Jane's apenliefde

Veertig jaar al leeft Jane Goodall met en voor chimpansees. Eerst op een eenzame bergtop in het Tanzaniaanse natuurreservaat Gombe, nu nog voornamelijk als rondreizend circus op campagne voor natuurbehoud. 'Ik schijn mensen te inspireren. Het zij zo.'

'Helemaal blootgeknuffeld', constateert Jane Goodall droogjes. Ze zit op de gele bank en drukt zachtjes op zijn naakte buik om de speeldoos tot leven te wekken. Er dwarrelt een helder slaapliedje door de rommelige kamer.

Met deze knuffel, Jubilee, is het eigenlijk allemaal begonnen. Vijfenzestig jaar geleden kreeg Jane Goodall van haar vader Mortimer deze toen nog weelderig harige chimpanseepop. Jane was één jaar. De aap was door de London Zoo op de markt gebracht ter gelegenheid van de eerste in gevangenschap geboren chimpansee.

'Moet je kijken', zegt Goodall, en ze draait Jubilee op zijn buik. De beige huid toont aan de achterzijde een groot verticaal litteken. Op die plek hebben ze een paar jaar geleden de speelgoedaap - zonder Jane's toestemming - opengemaakt om de muziekdoos van Zwitsers fabrikaat te kunnen bestuderen. In Hongkong werd Jubilee geopereerd om te zien of de knuffel opnieuw in productie kon worden genomen. Jane Goodall is nog verontwaardigd over de wijze waarop haar speelkameraad is toegetakeld.

Jubilee was de kiem van de onvoorwaardelijke apenliefde die zijn eigenaar wereldberoemd heeft gemaakt. In juni is het veertig jaar geleden dat Goodall in Tanzania chimpansees begon te bestuderen. Ze vestigde zich in het oerwoud van het natuurgebied Gombe dat grenst aan het Tanganyika-meer. Haar project zou uitgroeien tot de verreweg langst durende veldstudie van in het wild levende dieren. Een uniek wetenschappelijk project dat tot op de dag van vandaag voortduurt.

Jaloers op Tarzans Jane

Goodall had het al heel jong te pakken. Het verhaal van haar jeugd is een aaneenschakeling van anekdotes over hoe Jane zich vol verwondering op de eekhoorns, de kippen of insecten stortte die ze om zich heen aantrof. Amper anderhalf jaar oud was peuter Jane toen ze een handvol pieren mee naar binnen nam om ze een beschut plekje te geven in haar ledikant. Ze bracht ze pas terug naar de tuin toen haar moeder Vanne haar ervan had overtuigd dat de wriemelende massa daar betere overlevingskansen had.

En als Jane niet buiten speelde in de Zuid-Engelse kustplaats Bournemouth, dan vermaakte ze zich wel in het met boeken vol gestouwde huis. Ze verslond Dr. Dolittle, Jungle Book en de Tarzan-boeken van Edgar Rice Burroughs. God, wat was ze jaloers op de rol van die andere Jane.

Zo beschouwd was het bijna een vorm van predestinatie dat ze als 23-jarige de boot nam naar Kenia om er een Engelse vriendin te bezoeken. In Nairobi werd ze min of meer toevallig aangenomen als persoonlijk assistent van de paleontoloog en antropoloog Louis Leakey die in Afrika zocht naar sporen van de prehistorische mens.

Leakey stelde Goodall voor zeshonderd kilometer ten zuiden van Nairobi chimpansees te gaan observeren. Meer kennis over de mensapen zou namelijk ook meer inzicht kunnen verschaffen in het leven van de mensen die in het stenen tijdperk in deze regio rondtrokken. Goodall nam het aanbod aan.

Leakey zocht iemand met een open mind en liefde voor dieren, vertelt Goodall. Dat ze geen enkele wetenschappelijke opleiding had genoten, vond hij nauwelijks een probleem. Het doel was onbevooroordeeld waarnemen. Kennis was daarbij alleen maar ballast.

