toegestaan, mits die partij niet de marxistisch-leninistische ideologie aanhangt. Maar in de ene provincie zijn de autoriteiten terughoudender dan in de andere. In Papoea, waar de roep om kemerdekaan (vrijheid, onafhankelijkheid) steeds luider klinkt, weet de politie nog niet goed waar de grens ligt tussen uitoefening van politieke rechten en subversie.

Van 24 tot 26 februari werd in het stadje Sentani, even buiten de provinciehoofdstad Jayapura, het Groot Papoea Beraad gehouden, waar Papoea's uit binnen- en buitenland debatteerden over het bittere jongste verleden en twee nieuwe politieke structuren in het leven riepen: een vertegenwoordigend lichaam (de Papoearaad) en uitvoerend lichaam (het Papoeapresidium). Na afloop verklaarde de provinciale politiechef, brigadegeneraal S.Y. Wenas dat ,,nog moet worden uitgezocht of in Sentani de wet is overtreden''.

Om te voorkomen dat er in Jakarta misverstanden zouden rijzen over de bedoelingen en besluiten van het Beraad, had een Papoeadelegatie op 3 maart, dus nog geen week na sluiting van de bijeenkomst, een onderhoud met president Abdurrahman Wahid. Die bleek al ingelicht door de staatsveiligheidsdienst (Bakin). Thaha M. Alhamid, die lid was van het comité dat het Beraad organiseerde en enkele malen de voorzittershamer hanteerde, vertelt: ,,Wahid was verontrust. Hij had vernomen dat wij vertegenwoordigers van andere landen hadden uitgenodigd en dat het Beraad had besloten om een overgangsregering te vormen. We hebben dat meteen rechtgezet. Die `buitenlanders' waren Papoea's in ballingschap die nota bene een visum hadden gekregen om het beraad bij te wonen.''

Wahid had eerder beloofd dat Indonesiërs in ballingschap zonder bezwaren konden terugkeren. Alhamid: ,,Tijdens het beraad was vanuit de zaal weliswaar voorgesteld om een overgangsregering te vormen, maar dat voorstel werd door anderen als gevaarlijk en prematuur van de hand gewezen en door het plenum doorverwezen naar het nog te kiezen presidium. Dat heeft nooit besloten zo'n regering te vormen. `Dan is het goed', zei Wahid, maar hij waarschuwde Thom Beanal, voorzitter van het presidium, `dat zo'n besluit meteen zou worden uitgelegd als staatsondermijnend.'

De Hermandad in Jayapura bleek bij thuiskomst van de delegatie een andere conclusie te hebben getrokken dan de president. Alhamid: ,,De politie heeft na een officiële kennisgeving van onze kant – bewust geen verzoek om een vergunning – nooit officieel toestemming gegeven voor het beraad. Op de tweede dag wilde de politie de vergadering ontbinden. Wij hebben toen overleg gevoerd met politiechef Wenas en hem verzekerd dat wij ons zouden inspannen om provocaties en ongeregeldheden te voorkomen. Onze ordedienst deed goed werk en werd nota bene bijgestaan door enkele politiefunctionarissen.''

Medio maart ontvingen zestien personen, deels leden van het Papoepresidium, deels zoals Alhamid leden van het organisatiecomité, een oproep van de politie om te verschijnen voor verhoor. De oproer vermeldt dat zij werden `verdacht van misdrijven tegen de staatsveiligheid en de openbare orde', zoals omschreven in vier artikelen van het Wetboek van Strafrecht. Tijdens die verhoren, zo vertellen Alhamid en presidiumlid dr. Benny Giay, bleek dat er tegen de zestien een politieonderzoek werd ingesteld en dat het Beraad inmiddels werd beschouwd als een `daad van subversie'. De zestien lieten zich vergezellen door advocaten van het Instituut voor Rechtshulp (LBH).

Benny Giay, die promoveerde aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en nu doceert aan een theologische hogeschool in Sentani: ,,Ik zei dat ik mijn voordracht voor het beraad over de emancipatie van de Papoea's met de beste wil van de wereld niet kon uitleggen als subversie. Ik verzocht de ondervrager niet te vervallen in praktijken van de Nieuwe Orde, omdat we nu leven in het tijdperk van de democratie, waarin de vrijheid van meningsuiting is gewaarborgd.''

Alhamid voegt daar aan toe: ,,Het beleid van de regering-Wahid zou in het teken staan van wetshandhaving en de suprematie van het recht. De lange reeks rechtsschendingen in Papoea gedurende de laatste 37 jaar worden nog steeds niet onderzocht, terwijl tegen zestien organisatoren van het Groot Papoea Beraad meteen een politieonderzoek wordt ingesteld. Dat is navrant.''

Volgens een betrouwbare bron in het kantoor van de openbare aanklager in Jayapura zijn de politie, de hoofdofficier van justitie en de voorzitter van de Arrondissementsrechtbank het er nog niet over eens of de aanklachten standhouden. President Wahid heeft al toegezegd dat hij het Papoeacongres dat het presidium eind mei, begin juni zal beleggen, wil openen. Dat zou een boeiend precedent scheppen: een staatshoofd dat zich schuldig maakt aan een staatsgevaarlijke activiteit.

    • Dirk Vlasblom