Loon na hard werken

Al jaren staat Harvard bovenaan de wereld-ranglijst van business schools. De opleiding is vermaard om de Harvard-cases, leerzame praktijkvoorbeelden uit het bedrijfsleven. Maar ook de Harvard-student, in opleiding voor een leidinggevende positie, denkt maar aan één ding: hoe zet ik zo snel en slim mogelijk een Internet-bedrijf op.

In hun stemmige smokings en laag uitgesneden avondjurken ogen ze als de deelnemers aan een debutantenbal. De studenten van de Harvard Business School vieren hun Hollidazzle-party, een feest ter afsluiting van het eerste semester van hun studiejaar. En misschien ook wel als afleiding voor de tentamens die over enkele dagen beginnen. Het Park Plaza, een hotel in Boston met een lange traditie van oud geld, is afgeladen vol. In de stijlvolle zalen met kroonluchters dineren de studenten met hun jaarsecties, daarna dansen ze in de Imperial Ballroom op de muziek van een rockband of verpozen ze zich in de gangen en foyers.

Honderd dollar per persoon hebben ze betaald en daarvoor mogen ze zoveel drinken als ze willen. Bier en witte wijn zijn favoriet. Hoewel de feestgangers gemiddeld eind twintig zijn, een studie en de nodige werkervaring achter de rug hebben, gedragen ze zich zo uitbundig als een lichting eerstejaars op hun eerste studentenbal.

Dit zijn dan ook niet zomaar debutanten. Ze mikken op leiderschapsposities in het bedrijfsleven. Nog voordat ze hun diploma op zak hebben, weten ze zeker dat er om hen gevochten zal worden. Dat hun beginsalaris minstens honderdduizend dollar per jaar zal bedragen. Dat ze tot het selecte gezelschap behoren waaruit voorzitters van raden van bestuur, ondernemers, financiers en zakelijke tycoons voortkomen. En dat hun maatschappelijke carrière voor de rest van hun leven verzekerd is.

De dansende, drinkende, flirtende en feestende studenten in het Park Plaza Hotel vormen de class of 2000 en de class of 2001, de eerste generatie studenten die de Harvard Business School (HBS) in de 21ste eeuw aflevert. Ze studeren, sporten en maken pret. Ze kiezen liever voor het grote risico met een kleine kans om heel veel geld te verdienen, dan voor het lage risico met een grote kans om veel geld te verdienen. Ze zijn bezeten van nieuwe bedrijven en gegrepen door de Internet-koorts. Ze zijn jong, open, enthousiast, ambitieus, energiek en ze zijn van drie dingen doordrongen: op een wonderbaarlijke manier zijn ze bevoorrecht, ze leven in een fantastische tijd en ze hebben unieke kansen.

Het diploma van Master of Business Administration (MBA) van HBS is een levensverzekering, de toegangspoort tot een netwerk van contacten en voorzieningen en tot het internationale zakenleven. 'Vanaf het studentenhuis tot je graf maak je deel uit van deze gemeenschap. Dat heeft een ongelooflijke aantrekkingskracht', zegt Linda Carrigan. Ze heeft zelf Harvard gedaan (class of '93) en helpt nu studenten bij het zoeken naar een baan. 'HBS is voor je leven. Je wordt pas uitgeschreven als je overlijdt', weet Carien van der Laan (class of '80), voorzitster van de Club van oud-Harvard-studenten in Nederland. Kim Clark, de dean (rector) van de Business School, zegt het op zijn manier. 'Dit is een total institution met als missie de leiders van de toekomst af te leveren.'

Iedereen werkt aan een businessplan

De universiteit van Harvard staat in Cambridge, Massachusetts, aan de noord-oever van de Charles-rivier, maar toen rector Elliot in 1908 besloot een opleiding voor management te beginnen, koos hij voor een braakliggend terrein op de zuidelijke rivieroever in Boston. Het Amerikaanse bedrijfsleven was begin deze eeuw volop in expansie. Er was grote vraag naar mensen die de talloze nieuwe industrieën en banken konden leiden. Voor het eerste studiejaar meldden zich 33 studenten.

