Ik ben Dirk

New York, Parijs, Londen, Wognum. Niemand die het in de gaten had, maar Dirk Scheringa, voorzitter van de raad van bestuur van de DSB Groep en voorzitter van de voetbalclub AZ, bouwde met de verstrekking van leningen en hypotheken een bedrijf op met vier miljard gulden omzet en vijfenzeventig miljoen gulden netto winst. Deze maand gaat hij ermee naar de beurs. Hij wil marktleider op internet worden.

Dirk Scheringa, 49 jaar, voelt zich sinds een jaar of drie volwassen. Hij is rustig. Hij kan genieten van kleine dingen. Hoort hij daar een merel in de tuin? Kijk hoe mooi die appelbomen bloeien! Hij weet nu welke kleren bij hem passen. Geitenwollen sokken, zomer en winter, zodat hij nooit zweetvoeten heeft. En Italiaanse pakken. Maar geen Armani, want die zijn te duur en te stijf.

Sinds drie jaar gaat hij ook niet meer naar de kerk. Hij gelooft nog wel, maar wie kan nou weten of de gereformeerden meer gelijk hebben dan de katholieken? Of de moslims? Het is beter, vindt hij, om een goed mens te zijn.

Toch heeft hij altijd het gevoel dat er Iemand met hem is. Hij moet vaak denken aan de boodschap die hij meekreeg bij zijn huwelijk. De dominee citeerde Genesis 12, ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. En dan denkt hij: zou het een voorteken zijn geweest?

Hij is multimiljonair, straks miljardair. Maar hij laat iedereen meegenieten. Hij investeert in voetbal, in schaatsen, in kunst en sinds kort ook in ontwikkelingssamenwerking. Een paar jaar geleden was hij daar nooit aan begonnen. Toen dacht hij nog: ik betaal belasting, dat zit wel goed. Maar toen stapte hij vorig jaar in een vliegtuig en ging kijken in Addis Abeba. Hij liep gewoon te janken! Vrouwen die met acht kinderen in een hut van twee bij twee wonen. Vader weg, geen water, geen onderwijs. Hij dacht: daar moet ik wat aan doen.

Soms, heel soms, denkt hij: ik heb inderdaad een opdracht. Maar meteen daarna denkt hij dan: ach wat, onzin. Ik ben Dirk. Ik heb nu wel zestig bedrijven onder me met een omzet van vier miljard gulden en negenhonderd man personeel en ik ga straks naar de beurs. Maar vanavond zit ik te kaarten met een bollenboer, een timmerman en een fysiotherapeut. En mijn twee beste vrienden zijn allebei predikant.

Maar toch.

Dat wonderlijke mengsel van eigenschappen dat hij heeft meegekregen. Zijn grootvader van moederszijde was een handelaar, een marskramer. Zijn grootvader van vaderszijde werkte levenslang voor een herenboer in Groningen. Maar hij was wel voorzitter van de landarbeidersbond. Hij was een raadsman voor velen. En hij was snel en accuraat. Moest je met hem aardappels rooien, je kon hem niet bijhouden. Had hij nu geleefd, dan was hij de directeur geweest van een groot bedrijf.

En dan zijn vader. Kaasmaker in Friesland. Maar wel de beste kaasmaker, hij won prijzen in binnen- en buitenland. Een echte doorzetter, met een hoge arbeidsmoraal, en intelligent ook. Hij had alleen de pech dat hij in de oorlog volwassen werd, waardoor hij moest onderduiken en niet naar school kon. Nou ja, zonder oorlog was hij waarschijnlijk ook niet naar school gegaan.

Zelf heeft hij maar twee jaar mulo gehad. Voor de detailhandelsschool waar hij naartoe had gewild was geen geld. Toen hij achttien, negentien was, had hij geen hoge dunk van zichzelf. Ja, een serieuze jongen was hij wel. Een jongen die op vrijdagavond na het biljarten aan de bar met zijn vrienden over het geloof discussieerde. Op zijn zeventiende was hij voorzitter van de jeugdafdeling van het CNV in Kollum. Maar toen hij bij de politie wilde, zei zijn vader: daar ben je niet geschikt voor.

Mooi dat hij wél werd aangenomen. En op de rijkspolitieschool, waar hij daarna solliciteerde, werd hij ook aangenomen - als één van de zes. Vierennegentig kandidaten werden afgewezen. En bij de keuring voor de militaire dienst kreeg hij een S1, wat zeer stabiel betekent. Hij zat daar in een groep met artsen en sociologen, allemaal jongens van de universiteit. Maar met hardlopen en knokken en overleven keken zij eerder tegen hem op dan hij tegen hen. Hij merkte bovendien dat hij in discussies uitstekend overeind bleef.

