Hollands Dagboek: Jo Valente

Woensdag 26 aprilZoals gewoonlijk gaat in huize Valente de wekker om half zeven. Ik ben een goede slaper en heb geen moeite met opstaan. Mijn eerste bezigheid bestaat uit het voeren van onze kat Gert en onze hond Bardo. Het uitlaten van de hond is een welkome gelegenheid om voor vertrek naar kantoor een wandeling in de buitenlucht te maken.

Op weg naar Middelburg, rijdend langs het Veerse Meer, besef ik dat ik op zeer korte termijn een andere route zal rijden in de vroege ochtend en dat ik de schoonheid van dit deel van Zeeland zal missen. Mijn gedachten richten zich verder op mijn werk. Gisteren heb ik bijna de hele dag nodig gehad om mijn werkkamer op het parket op te ruimen. Twee dozen vol boeken, een aantal schilderijen en wat bureau-ornamenten gaan mee naar het Landelijk Parket.

Vanmiddag ga ik naar het hoofdbureau van politie om afscheid te nemen van de teamleiders van de afdeling Regionale Recherche. Met deze voortreffelijke politiemensen heb ik vanaf september 1995 intensief samengewerkt.

Terug van mijn bezoek aan de Regionale Recherche besef ik dat afscheid nemen iets is waar ik absoluut niet goed in ben. Met zekere trots kijk ik terug op de tijd die ik in Zeeland heb doorgebracht. De aandacht gaat niet alleen uit naar de georganiseerde criminaliteit, maar ook naar de criminaliteit in de woonwijken van de verschillende woonkernen in de provincie. Door de ligging als kustprovincie in een van de grootste deltagebieden van Europa is Zeeland zeer aantrekkelijk voor criminele organisaties en hun smokkelpraktijken. Door professionalisering van de recherche zijn politie en justitie thans in staat om hierop een passende antwoord te geven.

Op weg naar huis maak ik nog een afspraak met mijn beoogde opvolger Rob R. om vanavond een potje te gaan squashen. Doorgaans is hij de winnaar van de onderlinge duels. Maar ik heb het gevoel dat ik hem vanavond zal kunnen verslaan.

Donderdag

Gisteren verliep het partijtje squash toch niet naar wens. Ik moest een zwaar verlies incasseren.

Deze dag begint met een afscheidsgesprek met de korpsleiding. Wij kijken terug op de ontwikkelingen van de recherche in het post-Van Traa tijdperk en bespreken de maatregelen die genomen zijn om de toepassing van opsporingsmethodes doorzichtig te maken en te houden. Tevreden concluderen wij dat in de strafzaken die wij in de laatste vijf jaar in Middelburg voor de rechter hebben gebracht zich geen noemenswaardige strafvorderlijke incidenten hebben voorgedaan. Beleidslijnen die voor de nabije toekomst zijn uitgezet worden nog eens besproken. De zogenaamde middencriminaliteit (inbraken, fraude, autodiefstal op grote schaal) gaat meer aandacht krijgen.

Om half drie word ik verwacht in de zittingszaal van de meervoudige strafkamer van de rechtbank. Daar zal ik – wellicht voor het laatst in de komende drie jaar – als aanklager optreden. De strafzaak betreft de vervolging van de vriendin van een handelaar in drugs. De man zelf is reeds veroordeeld en de vriendin wordt nu vervolgd voor haar aandeel in de zaken van haar vriend. De behandeling ter zitting is met iets meer dan een uur afgerond.

Thuisgekomen neem ik uit de krant kennis van de deplorabele prestatie die Oranje heeft geleverd tegen Schotland en vraag mij af hoe het in juni zal gaan.

Vrijdag

Mijn laatste werkdag in Middelburg is aangebroken. Rond acht uur in de ochtend arriveer ik op het parket. Om negen uur voeren de president van de rechtbank en ik een afscheidsgesprek. In het verleden heeft president M. Steenbeek zelf de `extra' meervoudige strafkamer op vrijdag voorgezeten. Aan die zittingen, bedoeld om achterstallige strafzaken weg te werken, heb ik goede herinneringen.

Vandaag ben ik extra oplettend, want vanavond neemt het parket afscheid van mij en iedereen doet er zeer geheimzinnig over. Als dan ook door Bram de N., chef van de regionale recherche, melding wordt gedaan van het in de haven van Vlissingen aantreffen van een container vol verdovende middelen, wordt mijn achterdocht nog groter. Ik draag mijn werkkamer en kluis over aan mijn ambtgenoot Jan E. en overhandig hem een geschreven stuk waarin de (weinige) nog lopende zaken kort beschreven staan. Ik heb het in een ludieke bui voorzien van de aanhef `erfenis'.

Om vijf uur 's middags worden Marleen en ik in de dienstauto van de hoofdofficier door Walcheren rondgereden. Cees M., onze chauffeur zegt dat wij aan de vroege kant zijn en dat hij ons daarom de boulevard van Vlissingen nog eens wil laten bewonderen.