Tegenwoordig beslaat de Harvard Graduate School of Business Administration een terrein van 28 hectare met 29 gebouwen in Engelse Georgian-stijl. Alle gebouwen zijn vernoemd naar de schenkers. De campus is ruim opgezet: de studentenhuizen, het collegegebouw, het faculteitsgebouw, de bibliotheek, de sporthal, de kapel, het restaurantcomplex en de facilitaire diensten liggen in een parkachtige omgeving.

Er rijdt geen verkeer, stadsgeluiden uit de verte verwaaien. Hier heerst een aangename rust. Alleen 's ochtends vroeg, aan het begin en einde van de middag lopen er studenten buiten. Ter bescherming tegen de kou - het kan in Boston 's winters gemeen vriezen - zijn de belangrijkste gebouwen door tunnels met elkaar verbonden.

HBS beschikt over een sportcomplex met zes squashbanen en een fitnesszaal met televisietoestellen die staan afgestemd op financiële nieuwszenders, een crèche met kleuterleidsters voor studentenouders, de grootste bibliotheek met bedrijfsliteratuur ter wereld en één Nobelprijswinnaar.

Een eigen plantsoenendienst onderhoudt de groenvoorzieningen. 'Ze zijn neurotisch als in de herfst de bladeren van de bomen vallen. Zodra het begint te sneeuwen, vegen ze ook alles onmiddellijk schoon', vertelt Sue Joung Hahn uit Zuid-Korea schaterlachend. Ze heeft een conservatoriumopleiding als concertpianiste in Boston achter de rug en wil na haar MBA terug naar Korea om te werken in de Aziatische muziekindustrie.

Studenten met de meest uiteenlopende achtergronden vinden elkaar in Harvard. Sonny Jandial, een 26-jarige Amerikaan, was manager in een fabriek van pampers. 'Ik zocht een breder perspectief. Je leert hier waanzinnig veel. In drie maanden tijd heb ik dertig verschillende praktijkgevallen bestudeerd. Dat is nog eens wat anders dan iedere dag luiers.'

Ook de Nederlanders Izet Fraanje (28) en haar vriend Martijn Lopes Cardozo (29) zijn aangestoken door het ondernemersvirus. 'Het loopt anders dan we hadden gedacht toen we hier kwamen', zegt Izet. 'Iedereen is bezig met een businessplan.'

Een studiehuis van topkwaliteit

Om half acht 's ochtends verzamelen de studenten zich in het Kresge-gebouw. Beneden is het studentencafetaria met uitzicht op de Charles-rivier; boven is het gelambrizeerde restaurant voor professoren en bezoekers. De studenten komen binnen met dikke jassen aan, petten op en rugzakken em. Gewoontegetrouw halen ze hier hun koffie en muffins, vruchtensalades, pakjes cereal met melk, croissants, borden met gebakken eieren of sandwiches. Daarna ploffen ze neer in zeegroene fauteuils en gaan aan het werk aan de lage, ronde tafels. Ze hebben een uur de tijd om de praktijkgevallen die straks aan de orde zullen komen, met elkaar te bespreken. Nergens wordt gerookt.

De case method, voor het eerst toegepast in 1912, is de trots van de Harvard Business School. Aan de hand van praktijkgevallen uit het bedrijfsleven leren de studenten in hoog tempo omgaan met managementsproblemen. Het is een studiehuis van topkwaliteit.

Vanochtend bespreken Michael Ramich, Brian Delaney, Sonny Jandial, Graziela Cajado en Jesus Pacheco - allemaal begonnen in september 1999 - een case over de Wells Fargo Bank. De bank heeft een probleem met on line banking en zoekt naar mogelijkheden om meer klanten aan te trekken. Er moet iets veranderen aan de dienstverlening, dat is duidelijk. De Venezolaan Jesus presenteert zijn bevindingen, de andere vier reageren. Ze praten snel over en weer. Argumenten worden gewogen en verworpen. Ze halen voorbeelden uit hun eigen ervaring aan, maken terloopse grappen over het studentenleven en over de versierscore van het feest van gisteravond, om vervolgens in volle ernst het geval Wells Fargo weer op te pakken. 'Je hebt nog vijf minuten', zegt Sonny. In hoog tempo wordt de discussie afgerond.