Toen begon hij te denken dat hij intelligent was, dat hij iets kon. En de bevestiging daarvan kreeg hij toen hij op zijn vijfendertigste meedeed aan een test. Hij had toen al acht jaar een eigen bedrijf, hij was lid van de juniorenkamer voor ondernemers en op het jaarlijkse wereldcongres kreeg hij voorgeschoteld wat een succesvolle ondernemer doet en moet kunnen. Negentig procent daarvan deed hij al!

Hij bleek een unieke combinatie van talenten te bezitten. Creatief en commercieel. Een boekhouder en een verkoper. Analytisch en financieel onderlegd. Een bouwer en een manager. En dan zijn karakter. Zo gedreven, zo'n boven normale inzet. Hij doet de dingen met een enthousiasme en een dynamiek die voor de meeste mensen niet te volgen is. En moe wordt hij er nooit van.

Natuurlijk vraagt hij zich ook weleens af waarom hij zoveel wil, waarom zoveel tegelijk en waarom met zoveel passie. Maar sinds hij zich volwassen voelt, sinds hij tot emotionele rijpheid is gekomen denkt hij dat het antwoord heel eenvoudig is. Omdat hij het leuk vindt.

Hij werkte bij de rijkspolitie in Spanbroek toen hij op een avond om een uur of zes een melding kreeg van een verkeersongeval bij Obdam. De man was levensgevaarlijk gewond. Hij was er nog niet weg of hij kreeg de volgende melding al. Een verkeersongeval op de A7. De vrouw was al dood, de man was bijna dood en achterin zaten de kinderen hysterisch te gillen. Hij dacht: het leven is maar kort, ik moet een keuze maken.

Hij vulde toen al een paar jaar de belastingformulieren van zijn collega's in. De formulieren van de buren en zijn kennissen waren er geleidelijk aan bij gekomen. Hij zag aftrekposten waar ze zelf niet aan hadden gedacht. Hij adviseerde hen over leningen en verzekeringen. Van de slaapkamer boven maakte hij zijn kantoor en ging ook bemiddelen - in leningen, in hypotheken, in onroerend goed. En hij ging diploma's halen. Handelskennis. Assurantiën. Makelaardij. Jaren later, toen hij zijn kantoor had verplaatst naar een klooster in Wognum, hing hij ze boven de openslaande portieren naar de tuin, naast zijn medailles voor de Elfstedentochten en de vergunningen van de Nederlandsche Bank, de Verzekeringskamer, het ministerie van Economische Zaken en de Stichting Toezicht Effectenverkeer.

Getrouwd was hij al een jaar of vier toen hij begon. Hij had zijn Baukje op zijn zeventiende leren kennen op de kerkenveiling, op zondagavond in het centrum van Damwoude. Zij liep daar met haar vriendinnen, hij stond er met zijn vrienden en ze riepen: als jullie weer langskomen, lopen we met jullie mee. Nou ja, dan heb je zes maanden verkering, je bent jarig en dan krijg je je eerste set lakens. Nu denkt hij weleens: voor haar moet het toch moeilijk zijn om met een persoon zoals hij getrouwd te zijn. Een arbeiderszoon die nu bij de tien rijkste mensen van Nederland hoort. En reken je Beatrix, de Brenninkmeijers en die paar anderen die bij hun geboorte al vermogend waren niet mee, dan hoort hij bij de top drie. Welke vrouw kan dat bijhouden?

