De zee, de zee!

Prehistorische stranden vormen een zwart gat in de archeologische kennis. Maar dat verandert.

Langs de Rode-Zeekust van Eritrea, bij het plaatsje Abdur, zijn stenen werktuigen gevonden van 125.000 jaar oud. Volgens het Canadees-Eritrese team dat de vondsten deed en deze week in Nature verslag uitbrengt, gaat het om de oudste bewezen menselijke kustbewoning. ``Je zou het 's werelds oudste oesterbar kunnen noemen'', aldus de leider van het team, de Canadese geoloog Bob Walter.

Het is zeer waarschijnlijk dat de werktuigen zijn gehanteerd door vroege Homo sapiens, die volgens de tegenwoordig dominante `Out of Africa II'-theorie tussen 200.000 en 100.000 jaar geleden is ontstaan in Afrika. (De `Out of Africa I'-theorie gaat over de veel oudere Homo erectus.) Ergens rond of na 100.000 jaar geleden zou Homo sapiens het continent hebben verlaten om zich als succesvolste hominide te verspreiden over de wereld.

Volgens Walter waren de bewoners van het strand bij Abdur door klimaatveranderingen verdreven uit de binnenlanden van Ethiopië en zouden ze vervolgens langzaam langs de kust verder zijn getrokken. De oudste vondsten van Homo sapiens in Zuidwest-Azië zijn ongeveer 100.000 jaar oud (Israel). In een commentaar in Nature sluit Chris Stringer van het Londense Natural History Museum zich aan bij deze interpretatie. ``Trekkend langs de kustlijn en goed aangepast aan een strandbestaan, zouden ze in deze periode van een laag zeeniveau zelfs Indonesië hebben kunnen bereiken'', aldus Stringer. Het verklaart ook waarom Homo sapiens soms relatief lang kon leven naast de oudere Homo erectus uit het binnenland, zoals in Ngadong in Indonesië.

De prehistorische kust heeft tot nu toe weinig aandacht gekregen. Omdat de zeespiegel na de laatste ijstijd tientallen meters is gestegen zijn de oude kustgebieden vrijwel allemaal onder water verdwenen. Alleen als zo'n gebied door geologische bewegingen mee omhoog is gegaan, zoals bij Abdur, is archeologische onderzoek mogelijk. Vanaf begin jaren zeventig zijn ook in Zuid-Afrika, bij de Klasiesgrot, al aanwijzingen voor kustbewoning gevonden die teruggaan tot ongeveer 110.000 jaar geleden, maar deze datering is altijd omstreden gebleven. Dit zwarte gat in de archeologische kennis is des te pijnlijker omdat hominiden juist langs de kust een relatief comfortabel bestaan konden opbouwen. De oudste bewijzen voor visvangst met haken en ander vistuig zijn 40.000 jaar oud, maar ook zonder hulpmiddelen is er vaak genoeg voedsel te vinden aan schaaldieren.

De vondst van stenen vuistbijlen en obsidiaan afslagen (flakes) op het prehistorische koraalstrand bij Abdur, temidden van oesters, krabben en de fossiele resten van grote landdieren, werd 's morgens vroeg gedaan. De expeditie was op dat specifieke stukje van het gebied pas 's avonds gearriveerd en had in het stikdonker de tenten opgeslagen op het antieke koraal, zes meter boven de huidige zeespiegel. Pas toen de Franse zeebiologe Mirreille Guillaume 's morgens de tent verliet om te plassen zag ze wáár ze hun kamp hadden opgeslagen. Tussen fossiele weekdieren lagen zomaar twee prehistorische werktuigen aan de oppervlakte. Na verplaatsing van het kamp en zorgvuldig nader onderzoek bleek dat onder 0,5 tot 1,5 meter fossiel koraal een 0,5 tot 3,1 meter dikke schelplaag lag, en daaronder weer een enkele tientallen centimeters dikke keienlaag. Onderin de schelplaag (met vooral tweekleppigen en buikpotige weekdieren, maar ook koralen en kreeftachtigen) en in de keienlaag werden scherpe flakes en vuistbijlen in situ gevonden. Op geologische gronden werden deze lagen in het omhooggekomen strand gedateerd op ca. 125.000 jaar geleden. Uranium-isotoop-dateringen van een aantal koraalmonsters bevestigden deze ouderdom.

Opvallend is dat twee soorten werktuigen zijn gevonden. De aucheulische vuistbijlen zijn van een type dat al vele honderdduizenden jaren in Afrika bestond, maar de mesachtige scherven (flakes) van het vulkanische glas obsidiaan zijn van een veel recentere techniek die kenmerkend wordt geacht voor de slimme Homo sapiens. Dit samengaan van twee technieken bevestigt volgens Walter het idee dat het hier gaat om een vondst uit de periode waarin Homo sapiens zich snel ontwikkelde. Het Canadees/Eritrese onderzoeksteam vermoedt dat naast de weekdieren ook de eveneens gevonden grote landdieren (olifanten, neushoorns, nijlpaarden) werden gegeten die misschien naar de zee werden opgejaagd en daar klem gezet. Nadere bewijzen (zoals snijsporen op de botten) daarvoor ontbreken vooralsnog. Ook van het eten van de zeedieren is nog niet iedereen overtuigd. In een bericht van Associated Press van deze week zegt de Amerikaanse archeologe Sally McBrearty, die betrokken is bij ander onderzoek naar de vroege Homo sapiens in Afrika, dat alleen het samen aantreffen van de werktuigen met oesters en dergelijk niet voldoende is voor conclusies over het dieet. De vondst is overigens niet in strijd met de theorie die in competitie is met de `Out of Africa II'-these, namelijk dat homo sapiens over een veel groter gebied, ook buiten Afrika, is ontstaan uit Homo erectus (de zogenaamde multiregionale-evolutiethese).

    • Hendrik Spiering