Tegen half negen staan de studenten op, pakken hun klappers en brengen het dienblad met de resten van het ontbijt weg. Ook bij andere tafeltjes trekken studenten hun jassen aan om naar het collegegebouw te gaan. Even later is de zaal nagenoeg leeg. Twee Chinese studenten met een computer blijven eenzaam achter.

Na de ochtendcolleges vertellen Jesus, Brian, Mike en Sonny hoe het eerste semester op HBS is bevallen. Jesus (30) is ingenieur, maar hij wilde niet blijven werken in het familiebedrijf van zijn ouders dat actief is in de olie-industrie in Venezuela. Eerst wilde hij na Harvard iets in het bankwezen gaan doen, maar hij ziet nu meer kansen in een Internet-bedrijf. In drie maanden, zegt hij, heeft hij geleerd niet bang te zijn om ondernemersrisico's te nemen.

Sonny (26) was in de luierfabriek verantwoordelijk voor zestig mensen. Hij verdiende goed, maar het was een baan zonder uitdaging. Hij meldde zich aan voor HBS en werd tot zijn verrassing aangenomen. 'Ik wist nauwelijks wat ik hier zou aantreffen', bekent hij. Het valt hem mee hoe hard hij moet werken, des te meer leert hij door de omgang met mensen uit andere landen en met andere achtergronden. Terug naar de grote industrie wil hij niet. Uiteindelijk hoopt hij les te geven en zijn ervaringen te kunnen overdragen.

Mike (26) heeft zijn carrière helemaal uitgestippeld. Eerst een studie economie, vervolgens een paar jaar werken en nu business school. Voor hem was de reputatie van Harvard belangrijker dan het perspectief met een MBA veel te kunnen verdienen. Binnenkort gaat hij trouwen en hij wil na zijn studie een baan zoeken in investment banking.

'Deze twee jaar geven me de kans om na te denken over mijn toekomst', vertelt Brian (27). Hij heeft gewerkt bij een accountantskantoor en wil iets nieuws, vooral geen consulting en geen accountancy meer. Hij overweegt zijn eigen bedrijf te beginnen of bij een firma voor risicokapitaal te gaan werken. Dat is avontuurlijker dan investment banking.

Op een haast vanzelfsprekende manier tonen de studenten zich bewust van hun geprivilegieerde positie. 'Als Amerikaan heb je geen idee van de wereld buiten de Verenigde Staten', zegt Brian. 'Hier word je blootgesteld aan ervaringen met mensen uit de hele wereld. Het is of zich een raam opent', vult Sonny aan. En Mike voegt eraan toe: 'Je komt na twee jaar als een ander mens van deze opleiding.'

De angst voor de onverwachte beurt

Een college-uur op Harvard Business School telt tachtig minuten. Ieder 'uur' wordt gebruikt om een case te bespreken, twee per ochtend. De collegezalen bevinden zich in Aldrich Hall. De banken staan in een halfrond, oplopend amfitheater met comfor-tabele, bewegende kantoorstoelen. De rijen hebben traditionele namen - room deck, garden deck, power deck, warning deck en sky deck - maar die namen hebben tegenwoordig niet meer dan symbolische betekenis. Een computer bepaalt de plaatsing van de studenten in de klas.

Bij het begin van de studie worden de nieuwkomers ingedeeld in secties van tachtig studenten. Deze secties volgen in het eerste jaar een verplicht lesprogramma. In het tweede jaar kunnen de studenten keuzevakken nemen. Tijdens colleges heeft iedere student altijd een naambordje voor zich staan, zodat de docent weet wie hij aanspreekt. In een computerbestand voor de docenten bevinden zich cv's van de studenten, met hun foto én met een door henzelf ingesproken geluidsopname van hun naam.

De cases vormen het hart van de HBS-opleiding. Tachtig procent van het onderwijs bestaat uit de klassikale behandeling van de cases. Gedurende hun opleiding bestuderen de studenten zo'n 800 ... 1.000 verschillende cases. De helft van het rapportcijfer is gebaseerd op de deelname aan de discussies in de klas. Die debatten, ver-zekeren de studenten, maken een enorme hoeveelheid energie los. Ze praten met ontzag over de cold call, een onverwachte beurt die iemand krijgt om een case als eerste in de klas toe te lichten. Zodra de discussie op gang komt, vecht iedereen voor air time.