Volgens Goodall was het geen toeval dat Leakey juist drie vrouwen uitkoos voor het onderzoek naar mensapen. De Amerikaanse Dian Fossey nestelde zich tussen de berggorrilla's in Rwanda, de Canadese Birute Galdikas ging onderzoek doen naar de orang oetangs in Borneo en Goodall mocht zich ontfermen over de chimps.

'Leakey was ervan overtuigd dat vrouwen op dit gebied betere onderzoekers zijn. Ze zijn heel goede waarnemers en hebben meer geduld. Vrouwen zijn empathischer en begrijpen daarom beter.' Galdikas is op Borneo nog steeds actief, Fossey is in 1985 door stropers vermoord.

Goodall zou trouwens iedere andere onderzoekspopulatie even hartelijk hebben omarmd. Als het maar in een warm gebied was. 'Ik was ook bereid geweest olifanten of leeuwen te bestuderen. Het ging mij er vooral om met dieren te kunnen leven en er boeken over te schrijven. Niet speciaal chimps. Toen Louis het voorstelde dacht ik: dit is zo exotisch, te leven temidden van de meest fascinerende wezens.'

Stervende moeder

Het veertigjarig jubileum van haar chimpanseeproject komt voor Goodall op een wel heel navrant moment in haar privé-leven. In 1960 wilden de Afrikaanse autoriteiten de jonge blonde vrouw alleen toestemming geven zich te vestigen in het oerwoud van Gombe als ze zich liet begeleiden. 'Mijn moeder Vanne meldde zich met groot enthousiasme aan als vrijwilligster en toen was de keuze snel gemaakt.' Met Vanne sloeg ze in juni van dat jaar de tent op in het Afrikaanse bos waar ze vijf maanden aan een stuk verbleven.

Maar nu, in dit jaar vol feestelijke herdenkingen, gaat het slecht met Vanne. Jane Goodall wijst naar het plafond. In de kamer boven ons ligt haar 94-jarige moeder. Stervende. 'Ze is heel helder maar zeer zwak. Ze eet nauwelijks en kan haar bed niet meer uit. Ze kan haar beker niet eens zelf vasthouden.'

Met haar jongere zus Judy heeft Jane de verzorging van haar moeder ter hand genomen. Ze wisselen elkaar af en krijgen hulp van de thuiszorg. 'Gelukkig verkoopt mijn laatste boek goed, zodat we de dure verpleging van Vanne thuis kunnen betalen. We willen haar in geen geval dumpen in een verzorgingstehuis.'

Vanne, Jane en Judy kwamen in 1939, aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, in het Victoriaanse huis van haar grootmoeder te wonen. Vader Mortimer vertrok naar het front. En als Jane niet in Afrika is of op tournee, logeert ze in het ouderlijk huis.

De roodstenen villa The Birches ligt op een paar minuten lopen van het strand in Bournemouth. Het huis oogt vervallen. De ontvangstkamer op de begane grond staat vol met beeldjes van apen. In de boekenkast wordt de literatuur geflankeerd door fotoalbums en videobanden met opnames van onder anderen Pinocchio, Pavarotti, Ghandi en haarzelf.

Goodall attendeert de Nederlandse bezoekers op een vage foto die verscholen achter een plant aan de muur hangt. De afbeelding toont de stichter van de familie: betovergrootvader Hornby, die als achtjarig Nederlands jongetje in de eerste helft van de negentiende eeuw de oversteek maakte naar Engeland. 'Hij begon als slagers jongen in de Midlands en stierf als miljonair. Hij bezat uiteindelijk een grote keten van boekwinkels. Zijn echtgenote was een vluchtelinge uit Frankrijk. Alleen aan haar heeft Hornby verteld waarom hij als jongetje de oversteek heeft gemaakt en zijn Nederlandse naam veranderde. Zijn vrouw heeft het geheim zorgvuldig gekoesterd en dus weten we niets over zijn achtergrond. Is dat geen mooi mysterie?'

Zo ziet de hemel eruit

Zesentwintig jaar is Jane Goodall als ze haar Engelse huis inruilt voor een verblijf in het tropisch bos. De eerste aanblik van Gombe kan ze nu nog tot in de kleinste details beschrijven. De ruige, dikbegroeide heuvels zover het oog reikt. Hier en daar een kleine nederzetting. 'Het was onmogelijk vast te stellen waar het park begon, het was één groot bos. Een van de eerste dingen die ik me afvroeg, was hoe ik in deze wildernis in vredesnaam ooit een chimpansee zou kunnen vinden.'

