Kashouder van een failliete BV

Tot verbazing van zijn blanke vrienden werd Jan-Jaap Sonke vorig jaar onderminister van Financiën in Malawi. Als zakenman verwacht hij alle heil van het kapitalisme. `Het lukt me om partijen bij elkaar te brengen omdat ik tot geen enkele stam of clan behoor en dus voor iedereen acceptabel ben.'

Hoe wordt een Nederlander minister in Afrika? Jan-Jaap Sonke begon in Malawi als ontwikkelingswerker. Hij was een succesvol handelaar in zonnepanelen onder het schrikbewind van Hastings Banda. En komende week onderhandelt hij als onderminister van Financiën met geldschieters uit het Westen. Hij staat voor de taak een land overeind te helpen dat een kleinere begroting heeft dan een flinke Nederlandse universiteit. ,,Ik heb nooit overwogen om terug te gaan naar Nederland. Wat moet je daar nog verbeteren?''

Malawi is een dwerg in Afrika, telt zo'n tien miljoen inwoners, maar is altijd nog drie keer zo groot als Nederland. Het is een van de armste landen ter wereld, niet in de laatste plaats vanwege de dictatuur van Hastings Kamuzu Banda – een innemende arts die in 1964 het Britse protectoraat naar onafhankelijkheid leidde maar zich daarna ontpopte als de Ceausescu van Afrika. De voormalige presbyteriaanse ouderling, met hoge hoed en driedelig pak, verbood vrouwen een broek te dragen, schreef mannen voor hun haar kort te houden en stelde het speculeren over zijn leeftijd strafbaar. Het zou allemaal koddig zijn als het niet om een schrikbewind ging, dat tot 1993 stand hield. De geheime politie had zijn oren en ogen overal, en paramilitaire knokploegen intimideerden iedereen die het waagde een tegengeluid te laten horen.

Het land verkeerde zowel politiek als economisch in een verlammende `perfect isolation', onder meer doordat Banda nauwe banden onderhield met het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Van de drie buurlanden was Zambia te onderontwikkeld om economische banden van enige betekenis mee te onderhouden, sloot Tanzania uit sympathie voor het ANC de grens en ging Mozambique ten onder aan een door Zuid-Afrika gesponsorde burgeroorlog.

Toeval bracht Jan-Jaap Sonke in Malawi, vertelt hij op het terras van het Capital Hotel in de Malawische hoofdstad Lilongwe – aan de voet van Capital Hill, waar de regeringsgebouwen uitkijken over de stad. Nog voor hij als architect was afgestudeerd aan de TH in Delft kon hij kiezen uit drie banen. Eentje in Nigeria, eentje in Botswana, en eentje in Malawi. ,,De laatste sloot het best aan bij m'n specialisatie.'' Hij bouwde kliniekjes, kerken en huizen in overleg met de dorpelingen. Maar Banda vond dat niks. Het deed hem te veel denken aan democratisering. Hij verklaarde het tot `subversieve activiteit' en na vier jaar werden de ontwikkelingswerkers het land uitgezet.

Sonke keerde terug. Als deskundige van het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking bouwde hij zeven jaar lang vooral woningen en kantoren bij de Malawi Housing Corporation. Al snel ontdekte Sonke dat hij meer voor het land kon betekenen als hij zich niet met ontwikkelingshulp bezighield, maar met ondernemen. Hij zette in zijn vrije tijd een bedrijf op dat zonnepanelen en zonneovens produceert, die zijn aangepast aan de Afrikaanse omstandigheden. Toen zijn contract in 1986 afliep, wijdde hij al zijn tijd aan het bedrijf. ,,Inmiddels hebben we 90 man aan het werk en draaien we een omzet van een half miljoen, en behoren we tot de bedrijventop van Malawi.''

Ook als onderminister is en blijft Sonke een selfmade zakenman. Hij is een gedistingeerd man – in stem en mimiek doet hij denken aan Harry Mulisch – maar kent geen kapsones. Als we naar zijn ministerie rijden, wacht hij tot zijn geüniformeerde privé-chauffeur het portier voor hem opent, maar praat hij met hem alsof het zijn vriend is.