Het beoordelingssysteem bestaat uit drie cijfers, waarvan drie het laagste is. Wie voor vier van de negen vakken een drie haalt, hits the screen. Dat betekent een indringend gesprek. Als er geen verbetering optreedt, is het afgelopen. Hoeveel studenten per jaar door slechte studieresultaten afvallen, is een goed bewaard geheim. Maar veel zijn het er niet: de selectieprocedure is zo rigoreus dat drop-outs nauwelijks voorkomen. Wie op de HBS wordt toegelaten, haalt na twee jaar het diploma of stapt eerder op om een eigen bedrijf te beginnen.

Martijn Lopes Cardozo (Nederlander), Sue-Joung Hahn (Koreaanse), Guy Primus (Amerikaan) en Nancy Rubinstein (Ameri-kaanse) vormen een doorsnee-groep van HBS-studenten. Ze zijn niet extreem slim of briljant of geldbelust, maar wel zelfverzekerd en sociaal vaardig. Door de ontspannen Amerikaanse sfeer op de campus ontberen ze de bekakte arrogantie van de traditionele Nederlandse corpsstudenten. Ze komen openlijk uit voor hun ambities en ze praten graag over hun ervaringen op Harvard.

Alle vier zijn ze lyrisch over de kwaliteit en de vorm van het onderwijs. De debatten over de cases hoeven niet tot conclusies te leiden, het gaat om de manier van argumenteren. 'Je leert een denkkader ontwikkelen om kritische vragen te stellen', zegt de Koreaanse Sue-Joung. Aziatische studenten hebben daarmee in het begin moeite, vertelt ze, omdat ze een andere manier van denken hebben. Guy, een zwarte Amerikaan, vult aan: 'Aziaten spreken zich minder snel uit, maar als ze iets zeggen, worden ze daarom des te meer gerespecteerd.'

'In Nederland ging ik nooit naar college', beweert Martijn, oud-Delftenaar, tot verbazing van de anderen. 'Je werkte voor je tentamens, maar je ging niet naar college. En hier zit ik om half acht 's ochtends al in de studiezaal. Vrijwillig!' Vooral in het eerste semester moeten de studenten aanpakken. Het gevoel dat er hard gewerkt moet worden, wordt aangewakkerd door de stevige competitie. 'Je wil je naam vestigen, hè', zegt Martijn. 'Dat geeft een geweldige kick.'

Aan ambitie hebben de studenten geen gebrek. 'Ik wil de volgende Ted Turner worden', zegt Guy Primus half schertsend, 'en ik wil eigenaar worden van de Pittsburgh Pirates.'

Nancy Rubinstein wil een eigen bedrijf beginnen. Volgens haar is het voor vrouwen nog altijd lastig om durfkapitaal aan te trekken. Met een HBS-diploma verwacht ze gemakkelijker investeerders te kunnen interesseren voor haar businessplan. Sue-Young Hahn wil terug naar Korea, ook al weet ze dat ze daar veel minder zal verdienen dan in de vs. 'Wat ik hier leer, wil ik toepassen in Korea. Ik wil teruggaan en de mensen daar laten zien hoe nuttig deze opleiding is.'

'Iedere morgen onder de douche denk ik aan de buurt waar ik ben opgegroeid', zegt Guy. 'Ik zou graag kansen willen scheppen voor andere mensen, zodat ze niet blijven hangen in sociale problemen.' Die maatschappelijke motivatie is belangrijk, en dat geldt voor veel studenten. Het gaat ze niet alléén om het vooruitzicht van de zes-cijferige salarissen.