Als Jane met haar moeder voor het eerst de tent heeft opgezet, klimt ze bij het vallen van de avond een heuveltje op om het landschap in zich op te nemen. Vogels zingen, bavianen lopen voorbij, de lucht is zwoel van door de zon gedroogd gras en vruchten. Haar eerste gedachte is: zo ziet de hemel eruit.

Probleem is wel dat alle chimpansees die ze weet te ontdekken het de eerste maanden van haar verblijf op een lopen zetten zodra ze haar zien. 'Ik was een vreemde indringer.' Het observeren gaat pas beter als ze The Peak ontdekt. Een rotsige, tweehonderd meter hoge top die uitzicht biedt op twee valleien. Van hieruit kan ze urenlang zien hoe chimpansees zich te goed doen aan vijgen of een soort tennisspel spelen met fruit.

Vanaf dat moment loopt alles op rolletjes. Iedere dag om half zes 's ochtends op, een stukje toast met een kop koffie en snel omhoog naar de uitkijkpost of terug naar de plek waar de chimpansees hun slaapplaats hebben ingericht. 'Langzaam maar zeker raakten de chimps gewend aan de witte aap.'

De dag bestaat vaak uit uren lang stilzitten. Wachten tot ze een takje hoort kraken of een boom ziet bewegen. Natuurlijk is ze bang voor de waterbuffels, slangen of katachtigen. Maar ze troost zich met de redenering dat ze is uitverkoren dit werk te doen en daarom bescherming geniet. Een soort pact met God. 'Ik geloofde werkelijk dat de dieren zouden voelen dat ik goede bedoelingen had en dat ze me daarom ook geen kwaad zouden doen.'

Dit is de periode waarin ze alles en iedereen namen geeft en begroet. Dag Peak, hallo beek en oh, wind doe het eens wat rustiger aan. Ze identificeert zich sterk met de apen. Voelt zich naar eigen zeggen zelfs schuldig als ze tijdens een stortbui beschutting zoekt in de tent of een warme maaltijd nuttigt. De apen krijgen namen: Mr. McGregor, het oude mannetje met zijn kale schouders die eruit ziet als een monnik. Het vrouwtje Flo met dochter Fifi en twee zoons, Faban en Figan, de verlegen Olly en natuurlijk haar lievelingsaap David Greybeard, een waardige, grijze verschijning. 'Hij was de eerste aap die zijn angst voor mij verloor en hij hielp me het vertrouwen van de andere apen te winnen.'

Na een half jaar stuurt Jane haar mentor Leakey per telegram de eerste opmerkelijke wetenschappelijke bevinding. Goodall ziet hoe David Greybeard takjes en grassprieten gebruikt om ermee naar mieren te peuteren in termietennesten. De aap stript de bladeren desnoods van de twijgjes om die beter geschikt te maken als gereedschap.

Het is een vaardigheid die tot dan toe alleen aan mensen wordt toegeschreven. Door gereedschappen te maken en te gebruiken onderscheidde de mens zich, dacht men, van het dier. Leaky reageerde enthousiast: 'We moeten nu het begrip mens herdefiniëren, het begrip gereedschap anders benoemen of accepteren dat chimpansees mensen zijn.'

De spectaculaire onderzoeksresultaten helpen Goodall geld in te zamelen om haar studie te kunnen voortzetten. In het natuurtijdschrift National Geographic, dat Goodall sponsort, verschijnen exclusieve fotogenieke verslagen van Jane in de jungle. 'The beauty and the beast', noemt ze het zelf. De foto's worden gemaakt door de Nederlandse natuurfotograaf Hugo van Lawick. Het samenzijn blijkt in alle opzichten inspirerend. Ze trouwen in 1964.

