Hoe rebellen redelijk werden in Schotland

Het Schotse parlement viert vandaag zijn eerste verjaardag. Soms vliegen de vonken eraf, maar het zelfbestuur lijkt in een jaar volwassen te zijn geworden.

De plek waar het parlement komt te staan is nog wel twee jaar een bouwput. De kersverse Schotse volksvertegenwoordigers vergaderen daarom voorlopig verspreid over Edinburgh. Zo kruiste de vaste Kamercommissie voor Cultuur en Onderwijs vorige week de degens in het Festivaltheater. En de nieuwe visserijwet werd plenair behandeld in de synode van Schotse kerken.

,,Devèllepment'', ,,mènnesterr'', ,,cèrrtenly'' en ,,cemmètment'', klinkt het uit de bankjes. De uitspraak mag rond-Schots zijn, het jargon is universeel-politiek. Het Schotse parlement, het eerste sinds 1707, viert vandaag zijn eerste verjaardag, en het maakt nu al een vitale, tamelijk doorgewinterde indruk.

Zeker, er gaat geen dag voorbij zonder een relletje, bijvoorbeeld over het nieuwe parlementsgebouw, dat een half miljard gulden te duur blijkt uit te vallen. Of over de zoon van een minister die illegaal lobbywerk zou doen. Maar tegelijkertijd heeft het Schotse schip van staat een reeks klippen omzeild. Zo passeerde deze week vrijwel geruisloos een aanvankelijk omstreden wet die de hervorming van het feodale (groot-)grondbezit regelt. En debatten over het openbaar onderwijs en de ziektekostenwet zijn stukken minder fel dan die in het landsparlement van Westminster.

,,Het Schotse zelfbestuur lijkt het best geslaagde onderdeel van premier Blairs regionale hervormingen'', zegt John Curtice, hoogleraar politicologie aan de Strathclyde-universiteit in Glasgow. Het zijn early days, tekent hij aan. ,,Maar anders dan in Wales is er geen opstand uitgebroken over de door Londen aangewezen eerste minister. En het maken van wetten verloopt soepeler dan in Westminster. Veel ruzies worden in commissies uitgevochten vóór ze de Kamer bereiken, ongeveer zoals in het Nederlandse model. Dat geeft minder spectaculaire televisie, maar wel meer consensus.''

Het Schotse parlement ,,gedraagt zich volwassen'', zegt Curtice. Zo gebruikt Labour – anders dan in Londen – niet voortdurend zijn overwicht om onwelgevallige geluiden in de kiem te smoren. Zo kreeg Tommy Sheridan, een trotskist met een eenmansfractie, het parlement zover om arme mensen met een grote schuld op staatskosten te helpen. Premier Blair zou het parlement niet eens over zo'n wetsvoorstel hebben laten debatteren.

De relatieve consensus is voor een deel ook te danken aan de opstelling van de Scottish National Party (SNP), de op een na grootste Schotse partij. Vóór de verkiezingen predikte die partij vooral de onafhankelijkheid: het zelfbestuur was de eerste stap om de `Engelse onderdrukkers' eruit te gooien. In de praktijk liep het anders. De meeste Schotten zien de SNP nog steeds als een nuttige hefboom om extra ponden in Londen los te wrikken, maar ze voelen zich toch te Brits om de Unie op te zeggen. Of om het bestuur over te laten aan de merendeels jonge, onervaren en onbesuisde nationalisten.

Dat heeft de partij in de oren geknoopt. ,,Wij willen bewijzen dat het parlement werkt'', zegt Andrew Wilson, de tweede man van de SNP, bij een espresso aan de de statige hoofdstraat van Edinburgh, de Golden Mile. ,,Als wij regeringspretenties hebben, moeten we ons vestigen als de geaccepteerde oppositie. Met redelijke argumenten, niet door het opzwepen van passies.''

Wilson, verantwoordelijk voor Financiën, belichaamt de ommekeer van zijn partij. Een jaar geleden sprak hij nog tegen deze krant over het annexeren van de Britse olie-inkomsten uit het Schotse deel van de Noordzee. Zijn felle, licht verongelijkte toon blijkt nu statesmanlike geworden. En zijn Zeeman-pak is vervangen door een goedgesneden krijtstreep.