Het intellectuele kapitaal van Harvard

De studenten op HBS zijn minder geïnteresseerd in theorieën dan in praktijkervaring. Dat geldt ook voor de academische staf: 96 professoren, 22 associate professoren en 55 assistent-professoren en een handvol gastdocenten. HBS heeft niet veel op met fundamenteel onderzoek. Er zijn wel be-roemde namen aan HBS verbonden - zoals managementgoeroe Michael Porter - maar de enige HBS'er die ooit de Nobelprijs voor economie won, Robert Merton in 1997 voor optiestrategieën, was een jaar later het middelpunt van een financieel schandaal. Merton zat in de directie van Long Term Capital Management, een speculatief beleggingsfonds dat in september 1998 bankroet ging, waardoor het internationale financiële stelsel kortstondig op zijn grondvesten schudde. Niet toevallig adverteert de Uni-versiteit van Chicago met de aanbeveling dat aan zijn business school meer Nobel-prijswinnaars zijn verbonden dan aan andere MBA-opleidingen.

Richard Meyer, Nederlander van geboorte, natuurkundige en ruim dertig jaar verbonden aan HBS als professor of business administration, zegt: 'Wie academisch is geïnteresseerd, kan beter naar een andere universiteit gaan. HBS behoort niet tot de top wat betreft gespecialiseerd onderzoek, maar het is de beste plek voor mensen met een brede belangstelling.'

Stafleden worden aangemoedigd om een deel van hun tijd te besteden aan eigen bezigheden zoals advisering of het lidmaatschap van raden van commissarissen van ondernemingen. Van de tien maanden van het academisch jaar mogen ze daar zo'n veertig dagen aan besteden. Dat komt neer op een dag per week. In de resterende twee maanden zijn stafleden vrij om te doen of te laten wat ze willen. Wat ze daarmee verdienen, komt bovenop hun niet onaanzienlijke salarissen.

Meyer is onder meer lid van de raad van commissarissen van Ahold. De Nederlandse supermarktketen gaf hem toestemming om bedrijfsgegevens in zijn cases te verwerken. 'De synergie van bedrijfsleven en lesgeven is geweldig', zegt Meyer. Zonder dat hij het zelf merkt, praat hij over Ahold als 'wij'.

De case methode, iedere docent van HBS begint er spontaan over te praten. David Moss, een jonge associate professor in economische geschiedenis, zegt dat de methode niet erg geschikt is om kennis over te dragen, maar fantastisch om studenten te leren problemen op te lossen. Lesgeven aan de hand van cases - zo'n veertig per semester - is voor professoren trouwens heel wat lastiger dan een hoorcollege afdraaien. Daarom zijn er speciale teaching seminars waarin de docenten bijgespijkerd worden over de manier waarop ze de cases in hun lessen moeten gebruiken.

Aan de ontwikkeling van cases wordt veel aandacht besteed. Het afgelopen jaar heeft HBS zo'n 700 nieuwe cases geproduceerd, in totaal zijn er ruim 7.000 gemaakt. Het is een tijdrovende, kostbare aangelegenheid: een case volledig uitwerken, inclusief bedrijfsbezoeken, kost een slordige 35.000 dollar. Michael Roberts, directeur van het centrum dat de cases ontwikkelt, noemt ze 'het intellectuele kapitaal van HBS'. Ze worden verkocht aan andere business schools, van een populaire case verkoopt Harvard wel tienduizend exempla- ren. De jaaromzet is zo'n twaalf miljoen cases. Tegen een vriendenprijs, want zo wordt marktaandeel verworven. 'HBS is de marktleider in de wereld voor de ontwik-keling van MBA-cases', zegt Roberts niet zonder trots.

Een typische case begint als een journalistieke reportage, met een levendige beschrijving van de situatie bij een bepaald bedrijf. Daarna volgen achtergrondinformatie over het bedrijf of de persoon in kwestie, knelpunten, het bedrijfsplan, de kwartaalcijfers, de concurrentie en de marktvooruitzichten. Alle cases hebben gemeenschappelijk dat er een praktische probleemstelling wordt gepresenteerd: dit is de situatie, dit is het dilemma, dit is de uitdaging. Zo leren de studenten oplossingen te bedenken voor bedrijfsproblemen. En omdat ze hiermee tijdens hun studie voortdurend worden geconfronteerd, worden HBS-studenten hierin creatiever dan studenten van andere business schools.

Gegrepen door het start-up-virus

De kans dat Izet Fraanje en Martijn Lopes Cardozo allebei zouden worden toegelaten tot HBS was één op honderd. Ze woonden samen in Nederland, waren afgestudeerd in technische natuurkunde in Delft en ze hadden enkele jaren als consultants werkervaring opgedaan. Daarna wilden ze een managementopleiding volgen en ze kozen voor HBS. Tot hun geluk werden ze beiden aangenomen.