In 1962 doet Goodall op een symposium in Londen voor het eerst uitgebreid verslag van haar bevindingen. Ze komt dan onder vuur te liggen van de 'echte' wetenschappers. Tegenstanders doen haar schamper af als National Geographic-covergirl. Goodall heeft de chimpansees van Gombe zelf geleerd om in mierenhopen naar termieten te vissen, zo luidt de beschuldiging.

Inmiddels zijn de bevindingen van Goodall onomstreden. Een andere belangrijke waarneming die ze in de loop der jaren heeft gedaan, is dat chimpanseekolonies wrede oorlogen voeren om een territorium veilig te stellen. Aanvallers slaan hun tegenstanders soms minutenlang en laten ze halfdood achter. Goodall constateert tijdens haar tochten door het bos tot haar eigen ontzetting ook dat chimpansees niet alleen vruchten en fruit eten maar ook kannibalen zijn. Een flink aantal van de pas geboren apen wordt domweg opgegeten. 'Onze vredige en idyllische wereld, ons kleine paradijs, was op zijn kop gezet.'

De perfecte moeder

Na zeven jaar stopt Goodall met 'het leukste deel van het werk', het volgen van chimpansees. In 1967 krijgt ze haar eerste, en enige, kind, Hugo junior. Ze besluit dan om het handwerk over te laten aan haar studenten en medewerkers. Zelf wordt ze directeur van wat inmiddels een omvangrijk wetenschappelijk station is geworden. Maar de meeste tijd besteedt ze heel bewust aan het opvoeden van haar zoon. Want dat is een van die belangrijke dingen die ze in het Afrikaanse bos heeft opgestoken: kinderen worden betere

volwassenen als ze een zorgende moeder hebben. Ze stort zich met overgave op het moederschap. De eerste drie jaar van zijn leven is haar zoon geen nacht gescheiden geweest van zijn moeder.

Goodall voelt zich bevoorrecht, schrijft ze in haar biografie. 'In onze moderne, geïndustrialiseerde samenleving waar economisch succes het synoniem is voor geluk, zijn er veel vrouwen die nooit de pure vreugde van het moederschap ervaren.' En, noteert ze, 'het is zeker zo dat mijn observaties van de chimps me hielpen een betere moeder te zijn.'

Nu, met haar doodzieke moeder in de kamer boven, voegt ze daar een relativerende opmerking aan toe. 'Mijn eigen moeder was zo perfect als maar zijn kan. Dus eigenlijk weet ik niet of ik mijn moederrol van haar heb geleerd, van de chimps of gewoon instinctief. Maar wat ik in ieder geval van de chimpansees heb opgestoken, is hoeveel plezier je met je kind kunt hebben. Moederschap is een tijd van immens grote vreugde. Ik heb van de apen ook geleerd dat je kinderen de wereld moet laten ontdekken. Om ze niet te veel te straffen. Als ze iets fouts of ondeugends doen, moet je de aandacht afleiden. Chimpmoeders doen dat ook. Als het kind ze irriteert, gaan ze het kietelen.'

Goodall heeft het niet of nauwelijks over de rol van de vader bij de opvoeding van kinderen. Dat komt deels, vertelt ze, omdat ze haar eigen pa van haar vijfde tot haar elfde nauwelijks heeft gezien, omdat hij in het leger diende. Toen ze twaalf jaar was, gingen haar ouders scheiden. Haar vader - hij is inmiddels 95 jaar en woont in Brighton - hertrouwde en kreeg volgens Jane van zijn nieuwe jaloerse vrouw nooit toestemming zijn dochter in Tanzania te bezoeken. 'Bij de chimps spelen vaders ook nauwelijks een rol in de opvoeding. Hij beschermt alleen het territorium.'

Ook haar eigen huwelijksleven verliep weinig voorspoedig. Begin jaren zeventig scheidde ze van Hugo. In 1974 volgde een zeer gelukkig maar kortstondig huwelijk met Derek Bryceson, directeur van de nationale parken van Tanzania. Hij stierf in 1980 aan kanker. Hugo junior woonde toen overigens al enige jaren bij zijn grootmoeder in Bournemouth waar hij naar school ging.

'Mijn zoon is een erg onafhankelijke en zelfverzekerde persoonlijkheid geworden. Ik ben er zeker van dat dit komt doordat ik destijds mijn werk voor een belangrijk deel heb verruild voor de opvoeding. Het is de moeite waard geweest.'

