Nestor van de Nederlandse natuurkunde

Afgelopen donderdag is prof.dr. H.B.G. Casimir, nestor van de Nederlandse natuurkunde, op 90-jarige leeftijd overleden. Dit heeft zijn familie gisteren bekendgemaakt. Casimir, die internationaal groot aanzien genoot, was al enige tijd ziek.

Hendrik Casimir werd op 15 juli 1909 in Den Haag geboren. Hij bezocht er het pas opgerichte Nederlands Lyceum, de school van zijn vader, en na de HBS-B doorlopen te hebben deed hij in 1926 ook eindexamen Gymnasium-alfa. Hetzelfde jaar begon hij in Leiden zijn studie natuurkunde. Die keuze was beïnvloed door huisvriend Paul Ehrenfest, hoogleraar theoretische natuurkunde en later zijn leermeester.

Van 1929 tot 1931 studeerde Casimir in Kopenhagen bij Niels Bohr, de vader van de quantumtheorie. Bohr had zich omringd met een internationaal gezelschap van getalenteerde, vaak zeer jeugdige fysici die hun enerverende en soms moeizame pioniersarbeid afwisselden met frivole activiteiten. Uit die tijd stamt ook Casimirs pseudo-linguïstische verhandeling over het Broken English, nu een van zijn bekendste publicaties.

Na zijn promotie in Leiden bij Ehrenfest werkte Casimir een jaar als assistent bij Wolfgang Pauli in Zürich. Graag zou hij langer gebleven zijn, maar april 1933 drong Ehrenfest er per brief met klem op aan dat hij naar Leiden terug zou keren: `Ach, Caasje, setze deine breiten Schultern unter den Karren der Leidener Physik'. Ehrenfest, die enkele maanden later zelfmoord pleegde, wilde zo zeker stellen dat er in de periode dat er een opvolger werd gezocht iemand was die in Leiden op de winkel zou passen.

Na zes jaar conservator te zijn geweest op het Kamerlingh Onnes laboratorium, een periode waarin hij zich met plezier aan experimentele natuurkunde waagde, maakte Casimir in 1942 de overstap naar Philips. Op het Nat.Lab. in Eindhoven, in die jaren vrijwel het enige niet-universitaire laboratorium waar onderzoek op academisch niveau werd gedaan, kon hij onder veel gunstiger omstandigheden werken dan aan de universiteiten mogelijk was, ook gedurende de eerste jaren na de oorlog.

In 1946 maakte Casimir deel uit van het driemanschap dat Nat.Lab-directeur en -oprichter Gilles Holst opvolgde. Tien jaar later nam hij zitting in de Raad van Bestuur van de NV Philips, een positie die Casimir tot zijn pensioen in 1972 bekleedde. Altijd heeft Casimir zich een pleitbezorger betoond van centraal gefinancierd fundamenteel onderzoek dat los stond van de kortademige, op snelle pay off gerichte wensen van productdivisies. Tot zijn teleurstelling heeft hij moeten constateren dat zijn visie de laatste jaren bij Philips – en bij andere multinationals met researchlaboratoria – steeds meer is verlaten.

Internationaal bekend is Casimir vooral vanwege het `Casimir-effect'. In 1948 toonde hij aan dat twee elektrisch neutrale platen elkaar door toedoen van exotische quantumfluctuaties aantrekken. In 1958 is deze minuscule kracht door een collega op het Nat.Lab. inderdaad aangetoond en sindsdien is het effect in tal van experimenten bevestigd. Het weerspiegelt fraai Casimirs academische instelling in Eindhoven.

Na zijn afscheid bij Philips was Casimir van 1973 tot 1978 president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij publiceerde enkele boeken, waarvan zijn autobiografie Het toeval van de werkelijkheid uit 1983 uitgroeide tot een klassieker. De opmerking dat de natuurkunde zo goed als af zou zijn, bestempelde Casimir vorig jaar in het Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde als `bekrompen en kortzichtig'.

    • Dirk van Delft