Sonke heeft niet zo veel met zijn vaderland, vertelt hij. Hij werd in Valkenswaard geboren in een hervormd onderwijzersgezin, maar groeide op in een dorpje in de Baliem Vallei, Nieuw-Guinea, waar zijn vader voor een Zwitserse zendingsorganisatie werkte. ,,Ik had een vrijbuitersleven'', vertelt Sonke. ,,Ik groeide op in de buitenlucht en er viel altijd wel iets te ondernemen.'' Hij heeft nooit meer in Nederland kunnen wennen. ,,In '61 gingen we terug, en dat vond ik vreselijk. Het was er zo grauw en zo benauwd. Mijn ouders wilden dat ik naar de HBS ging, maar ik ruik nóg de muffe lucht in die gangen daar. Ik had nog nooit in een klaslokaal gezeten en ik heb net zo lang stampij gemaakt totdat ik naar de LTS mocht. Mijn oudste dochter had hetzelfde. Toen ze in Nederland ging studeren vond ze het aanvankelijk allemaal geweldig, maar na een paar maanden hing ze huilend aan de telefoon. Nederlanders beseffen niet hoe onvrij ze zijn. Er zijn oneindig veel regeltjes waar je je aan dient te houden. Ik heb er in een flat gewoond waar je alleen op maandag de was buiten mocht hangen. Nederlanders mijden elke uitdaging. Als je 's ochtends opstaat, ligt je dag al voor 95 procent vast. Nederlanders zoeken altijd zekerheid en timmeren hun hele bestaan dicht, om elke onverwachte wending, elke afhankelijkheid uit te bannen. Maar er is maar één zekerheid in het leven: je gaat dood.''

Huisarrest

Eind jaren tachtig nam in Malawi de politieke repressie toe. Banda was inmiddels de negentig gepasseerd en bang de greep op het land te verliezen. In 1989 werd oppositieleider Attati Mpakati vermoord. Tientallen andere politici werden gearresteerd en gefolterd. Katholieke bisschoppen die de schendingen van de mensenrechten in een pastoraal schrijven bekritiseerden, kregen huisarrest. Ordetroepen schoten bij betogingen veertig mensen dood. Hierop draaiden Malawi's belangrijkste geldschieters uit het Westen de geldkraan dicht totdat Banda's bewind de mensenrechten zou respecteren en een meerpartijenstelsel zou invoeren.

Het was in deze jaren dat Sonke via een van zijn klanten in contact kwam met de verboden oppositiebeweging Aford (Alliantie voor Democratie), die onder leiding stond van vakbondsman Chafufwa Chihana. Sonke bood zijn hulp aan en Chihana – die kort daarna gearresteerd zou worden – vroeg hem fondsen te werven in Europa. Als blanke zou hij daar eerder gehoor vinden dan de Malawiërs zelf. ,,De geheime politie had feilloos door waar ik mee bezig was. Mijn post werd geopend en de telefoonlijn afgeluisterd'', weet Sonke.

Toen hij naar Nederland vertrok op zoek naar geld, werd hij zelfs op het kantoor van de katholieke ontwikkelingsorganisatie Cebemo geïntimideerd. ,,De Malawische ambassade belde. Ze wilden Sonke spreken, vertelden ze de telefoniste. Maar toen ik aan de telefoon kwam, hadden ze opgehangen. Ze wilden even laten weten dat ze precies wisten waar ik was. Toen ik terugging naar Malawi, was ik bang dat ik al op de luchthaven zou worden gearresteerd. Of dat m'n gezin doelwit zou zijn. Ik gokte erop dat ze een blanke niet zouden durven aanpakken. Er werd tenslotte al veel internationale druk uitgeoefend op het bewind.'' Banda zag zich genoodzaakt toe te geven aan de binnenlandse en internationale druk en kondigde eind 1992 een referendum aan over de invoering van een meerpartijenstelsel. Twee jaar later werden de eerste democratische verkiezingen gehouden.

Sonke had inmiddels de overstap gemaakt van Aford naar het gematigder Verenigd Democratisch Front (UDF). Maar toen het UDF de verkiezingen won en Sonke een regeringspost kon krijgen, koos hij voor de gemeentepolitiek. Hij zette een burgercomité op voor de wijk in Blantyre waar hij zelf woonde. ,,Door Banda's verlammende bureaucratie was dat formeel een illegale wijk en er waren nauwelijks voorzieningen als riolering. We zijn met het comité begonnen om de wijk dan maar zélf te ontwikkelen. Dat werd zo'n succes, dat de wijk inmiddels gelegaliseerd is.'' Wijkbewoners vroegen Sonke in aanloop naar de verkiezingsronde van 1999 zich verkiesbaar te stellen als hun afgevaardigde in het parlement. ,,Ik zei: dat kan toch niet, ik ben blank, ik zal nooit geaccepteerd worden. Maar in de praktijk blijkt dat geen enkel punt voor zwarte Malawiërs. De enigen die er moeite mee hebben, zijn juist de blanken die hier wonen. Die vinden dat je je per definitie ver moet houden van politiek. Ik ben veel vrienden kwijtgeraakt binnen de witte gemeenschap.''

