Dinosaurus op doodlopende weg

Zo fel zit het Algemeen Dagblad op het nieuws dat de krant per 1 mei een dagelijkse economische e-mailnieuwsbrief begon, om de concurrentie met snelle media als de televisie en het internet het hoofd te bieden. Zo fel ook, dat de krant zelf het tempo niet kon bijhouden. Zelfs op donderdag stond er nog niets over op de eigen AD-website. Maar voor wie de weg naar de aanvraagpagina weet te vinden, heeft het AD wel een verrassing in petto: ``U kunt kiezen voor HTML, met kleur en plaatjes. Deze versie is geschikt voor moderne e-mailprogramma's. U kunt ook kiezen voor ASCII (platte tekst), voor oudere e-mailprogramma's.''

Daar zit je dan, met je `oudere e-mailprogramma', weggezet als een soort dinosaurus die het tempo niet kan bijhouden. Maar de echte dinosaurus is natuurlijk het AD, dat hiermee enthousiast achter de ooit door Microsoft geplaatste verleidelijke wegwijzer aan een doodlopende weg van de digitale evolutie inholt.

Plaatjes en kleurtjes horen in een e-mailnieuwsbrief niet thuis. Al die opgedirkte mail, dat is zoiets als telefoneren met muzak op de achtergrond. Plaatjes en kleur zijn nuttig bij diepergaande analyses en achtergrondstukken, maar niet in een zakelijke heet-van-de-naald nieuwsbrief. En als er dan toch grafische hoogstandjes nodig zijn, kunnen die veel beter als attachment meegaan, buiten het mailtje om. Doe je dat in de vorm van een Acrobat-document (het leesprogramma daarvoor is voor iedereen gratis op het web te krijgen), dan zijn de mogelijkheden oneindig veel groter dan met welk mailprogramma ook, en heb je tevens de garantie dat alles altijd ongeschonden in topconditie overkomt. Een mailprogramma moet mailen, daar is het goed in. Het is een vlug, veilig en voordelig transportmiddel, geen of hooguit een halfbakken tekstverwerker, geen presentatieprogramma en geen jukebox.

E-mail met tierelantijnen is iets voor mensen die van het medium niets begrepen hebben. Dat is geen purisme, maar gewoon een praktische constatering. Niet alleen maakt toevoeging van HTML en nog meer gekkigheid het superveilige e-mailen virusgevoelig zodat de waarde van het medium in de kern wordt aangetast, niet alleen weet je nooit zeker of je werk goed overkomt (gebruiken zender en ontvanger verschillende e-mailprogramma's dan wordt het al gauw een puinhoop - ook `moderne' programma's zijn in dezen niet compleet inwisselbaar), ook is het voor de toekomst de dood in de pot. Want e-mail gaat steeds vaker niet meer per PC, maar per WAP-telefoon, GSM of nog andere apparaten zoals de nieuwe Pronto Mail Internet Screen Phone (met heus toetsenbord) van het bedrijf CPS. Allemaal dingen met nogal kleine geheugens en, belangrijker, kleine schermpjes waarop plaatjes en kleur meestal vooralsnog onmogelijk zijn, en anders wel een onoverzichtelijke kermis veroorzaken.

Dat desondanks toch het ene na het andere e-mailprogramma HTML-mogelijkheden ingebakken krijgt, heeft alles te maken met Microsoft, en is een van de mooiste aanwijzingen dat de dreigende opsplitsing van dat bedrijf een zegen zou zijn voor iedereen. Want Microsoft is degene die begon met de vermenging van mail en HTML, en doordat Microsofts Outlook nu eenmaal op vrijwel elke nieuwe PC zit hebben ontzettend veel nieuwe mailers nooit anders dan Outlook gezien. Die denken dat het zo hoort. Ze hebben vaak niet eens weet van alle HTML die Outlook in hun mailtjes stopt. De andere producenten moeten daardoor wel meegaan met de HTML-onzin. Netscape ging bij versie 4 door de bocht, en onlangs ook Eudora.

Microsoft leukte zijn e-mailprogramma niet op om de consument te plezieren, maar als tweede fase van een keiharde poging om ook op de e-mailmarkt een monopolie te verwerven. Stap één: verweef Outlook met Windows, zodat het vanzelf op bijna elke nieuw verkochte PC staat. Dat geeft vrijwel volledige marktpenetratie. Stap twee: maak het zo incompatibel mogelijk met alle bestaande e-mailprogramma's, en druk die zo uit de markt. Het was dezelfde strategie die bij de webbrowser Internet Explorer gevolgd werd. Die werd opzettelijk volgestopt met zelfbedachte HTML-toeters en bellen, die dus met bijvoorbeeld Netscape niet werkten, en voorzien van een zelfgemaakte, expres niet-standaard variant van Javascript en Java, zodat het bijna ondoenlijk werd om een wat geavanceerde website te bouwen die er zowel in de Explorer als ook in Netscape goed uitzag en goed werkte. Op dit moment volgt Microsoft dezelfde strategie opnieuw tegen RealMedia, dat met zijn RealPlayer een mooi programma heeft dat filmpjes en geluidsbestanden inclusief streaming video en audio - zeg maar, muziek terwijl u downloadt - kan afspelen. Microsoft heeft allang ook een eigen mediaspeler, die overigens in veel opzichten niet aan de RealPlayer kon tippen, en de nieuwste versie daarvan, versie 7, kan ineens bestanden van het RealMedia-formaat niet meer afspelen.

Zolang de moloch Microsoft blijft bestaan, zal het op zulke manieren blijven werken aan een eigen, besloten wereld waar alles wat niet-Microsoft is van wordt buitengesloten. Wie binnen die wereld blijft, laat zijn grenzen bepalen door Microsoft. Die grenzen hebben wel iets te maken met wat de consument wil, maar veel meer met wat de directe belangen van Microsoft zelf dient. Wil je meer dan Microsoft wil geven, dan zit je als vanzelf vast aan dubbele systemen die niet samenwerken. Een hoop onpraktisch gedoe, en bij voldoende succes van Microsoft op termijn zelfs een onmogelijkheid.

Zo werkt Microsoft dus als rem op de technische ontwikkelingen, tot schade van iedereen. Zo zorgt het ook nog dat technische inspanningen minder gericht zijn op verbetering en innovatie, dan op het beschadigen van concurrenten. Pas als Microsoft opgedeeld wordt in een paar gewone bedrijven, elk met hun eigen plek op de markt tussen concurrenten, kunnen ze gewoon met die concurrenten in de slag, zonder als douaniers van een behoudzuchtig imperium te hoeven optreden. Dan is het ook voor hen ineens belangrijk om `alles te kunnen wat de concurrent kan, plus een beetje meer' en om een gelijkwaardige startpositie te hebben. Dat betekent open, eenvormige standaarden, en dat is juist wel goed voor research en innovatie.

    • Rik Smits