Op 1 december 1998 kwamen ze aan op Logan Airport in Boston. Vanuit Nederland huurden ze per e-mail een appartement, maar verder hadden ze helemaal niets. Toen ze met een taxi van het vliegveld naar hun flat reden, stopten ze onderweg om een matras te kopen. Het was of ze opnieuw aan hun studentenleven begonnen: slapen op de grond en een deur op schragen als bureau.

De eerste schooldag herinnert Izet zich nog levendig. 'De dean hield een toespraak over leiders van de toekomst.' Ze voelde zich ongemakkelijk, de beginweken waren overweldigend. 'Als ik maar niet aan de beurt ben', dacht ze toen de eerste case behandeld werd. Daarna ging het geleidelijk beter.

'Je moet hier harder werken dan in Delft', vindt Martijn. 'Het systeem dwingt je iedere dag je huiswerk te doen.' Ze besteden zo'n zes uur aan de voorbereidingen van de cases voor de volgende dag.

De studie aan HBS is duur, alleen het collegegeld is al 27.250 dolllar per cursusjaar. Izet beseft dat ze een studieschuld opbouwt, maar ze weet ook dat ze die altijd zal kunnen terugverdienen. 'In Nederland ben je niet gewend om te investeren in je eigen studie', zegt ze. 'In Nederland moet je een mentale barrière overwinnen als je zoveel geld in je studie steekt, voordat je er iets voor terugkrijgt. Daar kijk ik nu

heel anders tegenaan. In de Verenigde Staten leent iedereen geld om te studeren.'

Op het lage tafeltje staat een grote bak met popcorn. Het driekamerappartement is eenvoudig ingericht, op een prikbord hangen foto's van vrienden in Nederland en van zeiltochten in New England. Er staan opvallend weinig boeken in de kast. We hebben nauwelijks tijd om te lezen, zegt Izet verontschuldigend.

Martijn en Izet zijn allebei gegrepen door het start-up-virus dat op HBS rondwaart. Martijn wil een eigen bedrijf opzetten en Izet is met iets vergelijkbaars bezig. Uiteraard hebben hun plannen met Internet te maken. Wat precies, houden ze angstvallig voor zich. Hun projecten bevinden zich nog in de stealth-fase van diepe geheimhouding. Iedereen is bang dat er iets uitlekt. Met andere studenten vormen ze groepjes om ideeën te bedenken, plannen te ontwikkelen, markten te verkennen en investeringen, omzetten, aanloopverliezen te berekenen. Ze zoeken naar risicodragend kapitaal en dromen van de miljoenen die zullen binnenstromen als het nieuwe bedrijf naar de beurs wordt gebracht.

Izet werkt inmiddels bijna fulltime met vijftien teamgenoten aan haar start-up en de eerste financiering is pas rondgekomen. 'Je raakt er helemaal door bezeten. De ondernemersgeest wordt hier echt gestimuleerd'. In Nederland was ze nooit op zo'n idee gekomen, het was ook niet haar opzet toen ze naar Boston kwam. De omgeving van de business school heeft haar nieuwe energie gegeven.

De nieuwe gold rush

Professor Michael Roberts heeft last van zijn rug en kan nauwelijks zitten. Noodgedwongen staat hij in zijn werkkamer, vol met boeken, documenten, archieven, een wit schoolbord en een klok met een lepel en een vork als wijzers.

Roberts is de drijvende kracht achter de bedrijfsprojecten van de studenten. Vroeger, zegt hij, richtten Harvard-MBA'ers pas na tien, twintig jaar hun eigen bedrijf op. Nu beginnen ze onmiddellijk, soms nog tijdens hun studie. 'Ze beschouwen Internet als een unieke kans. Je moet geen vijf jaar meer wachten, maar nú toeslaan.'

Het is de nieuwste versie van de gold rush: wie een goed idee heeft, kan op de Internet-markt zijn slag slaan. Er is risicodragend kapitaal in overvloed beschikbaar, het HBS-netwerk biedt de onmisbare contacten. Studenten bedenken zich niet tweemaal om een bedrijf te starten. Dit is de kans van hun leven.