Het UDF won opnieuw en eind juni 1999 werd Sonke benoemd tot onderminister van Financiën. Inmiddels ziet hij ook voordelen van het blank-zijn. ,,Het lukt me soms om mensen en partijen bij elkaar te brengen omdat ik tot geen enkele stam of clan behoor en dus voor iedereen acceptabel ben.'' Wordt hij dan niet gewantrouwd vanwege zijn huidskleur? ,,Ze weten dat ik met handen en voeten aan dit land gebonden ben. Ik heb hier een bedrijf, mijn kinderen wonen hier, en we hebben zodra dat wettelijk mogelijk was – in 1994 – de Malawische nationaliteit aangenomen. Uit solidariteit. Als je een land écht wilt helpen, dan moet je je honderd procent geven. Op al die Westerse experts die hier kortstondig langswaaien om te vertellen wat er dient te gebeuren, kijken ze neer. Daar luisteren ze niet naar. Dat komt ook omdat tachtig procent van de ontwikkelingswerkers – hoe goed hun bedoelingen vaak ook zijn – de Afrikanen niet beschouwen als volwaardige partners. Dat zal iedere politiek-correcte ontwikkelingswerker natuurlijk onmiddellijk ontkennen, maar geloof me: het heeft mij ook jaren gekost, daar ben ik heel eerlijk in. De meeste ontwikkelingswerkers voelen zich boven de Afrikanen verheven.''

Doormodderen

Als onderminister van Financiën staat Sonke voor een schier onmogelijke taak. De inflatie van de nationale munteenheid, de kwacha, bedraagt ruim dertig procent, terwijl het gemiddelde bruto-jaarinkomen nog geen tweeduizend gulden bedraagt. De staat heeft nauwelijks inkomsten, want inkomstenbelasting kan amper worden geheven. Import- en exportheffingen leveren ook al weinig op. De totale waarde van de export (voor 90 procent ruwe landbouwproducten) bedraagt slechts 890 miljoen gulden, terwijl er voor méér (ruim 1 miljard gulden) moet worden geïmporteerd (vooral voedsel, brandstof en hoogwaardige consumptieartikelen). Tot overmaat van ramp is de buitenlandse schuld met een dikke vijf miljard gulden bijna zesmaal zo hoog als de totale waarde van de jaarlijkse export.

Sonke: ,,De BV Malawi is failliet, zo simpel ligt het. Als een bedrijf failliet is, kun je drie dingen doen: je kunt het sluiten, je kunt het proberen te verkopen, en je kunt proberen een doorstart te maken door alsnog winstgevend te worden. Een land kun je niet sluiten of verkopen, dus blijft alleen de doorstart over. Een failliet bedrijf laat je niet doormodderen, dan werk je het namelijk alleen maar dieper in de problemen. Maar dat is precies wat de Westerse landen doen met de ontwikkelingslanden. De ontwikkelingshulp in zijn huidige vorm is net zoiets als een ziek kind net genoeg medicijnen geven om het net niet te laten doodgaan, maar het crepeert wel tot in lengte van dagen.''

Neem de begroting van Malawi. Van 15 tot 17 mei spreekt de Malawische regering er in de hoofdstad over met de geldschieters uit het Westen. Sonke: ,,Het totale overheidsbudget voor 1999 bedroeg 850 miljoen gulden. De helft daarvan was geld van de rijke donorlanden. Bijna eenderde van het budget – 270 miljoen, oftewel: tweederde van de hulp aan de overheid – vloeide in de vorm van rente en een klein beetje aflossing van de buitenlandse schuld direct terug naar de rijke landen. Dat is een gigantische aderlating. Niettemin neemt de buitenlandse schuld nauwelijks af. De enige oplossing is dat Malawi een flinke economische groei doormaakt. Die blijft tot dusver steken op zo'n 3 á 4 procent, 2 procent onder wat de Wereldbank voorschrijft. Dat is evenveel als de bevolkingsgroei. Over dertig jaar zitten we dus nog precies zo te praten.

,,De huidige ontwikkelingshulp helpt niet. Het enige dat het doet – behalve het nationale geweten van de rijke landen sussen en garanderen dat zij hun rente en aflossing krijgen afbetaald – is het sociale leed een heel klein beetje verzachten. Dat is heel belangrijk. Maar het lost het probleem niet op. Het kleine beetje ontwikkelingsgeld voor Malawi wordt versnipperd over honderden kleine landbouwprojecten. Dat is begrijpelijk, want bijna negentig procent van de bevolking leeft van de landbouw. Maar zij verbouwen bijna allemaal voedsel om er zelf van te eten. Niemand zal er ooit aan kunnen verdienen.