Toenemende vraag naar bushmeat

De hele wereld moet via een rechtstreekse satellietverbinding op 14 juli aanstaande de manifestaties ter gelegenheid van het veertigjarig onderzoeksjubileum in het Gombe-natuurpark kunnen volgen, vertelt Jane Goodall. Toch is er voor de chimpansees zelf weinig reden tot feestvreugde.

De populatie neemt spectaculair af. Honderd jaar geleden waren er in Afrika zo'n twee miljoen chimpansees. Ze trokken van West- naar Oost-Afrika door een groene gordel verspreid over vijfentwintig landen. Nu zijn er nog hooguit 150.000 chimpansees die in geïsoleerde gebieden wonen.

Het idyllische gebied dat Goodall in 1960 aantrof, oogt inmiddels als een desolaat landschap. Gombe is veranderd in een groene dierentuin van amper dertig vierkante kilometer. Een ononderbroken stroom vluchtelingen op zoek naar een kostgrondje heeft het omringende landschap kaalgevreten.

Toen Goodall arriveerde, zag ze Belgen vluchten uit de Kongo. Toen kwamen de vluchtelingen uit het noordelijke Burundi en de laatste jaren verschijnen er opnieuw ontheemden uit het Congo van Kabila, dat door een burgeroorlog wordt verscheurd. De mensen nemen niet alleen ruimte in beslag die vroeger voor dieren beschikbaar was, ze verspreiden ook ziektes die apen fataal worden.

'We hebben onlangs de bewaking in Gombe moeten verbeteren, omdat er onder de vluchtelingen veel mensen zitten die gewend zijn apenvlees te eten. Er werd in het park gestroopt', zegt Goodall. De toenemende vraag naar bushmeat is in heel Afrika een grote bedreiging voor chimpansees.

De populatie chimps in Gombe - Pan satyrus schweinfurthi - is redelijk stabiel gebleven, omdat het park sinds 1966 volledig beschermd gebied is. Het totale aantal chimpansees is van 150 teruggelopen naar 120. Van de apen die Goodall in 1960 aantrof, is alleen de 41-jarige Fifi nog in leven. 'Als ik in Gombe kom, weet Fifi dat meteen. Zij gaat zich dan op een paar honderd meter afstand van mij zitten vlooien en blijft maar naar me staren.'

De apen in Gombe zullen volgens Goodall op de lange duur onder andere als gevolg van inteelt niet overleven. 'We proberen de situatie wel te verbeteren. We willen een aantal omliggende boerderijen opkopen om een corridor te maken naar een noordelijk gelegen kolonie van nog zo'n dertig chimps. Maar het is moeilijk om het land te kopen.'

Ik heb helemaal niets met eten

In Reason for hope gaat Goodall uitgebreid in op haar religieuze gevoelens. Spiritualiteit is een woord dat vaak valt. Ze spreekt over haar verwantschap met de indianen die in harmonie met de natuur leven, en rept van aardetijd om aan te geven dat er na dit leven nog iets komt.

Maar tijdens ons gesprek is ze de nuchterheid zelve. 'Hello Robin', roept ze naar een mollig roodborstje dat voor het raam zit. In haar boek schrijft ze dat je eigenlijk alleen vlees mag eten van dieren die op natuurlijke wijze aan hun eind zijn gekomen, en dat pas nadat je een gebed hebt opgezegd. Dat doet ze nu af als 'een grapje'.

Ze is wel vegetariër. 'Ik heb helemaal niets met eten. Ik snap ook nooit hoe mensen over hun vakantie kunnen praten door een overzicht te geven van de voortreffelijke restaurants die ze hebben bezocht. Ik herinner me van mijn reizen alleen de mensen die ik ontmoet.'

Het verblijf in het oerwoud heeft haar wel nadrukkelijk gevormd, zegt ze. Ze heeft zich de rust van het tijdloze woud eigen gemaakt. 'Ik leefde door de afzondering van het bos in een roes.' Zo kwam het dat ze lange tijd helemaal niet in de gaten had hoe de natuur om haar heen in hoog tempo werd gesloopt.