'Het rolmodel voor de studenten is niet langer de president van General Motors of de voorzitter van Goldman Sachs, maar de oprichters van Yahoo!', zegt Roberts. Dat heeft een keerzijde: waarom zouden studenten nog naar een business school gaan? Dat kost nodeloos veel tijd en geld. Michael Dell (van de computers) en Bill Gates (van de software) hebben ook nooit een fatsoenlijke opleiding afgemaakt. Gates is op Harvard University gesjeesd.

HBS probeert de studenten vast te houden door in het studieprogramma een ondernemerscultuur te introduceren die is gericht op Internet. In 1997 organiseerde Roberts een wedstrijd voor nieuwe bedrijfsplannen. Het winnende plan was een Internet-project, Chemdex.com, een 'on line marketplace for specialty chemicals, biochemicals and reagents'. Dit bedrijf is inmiddels naar de beurs gegaan en heeft een beurswaarde van 1,8 miljard dollar.

In 1998 en 1999 had het gros van de bedrijfsplannen iets met Internet te maken. Van de honderd nieuwe bedrijven die studenten in 1999 begonnen, werden er vijfentwintig daadwerkelijk gefinancierd met risicokapitaal. Deze projecten, vertelt Roberts, worden gebruikt als cases voor de lessen. Zo voorziet HBS in de productie van zijn eigen studiemateriaal.

De opzet lijkt te slagen, HBS is in de ban van dot.com. Niet Wall Street, maar Silicon Valley lonkt. Daar heeft HBS inmiddels een vooruitgeschoven post geopend en er zijn goedbezochte studietrips naar Californië.

De verschuivende belangstelling van de studenten blijkt ook op een recruiting party die op een doordeweekse avond gegeven wordt door Donaldson, Lufkin & Jenrette Inc (dlj), een investeringsbank uit New York. De bankiers proberen eerstejaars te interesseren voor een stagebaan in de zomer, met het vooruitzicht op een aanstelling na hun afstuderen. Hoewel bekend is dat dlj uitstekend betaalt (een jaarsalaris van meer dan 150.000 dollar voor een nieuwkomer) en hoge bonussen geeft, is het bovenzaaltje van The House of Blue, een blues-café in Cambridge, voornamelijk gevuld met medewerkers van de bank. Enigszins beteuterd staan ze bij elkaar. Hooguit twintig HBS-studenten zijn op de gratis drank afgekomen. De schalen met hapjes blijven vrijwel onaangeroerd staan.

De Amerikaanse student William Russell is gekomen, omdat hij absoluut investment banker wil worden. Hij is een uitzondering in zijn jaar, beaamt hij. De meesten willen naar Internet-bedrijven, zelf een bedrijf beginnen of iets doen met durfkapitaal. De banken van Wall Street verliezen geleidelijk aan hun aantrekkingskracht.

Bedrijven die studenten willen aantrekken, zijn aan strikte regels gebonden. Een speciale Recruiter's Guide geeft uitgebreide voorschriften waaraan de headhunters zich moeten houden als ze tijdens bepaalde dagen op de campus in contact willen komen met geïnteresseerde studenten.

Linda Carrigan is de baas van het Recruitment Office. Ze beschikt over wat misschien wel het waardevolste instrument is voor de carrière van HBS-studenten: de job bank. De banenbank is een computerprogramma dat per bedrijfstak, plaats en functie vacatures vermeldt en een profiel schetst van de ondernemingen. Met een paar muisklikken krijg je ook de namen van de HBS-afgestudeerden die bij het betreffende bedrijf werken of gewerkt hebben en van studenten die er stage hebben gelopen. Met een simpele e-mail kan een student informatie inwinnen over de aard van de functie, het soort bedrijf en de ervaringen die andere HBS'ers daar hebben opgedaan.

'In mijn tijd, zes jaar geleden, moesten we uren in de kou buiten in de rij staan voor interviews of eindeloos door kaartenbakken spitten. Nu kunnen de studenten bij wijze van spreken 's nachts om drie uur vanaf hun kamer via Internet naar een baan zoeken', zegt Linda Corrigan. 'Ik kan me niet herinneren dat de studenten ooit zoveel mogelijkheden hadden als op dit moment.'