Het wordt een fantastisch afscheidsfeest: bijna alle collegae (ongeveer dertig) hebben gelegenheid gevonden erbij te zijn. Een aantal van hen blijkt over kwaliteiten te beschikken waarvan ik niet had durven dromen. De liederen zijn humoristisch en de sketches zeer treffend. Mijn verleden wordt vakkundig beoordeeld en waar nodig van gepeperd commentaar voorzien. Ik wist het al, maar mij wordt nog eens duidelijk dat ik afscheid neem van een stel zeer goede vrienden en vriendinnen, dat met name door toedoen van de hoofdofficier Gerard B. een hecht team is geworden.

Ik zal ze missen.

Zaterdag

Marleen is vanochtend naar België vertrokken, zij gaat daar in alle rust een week schilderen. Het is koninginnedag en in Kamperland is een optocht georganiseerd. Na het wandelen met de hond gebruik ik de rest van de ochtend om de jurisprudentie van deze week door te nemen. In de middag krijgt de tuin de wekelijkse onderhoudsbeurt. Eind van de middag wordt het zonnig. Ik haal mijn sportwagen – een vijfentwintig jaar oude Fiat X 1/9 Abarth – uit de garage en maak een ritje via Westkapelle naar Domburg.

Zondag

De ochtend gebruik ik om met mijn Laser zeilboot op het Veerse meer te zeilen. Na onze verhuizing naar Zeeland eind 1995 heb ik het zeilen weer opgepakt. Vanaf morgen begin ik mijn werkzaamheden op het Landelijk Parket te Rotterdam.

Op 1 februari is het Wetboek van Strafvordering gewijzigd met de invoering van de Wet op de Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (BOB). Daarmee heeft de wetgever een aantal bijzondere opsporingsbevoegdheden in de wet vastgelegd. Uitgangspunt is dat het gebruik van opsporingsmethoden en technieken die zeer risicovol zijn voor de integriteit en beheersbaarheid van de opsporing, of een inbreuk maken op grondrechten, slechts is toegestaan onder stringente voorwaarden en nauwe begeleiding door het openbaar ministerie. Voor de invoering van deze omvangrijke en ingewikkelde wetgeving is door het College van Procureurs-generaal een helpdesk opgericht. Met deze helpdesk ga ik mij vanaf morgen bezighouden. Dit betekent de overgang van eerstelijns officier van justitie naar de functie van begeleider en adviseur. Ik ben heel benieuwd hoe ik deze overgang ga vinden.

Maandag

Dit wordt mijn eerste werkdag op het Landelijk Parket te Rotterdam. Mijn werkkamer staat op de zevende verdieping van het gerechtsgebouw aan de Kop van Zuid, niet ver van de Erasmusbrug. Het is wennen aan het uitzicht op de Maashaven. Na een kennismakingsrondje langs de medewerkers van het parket, waar ik een aantal oude bekenden tegenkom, voer ik mijn eerste gesprekken met de collega's van de helpdesk. Mijn eerste indruk is – gelet op de omvang en de inhoud van de door de helpdesk behandelde zaken – dat de invoering van de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden soepel lijkt te verlopen.

Met ingang van vandaag is het Intranet van het openbaar ministerie in de lucht en onze site kan bezocht en bevraagd worden.

Mijn eerste activiteit wordt het in brede kring bekend maken van ons product binnen het openbaar ministerie en de opsporing. Intussen probeer ik de sfeer op het Landelijk Parket op mij te laten inwerken. De eerste indrukken spreken mij erg aan. Begin van de avond rijd ik naar huis en ik ben blij om weer in Zeeland terug te zijn.

Dinsdag

Gisteravond ben ik weer gaan squashen. Tegen alle verwachtingen in was ik bijzonder goed op dreef. De slechte prestatie van vorige week is hiermee gecompenseerd. Met grijs weer vertrek ik naar Rotterdam. Onderweg valt mij op dat de veelvoudige snelheidscontroles in Zeeland resulteren in een rustig verkeersbeeld en dat nagenoeg iedereen zich aan de maximale snelheid houdt. De werkdag wordt gekenmerkt door veel telefoongesprekken en overleg met de collega's. Hierna probeer ik mijn gedachten over de toekomstige structuur van een expertisecentrum voor de opsporing op een rij te zetten. In combinatie met de helpdesk moet een dergelijk centrum een behoorlijke bijdrage leveren aan de rechtmatigheid, kwaliteit en effectiviteit van de opsporing en vervolging van de georganiseerde criminaliteit.

Woensdag 3 mei

De hele ochtend is er overleg met de collega's. Daarna volgt een gesprek met een externe adviseur over een kwaliteitstraject. Samen met een projectgroep van justitie- en politiemedewerkers werk ik aan het ontwerpen van een instrument waarmee in de toekomst de kwaliteit van opsporingsonderzoeken en de vervolging van strafzaken gewaarborgd kan worden.

Na drie dagen in Rotterdam dringt het tot mij door dat ik de komende jaren weinig meer aanwezig zal zijn als aanklager in een zittingszaal. Ik zal dat deel van het werk van de officier van justitie gaan missen. Hopelijk vind ik in mijn nieuwe functie voldoende compensatie in de uitdaging om samen met anderen, van de helpdesk en het expertisecentrum een dynamisch en kwalitatief uitstekend geheel te maken.

    • Jo Valente