Toen de wrede buitenwereld eindelijk tot haar doorgedrongen was, kwam ze resoluut in actie. De afgelopen vijftien jaar komt ze hooguit nog twee keer per jaar in Gombe. Verreweg de meeste tijd is ze onderweg. 'Een nachtmerrie van voortdurend reizen', noemt ze haar campagne voor de natuur en de chimpansees. Ze wordt ontvangen door staatshoofden en geeft drukbezochte lezingen waarbij ze steevast enorme indruk weet te maken door luidkeels het stemgeluid van chimpansees te imiteren. Ze protesteert tegen het gebruik van apen als proefdieren en werft fondsen voor onderzoekswerk, apenasiels en de herbebossingsprojecten van het Jane Goodall-instituut.

Verreweg de meeste lezingen geeft Goodall in de Verenigde Staten. 'In Amerika kent negentig procent van de mensen me. Ik word voortdurend herkend. Reason for hope heeft er maandenlang op de bestsellerlijst gestaan. Van de hardcover-druk zijn er al 125.000 verkocht', zegt ze trots. Om er meteen teleurgesteld aan toe te voegen dat het boek in het eigen Engeland nog steeds wacht op de eerste recensie.

Belangrijkste boodschap van het boek is dat ieder individu een bijdrage kan en moet leveren aan een beter milieu. 'Vooral in de rijke samenlevingen is een omslag in denken noodzakelijk. Wíj kunnen keuzes maken in wat we kopen: de producten die het minst belastend zijn voor het milieu. Dus geen vlees van de bio-industrie, geen eieren van kippen in legbatterijen, geen genetisch gemanipuleerd voedsel. Dat zal invloed hebben.'

En hoe treurig planeet Aarde er dan ook voor mag staan, volgens Jane is er reden voor hoop. De natuur heeft een enorme veerkracht: rivieren die zo goed als dood waren, komen weer tot leven, diersoorten die op sommige plekken bijna uitgestorven waren, kunnen dankzij menselijk ingrijpen van de ondergang worden gered. Volgens Goodall is het menselijk brein zo groot dat er oplossingen gevonden zullen worden als de milieuproblemen te omvangrijk worden.

Haar optimisme heeft bijna het karakter van een mantra, een bezweringsformule. 'Als we niet hopen, zinken we weg in apathie. De natuurlijke omgeving zal niet meer zo zijn als vroeger, maar we moeten leren in harmonie te leven met wat er over is. Mijn hoop is ook gebaseerd op de menselijke geest, op een wedergeboorte van spiritualiteit. Volgens mijn Amerikaanse vrienden, de indianen, wordt deze eeuw het tijdperk van de geest. Ik denk dat ze gelijk hebben.'

Even later poseert ze voor een foto in de royale tuin die om het huis ligt. Dit is de plek waar achter de bosjes in het maanlicht de aardmannetjes en feeën dansen, schrijft Goodall in haar boek. 'Ik zal ze straks aan je voorstellen', zegt ze lachend. Maar dan haast ze zich naar binnen. Naar moeder.

'Ik heb altijd het gevoel gehad dat we na onze dood terugkeren and have another go', had ze kort daarvoor gezegd. 'Sommige mensen keren vaker terug op aarde. Ik ook. Dat begrijp ik ten minste van de mensen die het me vertellen. En zo voel ik het ook.' Een permanente missie als het ware. 'Eigenlijk wil ik helemaal niet nog een keer terugkeren. Once is enough. Dit is zwaar werk. Dat reizen is een uitputtingsslag. Maar ja, iedereen wil Jane zien en ik wil niemand teleurstellen. Ik schijn mensen te inspireren. Het zij zo.' M

Kort na het vraaggesprek overleed, op 13 april 2000, Vanne Goodall, de moeder van Jane, op 94-jarige leeftijd in haar huis in Bournemouth.

Het adres van de Nederlandse afdeling van het Jane Goodall-instituut is postbus 61, 7213 ZH Gorssel. Het instituut heeft een uitgebreide webpage: www.janegoodall.com.

    • Marcel Haenen