In 1980 nam hij zijn eerste bedrijf over, een bemiddelaar voor persoonlijke leningen die bij hem in het dorp woonde. Een dynamische man, maar hij was dynamischer. Hij was altijd dynamischer dan zijn concurrenten. Nu heeft hij een heel team dat de overnames doet, maar in die tijd belde hij nog zelf: zullen we eens een praatje maken? Overweeg je weleens om je zaak te verkopen? Nee, mislukt is het bijna nooit. Als hij iets wil, gebeurt het. Hij kan heel goed onderhandelen, hij kent alle technieken. Toen hij vijftien was, moest hij eens kippen verkopen. De handelaar wilde hem geen geluk geven. Nou, dan niet, dacht hij. De man liep het erf af, stapte op zijn fiets en pas toen riep hij: geluk! Toen wist hij: zo werkt het dus. Hij gaat hier nu echt niet zijn tactieken zitten openbaren, want hij wil in zijn leven nog heel wat overnames doen. Maar het basisprincipe wil hij wel verklappen: bepaal zelf een redelijke prijs, de ander moet ook wat kunnen verdienen, en geef er nooit op toe. In elke onderhandeling denkt hij: ik ben Dirk, ik heb alles met mijn eigen handen verdiend, dít wil ik ervoor geven. Een keer deed hij een miljoenendeal met een bank - die wilde tweehonderdvijftigduizend gulden provisie hebben. Hij zei: ik doe het niet. En na twee uur zei hij het nog steeds. Later klaagde de man van de bank tegen de directeur van het plaatselijke filiaal: wie heb je nu op me afgestuurd? Hij had een boer uit de polder tegenover zich verwacht. Had hij Dirk gekregen! En het standpunt van Dirk is: ze mógen zaken met me doen. Maar het hoeft niet.

Hij heeft altijd in het groot gedacht. En tegelijkertijd houdt hij de dingen graag praktisch en simpel. Hij voelt zich een echte Fries. En Friezen zijn - hoe zal hij dat nou eens diplomatiek zeggen? Friezen zijn ánders. Ze hebben meer karakter dan een Amsterdammer of een Limburger. Ze zijn principiëler. Hetzelfde verschil zie je tussen een voetballer en een schaatser. Al wil hij daarmee niets ten nadele van het voetbal zeggen! Het voelt bijvoorbeeld heel goed dat hij AZ heeft. Hij voelt zich trots en warm dat hij er zo'n hele familie bij heeft gekregen, dat ze een beetje afhankelijk van hem zijn. Maar voetballers zijn jongens – ze gaan uit, ze gaan naar de discotheek, ze leiden een filmsterleven. En schaatsers zijn toch vaak tuinders en veehouders. Ze melken de koeien, ze weten dat het moet gebeuren. De voetbalwereld is opportunistisch. De schaatswereld is puur.

Wat hem verbaasd heeft is de agressie van sportjournalisten tegenover ondernemers, met name geslaagde ondernemers. Als de ondernemer een visie heeft en de journalist heeft een andere visie, dan gaat hij negatief schrijven. Een ondernemer mag blijkbaar geen visie hebben - ook al moet iedereen nu toegeven dat hij gelijk had. Iedereen ziet dat AZ nu staat als een huis. Maar wat hij de laatste jaren niet over zich heen heeft gekregen! Journalisten zullen nooit schrijven: hij heeft nu even pech, maar dapper dat hij het durft. Ze schrijven liever: haha, het is hem niet gelukt.

Het is hem dus wél gelukt.

Wat ze tegenwoordig human resources noemen - dat is het enige waar hij niet echt goed in is. Hij is zo dynamisch dat hij de neiging heeft om voorbij te lopen aan de gevoelens van mensen, of hun persoonlijke privéleven. Al moet hij wel zeggen dat hij milder is geworden. Naar zijn eigen gevoelens keek hij vroeger ook nooit. Maar de laatste jaren heeft hij geleerd om er wel naar te kijken. Je ziet dat vaak hè, bij mannen zoals hij, die enorm worden gedreven door hun carrière. Negentig procent van hen wordt nooit volwassen. Maar je kunt in je leven dingen meemaken die je dwingen om emotioneel scherper te worden.

Aan de andere kant voelt hij zich nog steeds een kwajongen. Een kwajongen die leiding geeft aan een executive committee van hoogbegaafde jonge mensen die aan de universiteit hebben gestudeerd en van wie de meesten een dubbele titel hebben. Hij voelt zich niet minder dan hen. Hij kijkt niet tegen hen op. Misschien, denkt hij weleens, misschien kijk ik tegen mezelf op. Wie ben ik dat ik dit mag doen? Ik heb geen universitair onderwijs genoten. Ik ben autodidact. Ik heb een eigen bank, een eigen levenverzekeringsmaatschappij - het is niet misselijk. Maar hij heeft er geen moeite mee. Hij is Dirk. Hij zou zo weer politieagent kunnen zijn.

Nee, de top van het Nederlandse zakenleven kent hij niet. En zij kennen hem niet. Niemand nodigt hem ooit uit. Maar als het wel zou gebeuren - hij zou er niet op ingaan. Hij heeft zijn eigen vrienden. En dat roken en drinken op recepties, daar heeft hij helemaal geen zin in. Hij wil gezond leven. Hij schaatst twee keer per week.

