MEER STUDIO DAN CRÈCHE

Reggio Emilia is een toverwoord in de pedagogische provincie. Want ``we zitten vastgeroest in oude patronen.''

In een nieuwbouwwijkje van het Noord-Italiaanse stadje Reggio Emilia is het gloednieuwe kindercentrum Panta Rei gevestigd. Na de Tweede Wereldoorlog investeerde het stadje veel geld en energie in kinderopvang, en inmiddels is de Reggio-Emilio-benadering over de hele wereld beroemd om zijn stimulering van de creativiteit van het kind. Vele onderwijzers en pedagogen willen er op werkbezoek, maar het stadje laat ze mondjesmaat toe. Om de rust niet te verstoren. Vorige maand mocht een Nederlandse delegatie rondkijken: 125 peuterleiders/sters, basisschoolleerkrachten, pabo-docenten en beleidsmakers. En een journalist.

Panta Rei blijkt gevestigd in een ruimte die eigenlijk gebouwd is als showroom voor auto's. Het is er licht, en blinkend schoon. Beneden is de ruimte voor de groep kinderen van 3 t/m 6 jaar, een groot atelier en een ruime keuken. In het in stellingkasten liggen bakjes met allerlei materialen voor hergebruik: stroomdraad, knopen, kralen, ijzerdraad, snippers en stroken afvalpapier. Aan het plafond hangt een vlinder van koperdraad en kralen.

``Dit is helemaal niet gezellig'', mompelt een pabo-docent uit Haarlem. ``Een atelier hoort een soort spannende rommelzolder te zijn. Dit is veel te clean, te steriel.'' Het verschil in mentaliteit is meteen duidelijk. In de meeste Nederlandse kinderdagverblijven zijn de muren warm geel of oranje, op de vloeren ligt linoleum in heldere tinten en de objecten, tafels stoelen en speeltoestellen, zijn uitgevoerd in hout met primaire kleuren. Maar in Panta Rei zijn de meubels van licht hout met roestvrij staal, de grond is bedekt met een kindonvriendelijke crèmekleurige tegelvloer en de enige kleuraccenten zijn lichtblauw en zachtgroen. De kindertekeningen die er hangen en rondliggen zijn uitgevoerd in tinten blauw waardoor dit kindercentrum in Nederlandse ogen meer weg heeft van een ontwerpstudio dan van een crèche.

De delegatie Nederlanders vergaapt zich wel aan de prachtige verrijdbare podia met laatjes eronder, aan de kleine kartonnen postbakjes aan de muur waar de kinderen berichtjes voor elkaar in kunnen doen en aan de schitterende materialen waarmee gewerkt wordt. In het kindercentrum werken uitsluitend jonge vrouwen. In elke groep van 14 kinderen werken dagelijks twee groepleidsters en, essentieel voor iedere Reggio-school, de atelierista, een beeldend kunstenaar. Verbonden aan het dagverblijf zijn tevens een pedagoge, twee schoonmaaksters en een kokkin die zorgt voor de dagelijkse warme maaltijd.

Wat ook opvalt is de nauwkeurigheid en het geduld waarmee de leidsters alle vragen noteren en beantwoorden. Ze overtuigen de mopperende pabo-docent met hun antwoorden op vragen over het sobere kleurgebruik en de inrichting. De kinderen vullen de ruimtes met hun aanwezigheid en hun projecten, die ruimtes moeten dus neutraal en uitnodigend zijn ingericht. Anders worden de kinderen overvleugeld door de ruimte.

Annemieke Huisingh en Margot Meeuwig van de Stichting pedagogiekontwikkeling voor het jonge kind propageren de de Reggio-benadering voor Nederland. Ze organiseerden in 1998 de tentoonstelling `De kinderen van Reggio Emilia' in het Amsterdamse Stedelijk Museum met bijbehorende symposia en lezingen. Ze werken nu aan drie pilotprojecten, twee binnen de kinderopvang en een derde op een basisschool. Annemieke Huisingh: ``Er is geen maatschappelijke opdracht geformuleerd voor de kinderopvang en er is ook geen pedagogische inhoud ontwikkeld voor de educatie van zulke jonge kinderen. Opvoeden is iets wat je thuis deed en in de kinderopvang werden kinderen veilig en hygiënisch opgevangen. Intussen zijn alle werkers in de kinderopvang er natuurlijk allang achter dat je de hele dag door keuzes maakt en dus opvoedt. Er zijn overal in de praktijk manieren van werken ontstaan die vooral persoonlijk en impliciet zijn. Door de werkwijzen niet expliciet te maken kunnen ze ook niet aan ouders en beleidsmakers gecommuniceerd worden en is er geen openbare discussie over opvoeding in de kinderopvang. Het is eigenlijk ondemocratisch om op die manier op te voeden op een publieke plek en ik denk dat we ons dat in onze multiculturele samenleving niet kunnen permitteren.''

De volgende dag bezoeken we het oudste kindercentrum in het dorp Cella, net even buiten Reggio Emilia. De 25e april genoemd, naar de Italiaanse bevrijdingsdag. Na afloop van de Tweede Wereldoorlog kreeg het dorp 800.000 lire om te besteden aan de wederopbouw van het dorp. De vrouwen uit het dorp wilden het geld besteden aan de toekomst van hun jonge kinderen en besloten een nieuwe school op te richten. De bevolking van Cella bestond voornamelijk uit boeren en arbeiders zonder toegang tot goed onderwijs. De vrouwen wilden voor hun kinderen een betere toekomst. Onmiddellijk na de bevrijding begon de bouw van de nieuwe school. Het land werd geschonken door een boer uit het dorp. De 800.000 lire waren natuurlijk niet genoeg en daarom werkten velen vrijwillig mee. Er werd nog wat geld verzameld door de verkoop van een tank, twee paarden en een vrachtauto die door de Duitsers achtergelaten waren.