Over Noordzeeolie hoor je hem niet meer. En zijn partij moet nog ,,veel leren'', erkent hij grif. Bijvoorbeeld ,,dat we anderen niet langer de schuld kunnen geven van de Schotse problemen; dat is gezond.'' Het ideaal van een onafhankelijk Schotland heeft hij niet opgegeven, maar hij spreekt er in vagere termen over. ,,Er zijn vele stappen op die weg'', aldus Wilson. ,,Dit parlement is niet volmaakt, maar het is beter dan wat we hadden. Het is ook een Rubicon. Want de regionale machtsoverdracht is onomkeerbaar. De mensen beseffen alleen nog niet hoe fundamenteel de veranderingen zijn.''

Wat ten zuiden van de Muur van Hadrianus voorlopig een utopie blijft, is in Schotland al een jaar praktijk. Het bestuur is er in handen van twee partijen. Onder leiding van `premier' Donald Dewar regeert de Schotse Labour-partij in een coalitie met de Liberal-Democrats. Labour haalde een jaar geleden geen meerderheid door het nieuwe kiestelsel – ook een Schotse primeur – dat zwakkere partijen relatief veel restzetels toekent en had een partner nodig. De LibDems, die al jaren ijveren om zo'n stelsel van proportionele vertegenwoordiging overal op de Britse eilanden in te voeren, profiteerden er in Schotland zelf als eerste van en leverden twee van de tien ministers.

Het stelde de LibDems ook in staat om hard te onderhandelen over een regeerakkoord. Daarin zitten wel een paar barsten. Het is niet voor niets dat Dewar, 62 en een tanige bergsporter, na een maandenlange vergadermarathon hartproblemen blijkt te hebben, waardoor hij binnenkort een maand of drie verstek moet laten gaan voor een operatie.

Een van de geschillen in de coalitie is de vraag of Schotse universiteiten wel of geen collegegeld mogen heffen. Labour wil dat Schotse studenten wel betalen, net als aan Engelse universiteiten. De LibDems zijn er mordicus tegen. Het lijkt een kwestie van niks, maar het raakt wel de kern van het Schotse zelfbestuur. Want als Schots Labour toegeeft komt premier Blair in problemen. Die moet dan uitleggen wat dan wel het dure verschil rechtvaardigt tussen studeren in Oxford of in Edinburgh. Maar als Dewar niet toegeeft aan zijn coalitiepartner, maakt hij zich kwetsbaar voor het verwijt dat het zelfbestuur in praktijk dus nog steeds betekent dat Londen het beste weet wat goed is voor Schotland.

Uit het zuiden komt nog meer onweer opzetten. Zo heeft de Britse Labourpartij voorgesteld een clausule uit de wet te halen, die openbare scholen verbiedt ,,homoseksualiteit te propageren''. Die clausule, bekend als `Section 28', was verzonnen door premier Thatcher om linkse schoolbesturen te temmen die weigerden het gezin de hoeksteen van de samenleving te noemen. Labour vindt die clausule discriminerend. Bovendien zou het een hinderpaal zijn bij het aanpakken van bullies, die medeleerlingen voor homo uitschelden.

In Schotland is Section 28 van meet af aan omstreden. Zo ziet de Kirk, de Schotse staatskerk, er een mooie kans in om haar tanende imago op te poetsen. Ze krijgt sinds een paar maanden bovendien bijval van de schatrijke zakenman, Brian Souter, eigenaar van de grootste busonderneming van Schotland en van het vrachtvlieveld Prestwick bij Glasgow.

Souter, een fundamentalistische protestant, heeft deze week op eigen kosten vier miljoen stembiljetten verstuurd voor een zogeten privé-referendum over het behoud van Section 28. Die eigenaardigheid van de Schotse wet is weliswaar niet bindend, maar toch iets om rekening mee te houden, al doen de meeste politieke partijen het af als ,,de zoveelste opiniepeiling''.

Op één plek heeft Souter al meetbare schade aangericht. In Ayr, aan de Schotse westkust, wonnen de Conservatieven in maart een tussentijdse verkiezing na een campagne waarin The Clause een grote rol speelde. Dianne Gardner, hoofd van de Wellington-school in Ayr betwijfelt of ouders in Ayr zich echt zorgen maken over Section 28 en bij de seksuele opvoeding heeft het in praktijk ,,geen enkele betekenis'', zegt ze. Maar onbelangrijk of niet, het parlement moet nu alle zeilen bijzetten om de wet in een aangepaste vorm te laten passeren. Een beginnersfoutje, zegt Gardner lachend. ,,Laten we ze een kans geven, ze zitten er net.''