De DSB Groep onderzoekt momenteel de mogelijkheden van een beursgang. Als de uitslag positief is, dan gebeurt het in mei. En de uitslag zal positief zijn, want het klimaat voor een bedrijf als het zijne is goed. Hij investeert in internet én hij maakt winst. Dan wordt de DSB Groep een AEX-fonds. Op den duur misschien een AEX-hoofdfonds - wanneer word je dat eigenlijk? Dan zal de top van het Nederlandse zakenleven hem wel zien staan. Maar hij zal er niet door veranderen. De kranten schrijven nu dat zijn bedrijf zulke verrassend goeie cijfers heeft en dat het zo hard groeit. Hij gaat de komende jaren nog veel harder groeien! De markt voor consumptieve kredieten en hypotheken ziet er zeer gunstig uit.

De laatste jaren heeft hij diverse aanbiedingen gehad van grote Amerikaanse partijen. Ze kwamen langs, ze stelden voor dat ze in zijn bedrijf zouden investeren. Ze wilden zijn bedrijf, marktleider in Nederland, gebruiken als uitvalsbasis voor Europa. Ze wilden ook meteen weten wanneer hij er uit zou stappen. Als ik vijfennegentig ben, zei hij dan.

Maar ondertussen begreep hij ook wel dat hij moest gaan nadenken over de continuïteit van de DSB Groep. Als hij een keer verkeerd afslaat, dan moet het bedrijf een structuur hebben waarmee het ook zonder hem kan voortbestaan. En je kunt het je kinderen niet aandoen om van ze te verwachten dat ze je zullen opvolgen.

Waar hij van kan genieten: contracten waarop New York, Parijs, Londen, Wognum staat. Dat zijn dan bijvoorbeeld contracten voor leningen op de Amerikaanse kapitaalmarkt waarmee hij in Nederland de kredietverstrekking financiert. Hij, Dirk Scheringa, heeft een topbedrijf opgebouwd. En niemand die het tot voor kort in de gaten had. Hij heeft niet alleen een eigen bank, een eigenverzekeringsmaatschappij, een voetbalclub en een museum. Hij heeft ook een eigen bouwbedrijf, een mediabedrijf, software-huis, een opleidingscentrum, een reclamebureau, een drukkerij - alles wat je maar nodig hebt. Als hij vroeger folders wilde maken of een verbouwing wilde laten uitvoeren, dan moest hij offertes aanvragen en met elkaar gaan zitten vergelijken. En niemand die voor een goede prijs deed wat hij wilde. Dus doet hij nu alles zelf. De DSB Groep is een gesloten eenheid, waarbij ieder onderdeel ten dienste staat van het geheel en er onderling niet hoeft te worden afgerekend. Er zijn geen vrijgestelde bazen. Er zijn alleen meewerkende voormannen. Die hoeven dus niet te concurreren om opdrachten. Ze hoeven alleen maar heel erg hard te werken.

Geen businessmodel uit de nieuwste managementboeken, nee, dat weet hij ook wel. De wereld moet er maar aan wennen dat Dirk Scheringa de dingen net even anders doet. En hij heeft het allemaal zelf bedacht. De accountant die zijn boeken onderzocht in verband met de beursgang was verbaasd hoe slim en eenvoudig zijn bedrijf in elkaar zit. Vanaf de eerste dag heeft hij de systemen zo ingericht dat hij op elk moment weet hoe de winst- en verliesrekening eruit ziet. Hij weet van iedere klant hoe die bij hem is terechtgekomen en welke diensten hij van hem heeft afgenomen. Hij is altijd perfect geïnformeerd.

Een deel van zijn aandelen gaat hij straks herplaatsen. En er komt een emissie van nieuwe aandelen. Maar hij blijft de baas. Hij houdt de meerderheid. De opbrengst van de beursgang wil hij gebruiken voor investeringen in internet en voor de acquisitie van nieuwe bedrijven. Over een paar jaar wil hij de marktleider zijn in doorlopende kredieten en hypotheken op internet.

De opbrengst van zijn eigen aandelen gaat hij gebruiken voor een nieuw museum en, misschien, voor een ijsbaan. Soms denkt hij: ik zou kapsones moeten hebben. Maar hij heeft ze niet. Hij voelt zich eenvoudig. Onderdanig bijna. Dankbaar. Hij heeft besloten dat hij ook iets wil gaan betekenen voor de kinderen in Tsjernobyl. Er worden daar nog steeds baby's geboren zonder voeten, zonder handen. Heel triest.

    • Jannetje Koelewijn