Bouwmaterialen werden uit gebombardeerde huizen gesloopt. De vrouwen uit het dorp poetsten zelf het cement van de stenen en de mannen haalden zand uit de rivier om nieuw cement te maken. De jonge onderwijzer Loris Malaguzzi uit Reggio Emilia hoorde over deze nieuwe school en kwam op de fiets naar het dorp om zijn diensten aan te bieden.

Magaluzzi werd een van de grondleggers van de `Reggio-benadering'. Vanaf de jaren 60 investeert ook de gemeente Reggio Emilia veel geld in deze scholen. Inmiddels zijn er 19 kinderdagverblijven en 56 preschools en gaat ongeveer 45% van alle kinderen uit Reggio naar één van deze kindercentra. De kindercentra vallen onder de gemeente en zijn voor kinderen van 0 tot en met 6 jaar; daarna gaan ze naar de staatsschool.

In 1994 werd de Stichting Reggio Children opgericht die sindsdien zorgt voor de contacten met de buitenwereld. Talloze buitenlandse delegaties (twee per maand) worden zorgvuldig ontvangen, de tentoonstelling `de honderd talen van kinderen' reist de wereld over en overal worden nu pilotprojecten opgezet.

Het woord systeem of methode is uit den boze in Reggio. Aandachtig wordt naar de talloze vragen geluisterd en geduldig wordt gewezen op culturele verschillen. Hier komen ook bijvoorbeeld grootouders op school voor een klusje of een bezoekje.

De inrichting van De 25e april is veel rommeliger en sfeervoller dan Panta Rei. In alle ruimtes van het gebouw werken kinderen. Er wordt gekleid in een kleine hoge kamer met een ronde tafel, in het grotere klaslokaal bouwen drie kindertjes aan een gigantisch bouwwerk en spelen er een verhaal met veel monsters bij. Andere kinderen tekenen geuren nadat ze elkaar aan bloemetjes hebben laten ruiken. Alle materialen en speelgoed zijn uitgestald in open kasten, kinderen kunnen alles zien. Op de gang is een keuken nagebouwd en zijn er dozen vol Duplo en Lego.

Wat gebeurt hier? Er wordt bijvoorbeeld door vier kinderen geconcentreerd getekend, met een begeleidster ernaast. Zij praat met de kinderen en schrijft ondertussen precies op wat er gebeurt. De vrouw beschrijft de activiteiten van de kinderen, wat ze tekenen, wat ze erbij vertellen en hoe ze op elkaar reageren. Dit verslag wordt samen met de tekening bewaard in een map en later door de begeleidsters besproken. Op deze manier wordt van ieder kind de ontwikkeling langzaam maar zeker in kaart gebracht. Op grond van dit materiaal beslissen de begeleiders wat ze zo'n kind verder zullen aanbieden. Het accent ligt op het beeldende en creatieve vlak. Creativiteit wordt gezien als alledaagse bron voor het leren.

Niet alleen trekt deze Reggio-benadering werkers in de kinderdagverblijven aan, ook in het basisonderwijs bestaat er grote belangstelling voor. Ook in Nederland zijn er inmiddels een aantal basisscholen die, tot en met groep acht, op deze wijze werken. Bijvoorbeeld in de gemeente Hoogezand-Sappemeer. Wethouder Cor Drost en het gemeentelijk hoofd onderwijs Jan de Groot leiden een zware gemeentelijke delegatie: ruim twintig mannen en vrouwen uit het basisonderwijs, de kinderopvang en de onderwijsbegeleidingsdienst.

Cor Drost: ``Sinds 1985 werken alle openbare basisscholen in onze gemeente samen. We hebben gekozen voor Ontwikkelingsgericht Onderwijs en dat is de reden om nu hier te komen. Het is heel moeilijk om datgene wat je hier ziet terug te plaatsen in de Nederlandse samenleving, en daarom hebben we zoveel mensen meegenomen. De omslag, de attitudeverandering is zo moeilijk omdat we zitten vastgeroest in oude patronen.'' Het is makkelijk om de Reggio-benadering alleen van de buitenkant te bekijken. ``Alles ziet er prachtig uit. Kinderen maken de prachtigste kunstwerken. Maar wij willen echt verwerken wat we hier doen. Je kan best een docent handvaardigheid hierheen sturen die dan veel ideeën opdoet. Ze doen hier heel veel met schilderen op doorzichtig plastic en dat wil iedereen graag ook thuis gaan doen. Maar ik moet steeds denken aan het beeld van de zichtbare en de onzichtbare school. Het bezoek moet niet alleen voor de leraar handvaardigheid maar ook voor de pedagoog interessant zijn.'' De onzichtbare school bestaat alleen wanneer een groep mensen samen iets leert.

In de discussies van de groep Nederlandse bezoekers onderling gaat overigens het steeds over salariëring, faciliteiten. In Reggio verdient een fulltime leidster in Reggio ƒ1800 netto. Daarvoor heeft ze 30 contacturen, 2 uur intervisie met de collegae en 2 uur oudercontacten per week. Het is niet veel betaald voor Nederlandse begrippen. Maar Cor Drost zegt: ``Mensen moeten goed verdienen, maar ik zou begrippen als passie, roeping, idealisme weer op de agenda willen zetten.''

    • Bertien Minco