De laatste mode

Onderwijs aan minderheden. Jarenlang hebben we er nauwelijks belangstelling voor gehad. We gaven extra geld voor grijze en nog meer extra voor zwarte scholen. Of het allemaal iets uithaalde, dat interesseerde niemand. Economisch gezien hadden we ze niet nodig. Behalve dan voor schoonmaken, maar daar hoef je niet veel voor te hebben geleerd.

Zo ging het hier en zo ging het ook in Amerika. Daar kwam pas verandering in toen het zo goed ging met de economie dat ook de traditionele achterblijvers moesten worden gemobiliseerd. En niet zoals in het verleden voor routinematig, ongeschoold werk aan de lopende band, want de omvang daarvan is gelukkig drastisch gedaald in het huidige ICT-tijdperk. De toenemende behoefte aan tenminste redelijk geschoold personeel heeft geleid tot allerlei maatregelen bedoeld om groepen die zich ophouden in de marge van onze samenleving te integreren in de huidige maatschappij. Die maatregelen variëren van de aanpak van de woonomgeving tot zero tolerance en verbetering van de kwaliteit van het onderwijs.

De huidige bezorgdheid over de onderwijsachterstand van allochtonen en het streven om hen een betere plek te geven in onze maatschappij is dus niet het gevolg van een plotselinge collectieve bevlieging van menslievendheid, maar wordt ingegeven doordat de economie daarom vraagt. Scholen moeten effectiever worden. Net als bij ons heeft dat ook in Amerika aanvankelijk geleid tot het stellen van duidelijke eisen met name op het gebied van taal en rekenen. Omdat het in Amerika eerder goed ging met de economie dan bij ons is deze ontwikkeling daar ook eerder op gang gekomen. Uit de ervaringen daar valt dus af te leiden in hoeverre succes valt te verwachten van een dergelijke aanpak.

De aandacht voor resultaten heeft er op zijn minst toe geleid dat notoire achterblijvers onder de scholen werden opgespoord. Met als gevolg maatregelen om de kwaliteit van directies te verbeteren. Ook werden in een aantal gevallen lokale besturen die tekort schoten onder centraal gezag geplaatst. Een idee wellicht voor de Amsterdamse wethouder van onderwijs. En niet voor hem alleen. In Nederland valt op dit terrein nog een hele wereld te winnen.

Al vlug bleken deze maatregelen, hoe nuttig aanvankelijk ook, niet genoeg. De aandacht voor toetsen en cijfers, kortom voor `meten is weten', heeft geleid tot nieuwe vragen, namelijk over de voorwaarden waaraan scholen moeten voldoen om tot goede prestaties te komen. Daarmee heeft de aandacht zich verplaatst naar niet alleen de leermiddelen of de wijze van lesgeven, maar veel meer naar de persoonlijke en sociale kanten van het probleem. Vorige week heb ik een conferentie bijgewoond waar zowat het hele Amerikaanse onderwijs aanwezig was: leraren, directeuren, beleidsmakers en onderzoekers. Overvloedige aandacht was er voor onderwijs als een sociaal proces, het belang van een persoonlijke band, vertrouwen, de leefomstandigheden van de leerling, etc. en dit alles toegespitst op allerlei categorieën achterblijvers. Vandaar het overweldigende aanbod aan workshops met als onderwerpen: race, class, ethnicity, bicultural identity, urban schools, multicultural society, dropouts, school violance, urban african americans, low income population, marginalized whites, school desegregation, culturally and linguistically diverse schools, homeless youth, latino students at risk, economically disadvantaged urban youth, students with special needs, guns, racism and anxiety, en, niet te vergeten en kort samengevat de moraal van dit verhaal: the cost of not educating black people globally.