,,Wil Malawi welvarender worden, dan moet het bedrijfsleven worden versterkt. Daaraan kun je namelijk wél verdienen. Een failliet bedrijf zou je, om het te redden, een enorme boost geven: fors investeren en dat dan langzaam afbouwen. Dat moet je met een land ook doen: een forse investering in de vorm van budgetsteun aan de overheid, die je geleidelijk afbouwt tot nul. Dankzij die investering kan de belasting drastisch worden verlaagd, zodat het bedrijfsleven zich kan ontwikkelen.''

Sonke heeft zichzelf als onderminister van Financiën drie hoofddoelen gesteld. In de eerste plaats wil hij bewerkstelligen dat de hulp van het Westen minder zal worden versnipperd, en meer ten goede komt aan overheid en bedrijfsleven, zodat de economische patstelling doorbroken kan worden. Zo presenteerde zijn minister Matthews Chiakaona kort gelden een controversieel plan dat door Sonke is voorgekookt: minder investeren in landbouw, veel meer investeren in handel en bedrijfsleven. In de tweede plaats wil Sonke proberen het belastingsysteem te hervormen, zodat de overheid ook eigen inkomsten heeft en minder afhankelijk is van de Westerse geldschieters. En in de derde plaats wil hij zich inzetten voor versterking van de prille democratie van Malawi.

Sonke: ,,De democratie functioneert nog uiterst gebrekkig. Dat is niet verwonderlijk na dertig jaar politiestaat. De oppositie – waaronder de MCP, de voormalige regeringspartij – is militant in haar optreden en de regering is geneigd om daar militant op te reageren. Oud zeer speelt nog een te grote rol. Om nog maar te zwijgen over stamverschillen en rivaliteit tussen de verschillende regio's. Malawi is zoals veel Afrikaanse landen een merkwaardig land: de grenzen zijn volstrekt willekeurig getrokken waardoor etnische groepen met elkaar zitten opgescheept terwijl ze niets met elkaar te maken hebben zoals de Chewa, de Yao en de Tumbuka. Maar die grenzen veranderen niet meer. Ik vraag me af of in zo'n situatie een meerpartijendemocratie de aangewezen bestuursvorm is. Dat werkt immers stammenrivaliteit in de hand.

,,Ik volg met grote interesse wat president Museveni in Uganda doet met zijn `géénpartijendemocratie'. Dat is niet minder democratisch. Het voordeel is dat parlementskandidaten op persoonlijke titel gekozen worden, en niet vanwege hun partijlidmaatschap. Ze zijn gedwongen met een eigen programma te komen en kunnen zich niet verschuilen achter hun partij. Natuurlijk stemt men op een kandidaat uit de eigen etnische groep, maar die wordt vervolgens wel individueel afgerekend op zijn daden. Misschien is zo'n vorm van democratie effectiever in een Afrikaans land.''

Is Sonke een idealist? ,,In mijn hart ben ik socialist. Dat móet je zijn als christen, denk ik. De bewogenheid met het lot van anderen, de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de samenleving als geheel, dat zijn essentiële zaken. In Nieuw-Guinea groeide ik op zonder kerkverschillen – we werkten allemaal voor dezelfde God. Pas in Nederland kwam ik erachter dat er verschil bestond tussen hervormden en gereformeerden. Ik heb dat altijd onzinnig gevonden. Tegenwoordig ben ik lid van de presbyteriaanse kerk, wat redelijk gereformeerd is, zelfs een beetje te zwaar voor mij. Ik denk dat het de Grote Baas daarboven niet veel uitmaakt, al die leerstellige pietluttigheden. Waarvoor leef je? Ben je bereid je in te zetten? Daar gaat het om. Misschien ben ik dan inderdaad wel een idealist, dat zou kunnen. Julius Nyerere, jarenlang president van Tanzania, was mijn held. Zijn beleid was doortrokken van sociale bewogenheid. Nu roept iedereen dat Nyerere is mislukt. Maar dat is niet waar. Het socialisme werkt niet, omdat de mens faalt. Dus nu zoeken we soelaas in het kapitalisme, ik ook. Omdat het realistischer is.

,,Maar het is een smerig systeem. Door het kapitalistische wereldsysteem is Afrika nu zo arm en neemt de welvaartskloof sneller toe dan ooit. En dat is dan gelijk de paradox van hetgeen ik doe met mijn leven. Aan de ene kant ben ik de Westerse samenleving ontvlucht, omdat die aan het doldraaien is. Aan de andere kant ben ik in Afrika bezig om net zo'n systeem te realiseren, omdat we hier toch ook wel een beetje gezondheid en een beetje welvaart mogen proeven. Maar als dat lukt, gaat de hele Europese ellende dan ook voor Afrika gelden? Je moet er niet aan denken.''

    • Ronald Westerbeek