Hier wordt het HBS-netwerk in volle omvang zichtbaar. De helft van alle oud-studenten - wereldwijd zo'n 30.000 - heeft zich vrijwillig bereid verklaard om te adviseren over banen. Dat is, zoals Corrigan zegt, een 'extreem krachtig instrument' om de studenten op weg te helpen met hun carrière.

HBS is onderwijs als toponderneming

De banenbank, de indoorsporthal, de computerfaciliteiten, de smetteloos onderhouden campus, het netwerk van de alumni met hun eigen tijdschrift, het is allemaal mogelijk dankzij dat ene ding: geld. Harvard is een rijke universiteit en de Harvard Business School is een rijke instelling. Al haast dean Kim Clark zich te zeggen dat de Harvard Divinity School, de theologische faculteit, relatief gesproken veel rijker is.

Kim Clark is de belichaming van de complete Harvard-man: doctoraal, masters, promotie en professor aan Harvard. Maar hij is niet het prototype van een dean van een business school: mormoon, vader van zeven kinderen en tijdens het lunchuur kan hij joggend worden aangetroffen in de overdekte hardloopbaan van het sportcentrum. Hij heeft een ascetische, haast messianistische uitstraling.

Hij presenteert Harvard Business School als het verhaal van een uitzonderlijk succesvolle onderneming. Een jaaromzet van 250 miljoen dollar, ruwweg gelijk verdeeld over vier inkomstenbronnen: de MBA-opleiding, de Executive-opleiding (kortlopende semi-nars voor mensen uit de top van het bedrijfsleven), de uitgeverij en de beleggingsopbrengsten van de giften van oud-studenten. Die schenkingen, zegt Clark, stellen HBS in staat om 'de grenzen van de innovatie' te verleggen. De gulheid van oud-studenten helpt ook om de campus te verbeteren. Met een gift van 20 miljoen dollar wordt op het ogenblik een nieuw gebouw voor studentenfaciliteiten opgetrokken. Als dank krijgt het de naam van de goede gever.

De uitgeverij publiceert sinds 1922 de Harvard Business Review, en daarnaast cases, studieboeken en andere uitgaven. Ze is winstgevend, net als het Executive-programma. De prijzen voor deze management-programma's liegen er niet om: van 4.000 dollar voor een driedaagse cursus oplopend tot 44.000 dollar voor een cursus van twee maanden. Bedrijven betalen het grif om hun kader te laten bijscholen.

Het collegegeld voor de MBA-opleiding, 27.250 dollar, dekt volgens dean Clark on-geveer de helft van de werkelijke kosten per student. De MBA-opleiding wordt gesubsidieerd door de andere inkomstenbronnen van HBS. Het is nauwelijks liefdadigheid te noemen, want de afgestudeerden vergeten hun oude MBA-opleiding niet als ze een-maal een baan hebben. Ze geven gul aan hun oude school, het alumnifonds van HBS beschikt over een vermogen van 1,1 miljard dollar.

HBS is onderwijs als toponderneming. Studenten investeren in zichzelf en verschaffen zich daarmee toegang tot een levenslang netwerk.

De institutie koestert de merknaam en vernieuwt het aangeboden onderwijs voortdurend om aansluiting te houden bij de ontwikkelingen in de markt. 'Wij vormen persoonlijkheden', zegt Kim Clark. Hij filosofeert over waarden, zelfvertrouwen, doelgerichtheid, verantwoordelijkheid en besluitvaardigheid. En dan zegt hij: 'Wij leggen de fundamenten voor een leven van leiderschap. De studenten ondergaan hier een echte verandering.'

De dean staat op en wijst op prenten van de architectonische ontwerpen voor de campus uit de begintijd van de business school. Het grappige is dat de ontwerpen allemaal op elkaar lijken: een parkachtige aanleg met statige, tijdloze gebouwen. Het is de beschermde, verheven omgeving waar de debutanten worden opgeleid voor de wedloop naar de top van het bedrijfsleven. In al die jaren is dit is de constante gebleven. M

    • Roel Janssen